wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Perfectum Nederlands VTT

Total questions: 30

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Gisteren heb ik de deur om tien uur.......(sluiten).

a)

gesluit

b)

gesluiten

c)

gesloot

d)

gesloten

2.

Ik was ............(raken) door die opmerking over mijn overleden hondje.

a)

geraakt

b)

gerakt

c)

geraken

d)

geraakd

3.

Tijdens de wedstrijd werd de handdoek in de ring .....(werpen).

a)

gewerpt

b)

gewerpen

c)

geworpen

d)

geworpt

4.

Heb je haar een kaartje.......(sturen)?

a)

gestuurt

b)

gestuurd

5.

De stallen worden binnenkort ....... (slopen).

a)

gesloopt

b)

gesloopd

6.

Op het feest heeft hij met haar ......(dansen).

a)

gedanst

b)

gedansd

7.

Maud heeft dit weekend goed ........(voetballen).

a)

gevoetbalt

b)

gevoetbald

c)

voetgebald

d)

voetgebalt

8.

Vorige week heb ik met mijn oma in 's-Hertogenbosch ......(lunchen).

a)

geluncht

b)

gelunchet

c)

gelunched

d)

gelunchd

9.

Wat is het voltooid deelwoord van 'bakken'?

a)

gebak

b)

gebaken

c)

gebakt

d)

gebakken

10.

Wat is het voltooid deelwoord van 'poetsen'?

a)

gepoetst

b)

gepoetsen

c)

gepoetsd

11.

Wat is het voltooid deelwoord van 'werken'?

a)

gewerken

b)

gewerkt

c)

gewerkd

12.

Wat is het voltooid deelwoord van 'drinken'?

a)

dronken

b)

gedronken

c)

gedrinkt

13.

Wat is het voltooid deelwoord van 'schrijven'?

a)

geschrijft

b)

geschrijfd

c)

geschreven

14.

Hij heeft de bladeren ... in een oud telefoonboek. (drogen)

(a)  

15.

De rekenboeken op onze school zijn ... . (vernieuwen)

(a)  

16.

De chauffeur heeft net op tijd ... . (remmen)

(a)  

17.

Hebben jullie haar goed ... ? (kennen)

(a)  

18.

Ik ben gisteren met het verkeerde been uit bed ... . (stappen)

(a)  

19.

Wat is hier nu weer ... ? (gebeuren)

(a)  

20.

Wat is het voltooid deelwoord van leren?

a)

geleerd

b)

geleert

21.

Het voltooid deelwoord van kijken is...

a)

gekeken

b)

gekijken

c)

gekijkt

22.

Ik heb de vaas op de tafel ... (inf. = zetten)

(a)  

23.

Met mijn gekke oom heb ik al veel ... (inf. = lachen)

(a)  

24.

Schrijf het voltooid deelwoord van maken op.

(a)  

25.

Schrijf het voltooid deelwoord van fietsen op.

(a)  

26.

Schrijf het voltooid deelwoord van vliegen op.

(a)  

27.

Schrijf het voltooid deelwoord van zwemmen op.

(a)  

28.

Schrijf het voltooid deelwoord van spelen op.

(a)  

29.

Schrijf het voltooid deelwoord van lezen op.

(a)  

30.

Hij had op de hulp van zijn moeder (a)   (rekenen, vd)