wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3.3. en 3.4

Total questions: 23

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Waar of niet waar?: In een land met veel welvaart zijn de mensen rijk.

a)

Waar

b)

Niet waar

2.

Wat zijn twee gevolgen van de welvaart in Amerika in 1920?

a)

De lonen van werknemers stegen

b)

Meer mensen werden werkloos

c)

De industrieproducten werden goedkoper

d)

Er kwamen meer omroepen

3.

Welk begrip hoort bij deze uitleg?: aankoop van goederen

a)

Consumptie

b)

Krediet

c)

Uitkering

d)

Mentaliteit

4.

Hoe worden de jaren 20 in Amerika genoemd?

a)

Roaring Twenties

b)

Boring Twenties

c)

Sad Twenties

d)

Happy Twenties

5.

Wat veranderden aan de mentaliteit in Amerika?

a)

Mensen wilden meer consumeren en genieten

b)

Mensen wilden meer werken

c)

Mensen wilden minder genieten

d)

Mensen wilden meer oorlog

6.

Waar streven conservatieven naar in de politiek?

a)

Het behoud van bestaande toestanden

b)

Naar gelijkheid

c)

Vrijheid

d)

Grondige veranderen

7.

Wie werd de leider van Italië in 1922?

a)

Mussolini

b)

Stalin

c)

Hitler

d)

Lenin

8.

Was Mussolini voor of tegen democratie?

a)

Voor

b)

Tegen

9.

Welk begrip wordt hier omschreven?: Geheel van ideeën over de samenleving.

(a)  

10.

Waar of niet waar: het fascisme is racistisch.

a)

Waar

b)

Niet waar

11.

Welk begrip wordt hier omschreven?: verspreiding van ideeën

(a)  

12.

In welk jaar brak de economische crisis uit in Amerika?

a)

1929

b)

1920

c)

1939

d)

1935

13.

Welke kenmerken horen bij een economische crisis?

a)

Weinig werk

b)

Veel werk

c)

Veel armoede

d)

Veel rijkdom

14.

Waardoor verspreidde de economische crisis naar de rest van de wereld?

a)

Internationale handelscontacten

b)

De radio

c)

Het vliegtuig

d)

De auto

15.

Waarom moesten mensen stempelen om een uitkering te krijgen?

a)

Om te kunnen reizen

b)

Om hun stem uit te brengen

c)

Om zwartwerken te voorkomen

16.

Welke ideologie hoort bij Hitler?

a)

Nationaalsocialisme

b)

Conservatieven

c)

Fascisme

d)

Communisme

17.

In welk jaar werd Hitler de leider van Duitsland

a)

1932

b)

1920

c)

1940

d)

1939

18.

Welk ras was volgens Hitler het beste ras?

(a)  

19.

Iemand die voor beperkte verandering is noem je

(a)  

20.

Hoe heten de speciale troepen van Hitler?

(a)  

21.

Wat is een reden waarom Hitler populair werd in Duitsland?

a)

Hij was knap

b)

Hij had veel geld

c)

Hij beloofde de werkloosheid te verlagen

d)

Hij had veel wapens

22.

Welk begrip past bij deze omschrijving?: systematisch opdringen van ideeën

(a)  

23.

Waarom staan deze mensen in de rij?

a)

Om hun geld op te halen

b)

Om te stempelen

c)

Voor voedsel

d)

Om te vechten in de oorlog