Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Spelling: samenstellingen

Total questions: 20

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

lente + dagen =

(a)  

2.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

onderwijs + inspectie =

(a)  

3.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

bruine + bonen + soep =

(a)  

4.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

vijf + honderd =

(a)  

5.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

spijker + broek =

(a)  

6.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

goed + koop =

(a)  

7.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

een goed + koop + spijker + broek =

(a)  

8.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

blinde + darm + ontsteking =

(a)  

9.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

wereld + godsdienst =

(a)  

10.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

goede + grap =

(a)  

11.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

ik ben hoog + opgeleid =

(a)  

12.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

wind + dicht + hard + loop + jack =

(a)  

13.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

daar + in =

(a)  

14.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

mee + fietsen =

(a)  

15.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

dicht + bevolkt =

(a)  

16.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

rode + vlekjes =

(a)  

17.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

lange + nep + nagels =

(a)  

18.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

hier + van =

(a)  

19.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

stapel + verliefd =

(a)  

20.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

een steile + trap

(a)