WorksheetsSpelling: samenstellingen
Total questions: 20
Worksheet time: 20mins
Maak goede samenstellingen.
Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot
lente + dagen =
(a)
Maak goede samenstellingen.
Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot
onderwijs + inspectie =
(a)
Maak goede samenstellingen.
Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot
bruine + bonen + soep =
(a)
Maak goede samenstellingen.
Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot
vijf + honderd =
(a)
Maak goede samenstellingen.
Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot
spijker + broek =
(a)
Maak goede samenstellingen.
Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot
goed + koop =
(a)
Maak goede samenstellingen.
Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot
een goed + koop + spijker + broek =
(a)
Maak goede samenstellingen.
Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot
blinde + darm + ontsteking =
(a)
Maak goede samenstellingen.
Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot
wereld + godsdienst =
(a)
Maak goede samenstellingen.
Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot
goede + grap =
(a)
Maak goede samenstellingen.
Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot
ik ben hoog + opgeleid =
(a)
Maak goede samenstellingen.
Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot
wind + dicht + hard + loop + jack =
(a)
Maak goede samenstellingen.
Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot
daar + in =
(a)
Maak goede samenstellingen.
Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot
mee + fietsen =
(a)
Maak goede samenstellingen.
Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot
dicht + bevolkt =
(a)
Maak goede samenstellingen.
Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot
rode + vlekjes =
(a)
Maak goede samenstellingen.
Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot
lange + nep + nagels =
(a)
Maak goede samenstellingen.
Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot
hier + van =
(a)
Maak goede samenstellingen.
Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot
stapel + verliefd =
(a)
Maak goede samenstellingen.
Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot
een steile + trap
(a)
