wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling H4 en H5

Total questions: 12

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Van een monopolist staan hiernaast de prijsafzetlijn (P), de lijn van de marginale opbrengsten (MO), de gemiddelde totale kosten (GTK), en de lijn van de marginale kosten (MK). Welk doelstelling heeft het bedrijf, als ze streeft naar een afzet van q=5?

a)

Maximale totale winst.

b)

Maximale totale omzet.

c)

Een zo groot mogelijke winst per product.

d)

Kostendekking (break-even punt).

2.

Van een monopolist staan hiernaast de prijsafzetlijn (P), de lijn van de marginale opbrengsten (MO), de gemiddelde totale kosten (GTK), en de lijn van de marginale kosten (MK). Welk doelstelling heeft het bedrijf, als ze streeft naar een afzet van q=4?

a)

Maximale totale winst.

b)

Maximale totale omzet.

c)

Een zo groot mogelijke winst per product.

d)

Kostendekking (break-even punt).

3.

Van een monopolist staan hiernaast de prijsafzetlijn (P), de lijn van de marginale opbrengsten (MO), de gemiddelde totale kosten (GTK), en de lijn van de marginale kosten (MK). Welke prijs moet de monopolist hanteren om de winst te maximaliseren?

a)

€ 3,90

b)

€ 5

c)

€ 6

d)

€ 7,25

4.

Van een monopolist staan hiernaast de prijsafzetlijn (P), de lijn van de marginale opbrengsten (MO), de gemiddelde totale kosten (GTK), en de lijn van de marginale kosten (MK). Welke prijs moet de monopolist hanteren om de omzet te maximaliseren?

a)

€ 3,90

b)

€ 5

c)

€ 6

d)

€ 7,25

5.

Van een monopolist staan hiernaast de prijsafzetlijn (P), de lijn van de marginale opbrengsten (MO), de gemiddelde totale kosten (GTK), en de lijn van de marginale kosten (MK). Selecteer de afzetniveaus waarbij er sprake is van een break-even punt.

a)

e

b)

f

c)

g

d)

h

6.

Van een monopolist staan hiernaast de prijsafzetlijn (P), de lijn van de marginale opbrengsten (MO), de gemiddelde totale kosten (GTK), en de lijn van de marginale kosten (MK). Welk oppervlak geeft het consumentensurplus correct weer als de monopolist streeft naar maximale totale omzet?

a)

adh

b)

abl

c)

ckfd

d)

ack

7.

Van een monopolist staan hiernaast de prijsafzetlijn (P), de lijn van de marginale opbrengsten (MO), de gemiddelde totale kosten (GTK), en de lijn van de marginale kosten (MK). Selecteer de afzetniveaus waarbij er sprake is van een break-even punt.

a)

e

b)

f

c)

g

d)

h

8.

Een monopolist kan zelf zijn prijs bepalen. Welke lijn geeft de verzameling prijzen aan waaruit de monopolist moet kiezen?

a)

Maakt niet uit

b)

Collectieve aanbodcurve (qa)

c)

Collectieve vraagcurve (qv)

d)

Geen van deze antwoorden is juist

9.

Prijsdiscriminatie heeft alleen zin als:

a)

de markt te splitsen is in deelmarkten

b)

de consumenten verschillende betalingsbereidheid hebben

c)

de deelmarkten verschillende prijselasticiteiten van de vraag hebben

d)

geen van allen

10.

Twee beweringen over volkomen concurrentie:

I: Bij volkomen concurrentie is er sprake van een heterogeen goed.

II: Bij volkomen concurrentie heeft de individuele aanbieder geen invloed op de prijs.

Welke bewering(en) is/zijn juist?

a)

Beide beweringen zijn juist.

b)

Bewering I is juist, bewering II is onjuist.

c)

Bewering II is juist, bewering I is onjuist.

d)

Beide beweringen zijn onjuist.

11.

De optimale welvaart wordt bereikt bij een q van.....

a)

160

b)

80

c)

100

d)

200

12.

Waarom gaat een producent op korte termijn door met produceren als hij verlies maakt?

a)

Omdat de constante kosten worden terugverdiend.

b)

Omdat de totale kosten worden terugverdiend.

c)

Omdat de variabele kosten worden terugverdiend.