Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

verbranding en stofgroepen

Total questions: 26

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Welke gas heb je nodig bij verbranding?

a)

Koolstofdioxide

b)

stikstof

c)

zuurstof

d)

geen van de 3 genoemde

2.

Er zijn 3 voorwaarden voor het verlopen van een verbrandings reactie:

- Er moet voldoende zuurstof zijn.

- de ontbrandingstemperatuur moet bereikt zijn

- er moet een (a)   zijn

3.

Waar vindt bij een kaars de verbranding van een brandstof plaats?

a)

Het kaarsvet

b)

Het lontje

c)

de vlam

d)

De zuurstof

4.

Wanneer het glaasje over de kaars wordt gezet, gaat het kaarsje uit. Waarom?

a)

Het lontje raakt op

b)

Er is niet genoeg ruimte voor de vlam om te branden

c)

De zuurstof in het potje raakt op

d)

de koolstofdioxide in het potje raakt op

5.

Maak de volgende reactie vergelijking kloppend:

4CH4 + 5 O2 ---> (a)   CO + ... C + 8 H2O

(vul de twee getallen in met een spatie ertussen)

6.

Fotolyse is een ontleding door middel van ........

a)

Stoom

b)

Warmte

c)

Licht

d)

Elektriciteit

7.

Thermolyse is een ontleding door middel van .......

a)

Warmte

b)

Elektriciteit

c)

Licht

d)

Stroom

8.

Wat voor een reactie vindt bij de volgende reactievergelijking plaats?

CuCO3 (s) ---> CuO (s) + CO2 (g)

(a)  

9.

Drie voorwaarden voor een verbrandingsreactie zijn:

a)

Vuur, voldoende stikstof, een brandstof

b)

Een brandstof, voldoende zuurstof, voldoende water.

c)

Een verbrandingsproduct, water en een zeer lage temperatuur

d)

Een brandstof, voldoende zuurstof, temperatuur die hoog genoeg is

10.

Als een brandstof volledig verbrand ontstaat altijd een

a)

oxide

b)

sulfide

c)

chloride

d)

bromide

11.

De formules van koolstofdioxide en diwaterstofmono-oxide zijn:

a)

CO en HO

b)

CO en H2O

c)

CO2 en H2O

d)

CuO en MgO

12.

Bij onvolledige verbranding:

a)

Is nog niet alle brandstof verbrand

b)

Is er tijdens de verbranding te weinig zuurstof aanwezig

c)

Is en te weinig brandstof

d)

Duurt de verbranding te lang

13.

Een een reagens voor de stof water is:

a)

Helder kalkwater

b)

Geel broomwater

c)

Wit kopersulfaat

d)

Blauw kopersulfaat

14.
Stelling: Zouten bestaan uit ionen!
a)
Waar
b)
Niet waar
c)
Deels waar
15.

Zouten geleiden stroom

a)

Waar

b)

Niet waar

c)

Alleen wanneer ze vloeibaar zijn of opgelost in water

16.
Een explosie is een verbranding.
a)
Waar
b)
Niet waar
17.
Welk materiaal wordt gebruikt voor auto's om beter energiegebruik te garanderen? Dit komt omdat het lichter is dan de meeste alternatieven.
a)
Aluminium
b)
Staal
c)
Platinum
d)
Zilver
18.

Lood werd altijd gebruikt voor waterleidingen, waarom tegenwoordig niet meer?

a)

Lood is buigzaam

b)

Lood is poreus

c)

Lood is te zwaar

d)

Lood is giftig

19.

Wat is een legering?

a)

Dit is een mengsel van twee metalen

b)

Dit is een mengsel van een metaal met een kunststof

c)

Dit is een zuivere vorm van een kunststof

d)

Dit is een materiaal die kunststoffen harder maakt

20.

Wat zijn eigenschappen van metalen?

a)

Ze reageren met stoffen uit de lucht

b)

Ze geleiden warmte en stroom goed

c)

Ze zijn grijs van kleur

d)

Ze hebben een glanzend oppervlak als ze gepolijst zijn

e)

Ze zijn bijna allemaal vast bij kamertemperatuur

21.

Metalen die met water en zuurstof kunnen reageren noemen wij:

(a)  

22.

Bij chemische reacties kan energie vrijkomen of opgenomen worden.

Duid het meest correcte antwoord aan.

Vertering van voedingsstoffen (in je lichaam) is een...

a)

Exotherme reactie

b)

Endo-therme reactie

c)

Exo-energetische reactie

d)

Endo-energetische reactie

23.

Welke stof is wateroplosbaar

a)

Al2O3

b)

C6H14

c)

C2H5OH

d)

Fe

24.

Een stof die wateroplosbaar is

a)

Hydrofiel

b)

Hydrofoob

c)

bestaat uit ionen

d)

Een emulgator

25.

CH3S is een

a)

Metaal

b)

Zout

c)

Moleculaire stof

26.

KCl is een

a)

Metaal

b)

Zout

c)

Moleculaire stof