wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk 7 & 8 herhaling

Total questions: 37

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de Europeese Unie?

a)

Een continent

b)

Een samenwerking tussen landen die in Europa liggen

c)

Een onderdeel van de regering

d)

Een Europees leger

2.

In de Europeese Unie is GEEN

a)

Vrij verkeer van goederen

b)

Vrij verkeer van kapitaal

c)

Vrij verkeer van mensen

d)

Vrij verkeer van grondstoffen

3.

De zeeën en oceanen zijn niet van specifieke landen maar gedeeld

a)

waar

b)

niet waar

c)

alleen dichtbij de kust hebben landen specifieke rechten over de zee

4.

Hoeveel kilometer van de kust af is nog grondgebied van een land

a)

5

b)

22

c)

45

d)

100

5.

Exclusieve Economische Zone is een begrip wat ik moet kennen voor de toets

a)

waar

b)

niet waar

6.

Een Exclusieve Economische Zone is het zelfde als een territorium van een land

a)

ja

b)

nee, want landen hebben daar geen rechten

c)

nee, want landen hebben daar alleen recht op als er oorlog is

d)

nee, want landen hebben daar wel recht op grondstoffen maar verder geen macht

7.

Hoeveel leden heeft de Europeese Unie?

a)

5

b)

15

c)

28

d)

38

8.

Het Europees parlement is het enige democratisch gekozen orgaan van de Europese Unie

a)

waar

b)

niet waar

9.

Dezelfde mensen in de Europese Unie maken de wetsvoorstellen en beslissen hier over

a)

ja

b)

nee, de Europese commissie maakt ze en de raad van ministers beslist

c)

nee, de Europese commissie maakt ze en het Europees parlement beslist

d)

nee, de Raad van ministers maakt ze en de Europese commissie beslist

10.

De Raad van Ministers bestaat altijd uit dezelfde mensen

a)

nee, ze rouleren per land

b)

ja

c)

nee, het hangt van het onderwerp af

11.

Waarom zouden landen lid willen zijn van de EU?

a)

Het brengt stabiliteit

b)

Het geeft meer macht & invloed

c)

Het opent grenzen dus het leven voor burgers is gemakkelijker

d)

Alle antwoorden zijn goed

12.

Als je lid wordt van de EU verlies je soevereiniteit

a)

waar

b)

niet waar

13.

Hoeveel kost het Nederland per burger om lid te zijn van de EU?

a)

100 euro

b)

160 euro

c)

200 euro

d)

210 euro

14.

Waarom breidt de EU zich niet verder uit?

a)

Er zijn geen landen die lid willen worden

b)

Landen zijn niet stabiel genoeg om lid te worden

c)

Dit maakt het politieke proces binnen de EU nog ingewikkelder

d)

Ze zijn bang voor China

15.

De Brexit wat de eerste keer dan een land de EU verliet

a)

waar

b)

niet waar

16.

Het Verenigd Koninkrijk verliet de EU omdat ze vonden dat de EU

a)

te duur was

b)

te veel macht had

c)

te groot was geworden

d)

ze bang waren dat Rusland hen zou aanvallen

17.

Het Verenigd Koninkrijk gaf de EU de schuld van hun economische crisis

a)

waar

b)

niet waar

18.

Schotland en Ierland (beide onderdeel van het Verenigd Koninkrijk wilden ook uit de EU

a)

ja

b)

nee, alleen Schotland wilde ook een Brexit

c)

nee, alleen Ierland wilde ook een Brexit

d)

nee, beide wilde in de EU blijven

19.

Tussen Noord Ierland (geen EU land) en Ierland (wel EU land) reizen elke dag ongeveer 25 000 mensen heen en weer

a)

waar

b)

niet waar

20.

Tussen Ierland en Noord Ierland is nu een grenscontrole in import heffingen voor handel

a)

waar

b)

niet waar

21.

De harde grens tussen Ierland en Noord Ierland leidt niet tot

a)

Culturele spanningen

b)

Meer rust in het grens gebied

c)

Veel bureaucratie

d)

Een economisch nadeligere positie voor Noord Ierland

22.

Het liefste zou ik tijdens de Ak lessen

a)

Veel opdrachten uit het boek maken

b)

Veel uitleg krijgen

c)

Veel opdrachten door de docent verzonnen maken

d)

Veel zelfstandig werken

23.

Wat is een natuurlijke grens?

a)

Een kunstmatige grens die een natuurlijke terreinvorm volgt (zoals een rivier of gebergte)

b)

Een natuurlijke grens van bomen of rivieren

c)

Een grens die door mensen is bedacht

d)

Een grens die makkelijk te passeren is en niet vastligt

24.

Als je zichtbaar moeite moet doen om een grens over te steken dan is het een

a)

gesloten grens

b)

harde grens

c)

dichte grens

d)

een grens die op slot zit

25.

Waar of niet waar: grenzen kunnen veranderen

a)

waar

b)

niet waar

26.

Wat is geen voorbeeld van cultuur?

a)

taal

b)

omgangsvormen

c)

tradities

d)

inkomen

27.

waar of niet waar: je sociale status is onderdeel van je identiteit

a)

waar

b)

niet waar

28.

Groepen met een sterkte identiteit willen graag .... maar krijgen dat vaak niet

a)

Geen andere identiteiten hebben

b)

Dichtbij elkaar blijven wonen

c)

Hun taal erkent als officiële taal

d)

Een eigen een eigen stuk grondgebied

29.

Als je nieuw bent in een groep dan is er eerst

a)

insluiting dan uitsluiting

b)

alleen insluiting

c)

uitsluiting dan insluiting

d)

alleen uitsluiting

30.

In je territorium

a)

heb je recht op alle grondstoffen

b)

kan je zelf wetten en regels maken

c)

heb je geen recht op de zee die aan je land grenst

d)

hoef je niet te letten op je luchtruim

31.

Welke grens komt niet voor in Nederland

a)

gemeentelijke grenzen

b)

bestuurlijke grenzen

c)

provincie grenzen

d)

zeegrenzen

32.

Als je je regionale identiteit belangrijker vind dat je nationale identiteit noem je dit

a)

nationalisme

b)

regionalisme

c)

lokalisme

d)

absolutisme

33.

Bij open grenzen

a)

zijn er veel grens controles

b)

zijn er strenge regels over wat je mee mag nemen

c)

zijn geen regels over wat je mee mag nemen

d)

zijn er weinig grenscontroles

34.

Wat is geen nadeel van een open grens?

a)

de regels van verschillende landen zijn niet altijd hetzelfde

b)

Veel mensen emigreren naar het buitenland

c)

Er is meer concurrentie door het buitenland

d)

werkende nederlanders zijn we kwijt aan België

35.

waar of niet waar? Pluriformiteit komt weinig voor in Nederland

a)

waar

b)

niet waar

36.

Sociale samenhang komt door

a)

betrokkenheid

b)

participatie

c)

geen van beide

d)

beide

37.

Als mensen niet goed aan elkaar kunnen wennen dan ontstaat er

a)

toleratie

b)

segregatie

c)

integratie

d)

participatie