wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Planten en ecologie

Total questions: 16

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Van welke vaten is dit:

Zijn wijd.

a)

Houtvaten

b)

Bastvaten

2.

Van welke vaten is dit:

Liggen aan de binnenkant van de vaatbundels.

a)

Houtvaten

b)

Bastvaten

3.

Van welke vaten is dit:

Hierdoor stroomt water met mineralen uit de wortels omhoog.

a)

Houtvaten

b)

Bastvaten

4.

Van welke vaten is dit:

Zijn smaller

a)

Houtvaten

b)

Bastvaten

5.

Van welke vaten is dit:

liggen aan de buitenkant van de vaatbundel

a)

Houtvaten

b)

Bastvaten

6.

Kijk goed naar de afbeelding. Het huidmondje van deze plant ligt bij de letter...

a)

P

b)

Q

c)

R

7.

Kijk goed naar de afbeelding. Het transportweefsel van deze plant ligt bij de letter...

a)

P

b)

Q

c)

R

8.

De plant maakt in het daglicht .... en gebruikt hiervoor onder andere ...

a)

suiker, zuurstof

b)

suiker, water

c)

koolstofdioxide, water

d)

koolstofdioxide, zuurstof

9.

Welke van onderstaande factoren is biotisch?

a)

reducenten

b)

bodemvochtigheid

c)

waterdiepte

d)

grondsoort

10.

De onderstaande factoren bepalen hoeveel muizen in een gebied kunnen voorkomen. Welke van deze factoren zijn abiotische factoren?

a)

Hoeveelheid regen er jaarlijks in een gebied valt

b)

De boomsoorten die in het gebied voorkomen

c)

Hoeveel roofvogels er in het gebied voorkomen

d)

Hoeveel parasieten er in het gebied voorkomen

11.

Het aantal individuen van een bepaalde soort die samen leven in een bepaald gebied, noemen we ook wel een...….

a)

ecosysteem

b)

populatie

c)

samenleving

d)

levensgemeenschap

12.

Planten en algen vervullen in een ecosysteem de rol van ……………………...……...

a)

producenten

b)

reducenten

c)

consumenten van de eerste orde

d)

consumenten van de tweede orde

13.

Welke voedselketen is juist

a)

gras - koe - mens

b)

mens - koe - gras

c)

mens --> koe --> gras

d)

gras --> koe --> mens

14.

Welk cijfer geeft de fotosynthese aan?

a)

1

b)

2

c)

4

d)

5

15.
Hoe noem je alle abiotische factoren samen?
a)
ecosysteem
b)
bioom
c)
biotoop
d)
biosfeer
16.
Hoe noem je alle biotische en abiotische factoren samen?
a)
ecosysteem
b)
bioom
c)
biotoop
d)
biosfeer