wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

NT2 het WEER

Total questions: 27

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Welk weer is het?

a)

Het is bewolkt.

b)

De zon schijnt.

c)

Het sneeuwt.

d)

Er is mist.

2.

Welk weer is het?

a)

Het bliksemt.

b)

Het hagelt.

c)

Het stormt.

d)

Er is mist.

3.

Welk weer is het?

a)

Het sneeuwt.

b)

Het regent.

c)

Het waait.

d)

De zon schijnt.

4.

Het waait. Welke foto is juist?

a)
b)
c)
d)
5.

Het vriest. Welke foto is juist?

a)
b)
c)
d)
6.

Welk weer is het?

a)

Het regent.

b)

Het bliksemt.

c)

Het hagelt.

d)

De zon schijnt.

7.

Welk weer is het?

a)

Het sneeuwt.

b)

Het dondert.

c)

Het regent.

d)

Het hagelt.

8.

Welk weer is het?

a)

Het is bewolkt.

b)

Het stormt.

c)

Het bliksemt.

d)

Het regent.

9.

Het is warm. Welke foto is juist?

a)
b)
c)
d)
10.

Wat zie jij?

a)

Het is bewolkt.

b)

De zon schijnt.

c)

Het bliksemt.

d)

Er is veel wind.

11.

Wat zie jij?

a)

Het bliksemt.

b)

Het dondert.

c)

Het is bewolkt.

d)

Het is zonnig.

12.

Wat zie jij?

er is bliksem en donder: het ....

a)

Het onweert.

b)

Het stormt.

c)

Het hagelt.

d)

Het vriest.

13.

Wat zie jij?

a)

Het dondert.

b)

Het regent.

c)

Het sneeuwt.

d)

Het vriest.

14.

Wat zie jij?

a)

Het bliksemt.

b)

Het dondert.

c)

Het is bewolkt.

d)

Het regent.

15.

Wat zie jij?

a)

Het bliksemt.

b)

Het dondert.

c)

Het is bewolkt.

d)

Er is veel wind.

16.

In welk seizoen draagt de aap een muts en een sjaal?

a)

de lente

b)

de winter

c)

de herfst

d)

de zomer

17.

Welk seizoen past bij deze foto?

a)

de lente

b)

de zomer

c)

de winter

d)

de herfst

18.

Welke zin past bij het plaatje?

a)

Doe een dikke jas aan.

b)

Doe een korte broek aan.

c)

Doe een zwembroek aan.

d)

Doe je sandalen aan.

19.

Welk seizoen past bij deze foto?

a)

de lente

b)

de zomer

c)

de winter

d)

de herfst

20.

Welk seizoen past bij deze foto?

a)

de lente

b)

de zomer

c)

de winter

d)

de herfst

21.

Wat zie jij?

a)

Het bliksemt.

b)

Het dondert.

c)

Het sneeuwt.

d)

Het vriest.

22.

Wat zie jij?

a)

Het bliksemt.

b)

Het hagelt.

c)

Het sneeuwt.

d)

Het vriest.

23.

Wat past bij deze prent? Ik zie de regenboog als het ........

a)

het regent en de zon schijnt

b)

het hagelt en het sneeuwt

c)

het sneeuwt en de zon schijnt

d)

er mist is en het regent

24.

Wat zie jij?

a)

Het is warm.

b)

Het regent.

c)

Het is koud.

d)

Het is zonnig.

25.

Wat zie jij?

a)

Het is warm.

b)

Het regent.

c)

Het is koud.

d)

Het is zonnig.

26.

a)

Het is mistig

b)

Het regent

c)

Het waait

27.

a)

Het hagelt

b)

Het waait

c)

Het vriest