wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Overspanningsbeveiliging

Total questions: 12

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Wat wordt in dit schema uitgebeeld?

a)

Zc

b)

Ra

c)

Rb

d)

ΔT\Delta T  

2.

Welke beveiligingscomponenten kun je toepassen om een elektrische installatie tegen overspanning te beveiligen?

a)

Varistors

b)

Gasgevulde overspanningsafleider

c)

Overspanningsafleider met vast diëlektricum

d)

Zenerdioden

3.

Teken twee weerstanden die parallel staan in serie met een lamp.

4.

Overspanning kan ontstaan door schakelen.

Welke schakelverschijningen hebben we?

a)

In en uitschakelen van motoren en transformatoren.

b)

In en uitschakelen van licht.

c)

In en uitschakelen van computers.

d)

In en uitschakelen van condesatorbatterijen

5.

Circuitimpedantie kan ik meten in stand?

a)

1

b)

2

c)

4

d)

8

e)

7

6.

In een auto ben je beschermd tegen de bliksem door?

a)

De rubber banden.

b)

Je bent helemaal niet veilig in een auto.

c)

De kooi van Faraday.

d)

Doordat hij kan rijden.

e)

De Ohmse kooi.

7.

De stroom door R1 is 2 Ampère.

Hoeveel is de totaal stroom?

a)

2 A

b)

20A

c)

19A

d)

11A

8.

De weerstandswaarde R is?

a)

8Ω8\Omega

b)

3Ω3\Omega

c)

6Ω6\Omega

d)

2Ω2\Omega

9.

Wat zijn de uitgangspunten van de NEN-1010

a)

Ervoor zorgen dat iedereen een manier heeft om de installatie op een vakkundige wijze te monteren. Voorkomen dat er ongevallen gebeuren door onveilig gedrag van werknemers.

b)

Ervoor te zorgen dat iedereen zich aan de regelshoud van het elektrisch wetboek

c)

Het zijn richtlijnen die wettelijk en bestuursrechtelijk zijn voorgeschreven. Het is de leidraad voor de installateur.

d)

Voorkomen dat personen of dieren delen die onder spanning staan kunnen aanraken. Voorkomen dat er problemen ontstaan door een te hoge temperatuur van de toestellen of de kabels naar deze toestellen.

10.

Welke gegevens zijn nodig om de aardverspreidingsweerstand te kunnen bepalen?

a)

Wat is het stroomstelsel ter plaatse (TT of TN)

b)

Wat is de waarde van de hoofdzekering

c)

Wat is de waarde van de grootste afgaande groep

d)

Welke beveiliging is toegepast (soort en type)

e)

Wat voor type kabelschoenen je gebruikt

11.

Wat zijn de valkuilen van S1?

a)

Je steekt te weinig tijd in voorbereiding.

b)

Te globale en onvolledige instructie

c)

Uitleggen voor u routine zijn of te vanzelfsprekend

d)

Je stelt uw eigen vakmanschap als norm en werpt daarmee een te hoge drempel op.

e)

Je toetst niet of onvoldoende of uw medewerker het nu wel weet en kan.

12.

Wijze van aanleg bepaald?

a)

De toelaatbare aantal spoelen

b)

De toelaatbare aantal diodes

c)

De toelaatbare stroom

d)

De toelaatbare aantal condensatoren