wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Zintuigen

Total questions: 42

Worksheet time: 22mins

Name
Class
Date
1.
Uit welke twee lagen bestaat de opperhuid?
a)
opperhuid en kiemlaag
b)
hoornlaag en opperhuid
c)
hoornlaag en kiemlaag
d)
kiemlaag en lederhuid
2.
Wat zijn je zintuigen?
a)
ogen, oren, mond, neus, handen
b)
ogen, tong, oren, huid, neus
c)
ogen, voeten, mond, huid, neus
d)
ogen, oren, tong, huid, gevoel
3.
In welke laag van de huid vind je de zweetkliertjes?
a)
Opperhuid
b)
Lederhuid
c)
Onderhuids bindweefsel
4.
Welke nummer is haar
a)
1
b)
4
c)
7
d)
8
5.
nummer 2 is?
a)
haarvat
b)
bloedvat
6.
Welk nummer is de zweetklier
a)
6
b)
1
c)
14
d)
5
7.
Welke nummer is de oorgang
a)
1
b)
2
c)
3
d)
4
8.
Welke nummers  hamer en aambeeld en stijgbeugel
a)
4, 5 en 10
b)
3, 4 en 5
c)
3, 4 en 6
d)
4 , 5 en 9
9.
Wat is nummer 10
a)
oorgang
b)
trommelvlies
c)
buis van eustachius
d)
oorzenuw
10.
welk nummer is het slakkenhuis?
a)
6
b)
7
c)
8
d)
9
11.
Regelt de luchtdruk in de trommelvlies
a)
hamer en aambeeld
b)
buis van eustachius
c)
slakkenhuis
12.
vervoert impulsen naar de hersenen
a)
slakkenhuis
b)
buis van eustachius
c)
oorzenuw
d)
trommelvlies
13.

met welk orgaan gebruik je jouw smaakzintuigen

a)

tanden

b)

neus

c)

tong

d)

ogen

14.

welke zintuig heeft je huid

a)

reukzintuigen

b)

lichtzintuigen

c)

tastzintuigen

d)

smaakzintuigen

15.

je zintuigen vangen elke (a)   uit je omgeving op en geven de informatie door aan de hersenen

16.

elk zintuig zet prikkels om in een....

a)

zenuw

b)

prikkel

c)

impuls

d)

elektrische signaal

17.

Elk zintuig is gevoelig voor

a)

dezelfde prikkel

b)

geen prikkel

c)

veel prikkels

d)

een eigen prikkel

18.

In de zintuigen wordt van een prikkel een

a)

taak gemaakt

b)

afdruk gemaakt

c)

impuls gemaakt

d)

inpuls

19.

Een impuls is een bericht met

a)

informatie

b)

nieuws

c)

geluid

d)

geen idee

20.

Wat kun je met je zintuigen doen?

a)

informatie uit je omgeving zien

b)

informatie uit je omgeving waarnemen

c)

informatie uit je omgeving horen

21.

Welke antwoorden zijn een voorbeeld van prikkels? Meerdere antwoorden zijn goed.

a)

Licht en geur

b)

Pijn en geluid

c)

Huid en tong

d)

Smaakzintuig en reukzintuig

22.

Bewust worden gebeurt in de spieren.

a)

Juist

b)

Onjuist

23.
Het zenuwstelsel bestaat uit:
a)
hersenen en zenuwen
b)
hersenen en ruggenmerg
c)
hersenen en perifere zenuwen
d)
hersenen, ruggenmerg en zenuwen
24.

Waar of niet waar? Je bent pas bewust van iets van buitenaf als het signaal in je grote hersenen is verwerkt

a)

Waar

b)

Niet waar

25.

wanneer je iets eet en het is koud, dan reageren bepaalde zintuigen dit waar. Welke?

a)

koude zintuigen

b)

warmte en koudezintuigen

c)

smaakzintuigen

d)

smaak en koudezintuigen

26.

De huid kent 3 lagen, nummer 3,4 en 5. Wat is de naam van nummer 3?

a)

lederhuid

b)

onderhuidsbindweefsel

c)

opperhuid

27.

Één van de taken van de huid is...

a)

bescherming tegen infecties

b)

bescherming tegen uitdroging

c)

regelen van temperatuur

d)

alle bovenstaande antwoorden zijn goed

28.

In de tekening is nummer 11 ...

a)

het slakkenhuis

b)

de gehoorzenw

c)

de trommelholte

d)

de gehoorgang

29.

In de tekening is nummer 12 ...

a)

de Buis van Eustachius

b)

de gehoorzenw

c)

de trommelholte

d)

de gehoorgang

30.

In de trommelholte bevinden zich de gehoorbeentjes. De taak van de gehoorbeentjes is...

a)

het opvullen van de trommelholte

b)

het geluid doorgeven en versterken naar het slakkenhuis

c)

de verbinding tussen het trommelvlies en het evenwichtsorgaan

31.

Het oog is het zintuig om licht op te vangen. In welke laag van het oog bevinden zich de zintuigen voor het licht?

a)

harde oogvlies

b)

vaatvlies

c)

netvlies

32.

In welke deel van het oog bevinden zich geen zintuigen om een goed beeld te kunnen vormen?

a)

blinde vlek

b)

gele vlek

33.

Het oog licht beschermd in de oogkas van de schedel. Hoe wordt het oog vochtig en schoon gehouden?

a)

Door de aanwezigheid van de wimpers

b)

Doordat de oogleden knipperen

c)

Door de aanwezigheid van wenkbrauwen

34.

In de tekening is nummer 2 ...

a)

de Buis van Eustachius

b)

de gehoorzenw

c)

de trommelholte

d)

de gehoorgang

35.

Wat is de naam van nummer 2?

a)

lens

b)

glasachtig lichaam

c)

hoornvlies

d)

pupil

36.

Wat is de naam van nummer 13?

a)

lens

b)

glasachtig lichaam

c)

hoornvlies

d)

pupil

37.

Wat is de naam van nummer 8?

a)

lens

b)

glasachtig lichaam

c)

hoornvlies

d)

pupil

38.

In de tekening is nummer 9 ...

a)

de Buis van Eustachius

b)

de gehoorzenw

c)

het evenwichtsorgaan

d)

de gehoorgang

39.

Je telefoon gaat af en je pakt met je hand de telefoon op. Wat is hier de prikkel?

a)

Je telefoon

b)

Het geluid van de telefoon

c)

Je hand die de telefoon oppakt.

40.
Op de afbeelding zie je 
a)
de grijpreflex
b)
de terugtrekreflex
c)
de kniepeesreflex
d)
de pupilreflex
41.
Is dit een prikkel of een impuls?
a)
prikkel
b)
impuls
42.
Centraal zenuwstelsel bestaat uit:
a)
hersenen en ruggemerg
b)
hersenen en perifere zenuwen
c)
hersenen en mororische zenuwen
d)
hersenen ruggenmerg en perifere zenuwen