wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H3 Van de bergen naar de zee

Total questions: 22

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Waar begint de rivier?

a)

benedenloop

b)

middenloop

c)

bovenloop

d)

onderloop

2.

Wat is een Duin?

a)

Een heuvel van gras dat is neergelegd

b)

Een heuvel van Hout dat is neergelegd door de zee

c)

Een Heuvel van zand dat is neergelegd door de wind

d)

Een Heuvel van wind dat is neergelegd door de zee

3.

Wat is erosie?

a)

De schurende werking van water, ijs en wind.

b)

Het neerleggen van materiaal door water, ijs en wind.

c)

Het materiaal – zoals stenen, steentjes, grind, zand en klei – dat water, ijs en wind meenemen en ergens anders neerleggen.

d)

Heuvel van zand, die door de wind is neergelegd.

4.

Wat voor rivier is de Rijn

Stroomrivier

Gemengde rivier

Regenrivier

Gletsjerrivier

a)

stroomrivier

b)

gemengde rivier

c)

regenrivier

d)

gletsjerrivier

5.

Wat voor dal maakt een rivier?

 

a)

U-dal

b)

V-dal

c)

W-dal

d)

S-dal

6.

Droog gebied zonder vegetatie: wind neemt zand mee

Welke van de 4 hoort er niet bij ?

a)

strand

b)

duinen

c)

oerwoud

d)

woestijn

7.

In het waddengebied in het…… van Nederland spelen eb en vloed een grote rol in het landschap.

Wat moet er staan op de puntjes?

a)

Noorden

b)

Westen

c)

Oosten

d)

Zuiden

8.

Waar gaat de rivier het langzaamst?

A bovenloop

B middenloop

C benedenloop

D allemaal even snel

a)

bovenloop

b)

middenloop

c)

benedenloop

d)

Allemaal even snel

9.

Wanneer smelt gletsjer ijs niet? Twee antwoorden zijn goed.

a)

ijstijd

b)

hoge temperaturen

c)

klimaatverandering

d)

lage temperaturen

10.

Hoe heet de troep die je kan vinden naast de gletsjer wanneer het schuift

a)

morene

b)

erosie

c)

u-dal

d)

eeuwige sneeuw

11.

Wat voor dal slijt een gletsjer uit wanneer het weg schuift?

a)

U-dal

b)

S-dal

c)

W-dal

d)

V-dal

12.

Wat ontstaat er als de wind over de zee waait?

a)

draaikolk

b)

tsunami

c)

golven

d)

zeeschip

13.

Wat is de juiste volgorde? Begin met wat als eerste sedimenteert in de rivier

stenen, grind, zand en klei. Antwoord

Grind, stenen zand en klei

Stenen grind klei en zand

a)

Rotsen, grind klei en zand

b)

Rotsen, grind, zand en klei

c)

Grind, rotsen, zand en klei

14.

Hoe kan de wind zand meenemen?

a)

Hij blaast het weg

b)

Dat kan niet want het wordt mee genomen door de mensen die er oplopen

c)

Al het zand komt van de Sahara

d)

Als lucht voldoende stroomsnelheid heeft kan het door de (kinetische) energie zand en stofdeeltjes van de bodem oppakken en in de luchtkolom brengen

15.

Hoe hoog ligt het begin van de Rijn?

a)

4000 m

b)

1200 m

c)

2300 m

d)

1500 m

16.

Welke heeft meer kracht?

a)

De vloedstroom

b)

De ebstroom

c)

Ze zijn allebei helemaal niet sterk

d)

Even sterk

17.

Wat is een stroomgebied?

a)

Het gebied waar een rivier de zee in stroomt

b)

Rivier dat alleen regen afvoer

c)

Het gebied wat afwatert op een rivier

d)

Het veranderen van vloeistof water in waterdamp

18.

Wat betekend monding van een rivier?

a)

Alle zijrivieren van een hoofdrivier

b)

Het midden van de rivier

c)

Een scheurende werking van de rivier

d)

Het gebied waar de rivier de zee instroomt

19.

Wat is reliëf?

a)

hoogteverschil in het landschap

b)

materialen meenemen door de stroming

c)

zand dat naar beneden valt van een berg

d)

ijs dat smelt

20.

Wat voor soort rivier is dit?

a)

Regenrivier

b)

Gletsjerrivier

c)

Gemengde rivier

d)

De Schelde

21.

Wat is eeuwige sneeuw?

a)

sneeuw in het hooggebergte die het hele jaar blijft liggen.

b)

sneeuw dat altijd blijft liggen.

c)

sneeuw die na een paar dagen weer wegsmelt.

d)

sneeuw dat steeds weer opstapelt totdat het te veel wordt en het een lawine veroorzaakt.

22.

’s Nachts koelt het gesteente weer af en krimpt het. Door het uitzetten en krimpen ontstaat er:

a)

aardbevingen

b)

lawines

c)

verwering

d)

stormen