wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Interbellum nieuw

Total questions: 32

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Republiek van Weimar

a)

1923-1935

b)

1918-1933

c)

1929-1933

d)

1917-1923

2.

Hitler aan de macht

a)

1933

b)

1935

c)

1930

d)

1931

3.

Begin WO II

a)

1940

b)

1938

c)

1941

d)

1939

4.

Rijksdagbrand

a)

1931

b)

1932

c)

1933

d)

1934

5.

Vrede van Versailles

a)

1918

b)

1919

c)

1920

d)

1921

6.

Hyperinflatie

a)

1920

b)

1923

c)

1929

d)

1933

7.

Dawesplan

a)

1918

b)

1923

c)

1924

d)

1929

8.

Bierkellerputsch

a)

1918

b)

1923

c)

1929

d)

1933

9.

Mars op Rome

a)

1922

b)

1929

c)

1933

d)

1940

10.

Molotov-Ribbentrop pact

a)

1933

b)

1938

c)

1939

d)

1945

11.

Appeasement

a)

1918

b)

1929

c)

1938

d)

1945

12.

Wat maakt de tekenaar duidelijk over Hitler

a)

Hij was een krachtig leider

b)

Hitler vond democratie slap

c)

Hitler haat de Joden

d)

Hitler loopt over de lijken van loopgraven

13.

Welke gebeurtenis?

a)

Russische revolutie

b)

Spartacusopstand

c)

Dolstootlegende

d)

De mars op Rome

14.

Welk jaar?

a)

1920

b)

1923

c)

1929

d)

1933

15.

Wie is dit?

a)

Mussolini

b)

Hitler

c)

Von Hinderburg

d)

Van der Lubbe

16.

Welke gebeurtenis?

a)

Inval Polen

b)

Vervolging Joden

c)

Dawesplan

d)

Appeasement

17.

Welke gebeurtenis?

a)

Molotov-Ribbentroppact

b)

Appeasement politiek

c)

Vedrag van Versailles

d)

Overgave Duitsland 1945

18.

Welk jaar?

a)

1918

b)

1923

c)

1929

d)

1933

19.

Welke gebeurtenis

a)

Beurskrach

b)

Hyperinflatie

c)

Werkeloosheid na 1929

d)

Oorlogsindustrie Duitsland

20.

Wat wordt hier verbeeld?

a)

De Vrede van Versailles

b)

De verschillende aanhangers van Hitler

c)

De interne verdeeldheid tijdens Weimar Republiek

d)

De aanhangers van de Weimar Republiek

21.

Wanneer?

a)

1928

b)

1932

c)

1936

d)

1940

22.

Wat?

a)

De mars op Rome

b)

Anschluss met Oostenrijk

c)

Verovering Parijs

d)

Aankomst in Nederland

23.

In 1905 verloor Rusland een oorlog tegen

a)

Amerika

b)

Engeland

c)

Duitsland

d)

Japan

24.

De naam van de Russische tsaar was

a)

Putin

b)

Nicolaas II

c)

Peter de Grote

d)

Stalin

25.

De bolsewieken waren

a)

Communisten

b)

Fascisten

c)

Democratisch

d)

Nationalistisch

26.

Het Rode Leger hoort bij

a)

China

b)

Amerika

c)

Sovjet-Unie

d)

Rusland

27.

De dictatuur van het proletariaat betekent

a)

De heerschappij van de arbeider

b)

De heerschappij van de kapitalist

c)

De heerschappij van de koning

d)

De heerschappij van de burger

28.

Heet de geheime dienst van de Sovjet-Unie?

a)

CIA

b)

KGB

c)

ISI

d)

AI

29.

Welk kenmerk hoort NIET bij het Fordism?

a)

Communisme

b)

Kapitalisme

c)

Winst

d)

Industrialisatie

30.

Wat is geen oorzaak van de beurskrach in 1929?

a)

Optimisme

b)

Beursspeculatie

c)

Overproductie

d)

Democratie

31.

Henry Ford was een

a)

kapitalist

b)

communist

c)

democraat

d)

arbeider

32.

Welke. maatregel behoort NIET tot de New Deal?

a)

Boeren krijgen subsidie

b)

Openbare werken

c)

Meer vrije markt

d)

Toezicht op banken