wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Energieverbruik

Total questions: 10

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Welk apparaat gebruikt de meeste energie op een dag?

a)

Waterkoker

b)

Koelkast

c)

LCD TV

d)

Ouderwetse gloeilamp

2.

Welk apparaat gebruikt de meeste energie op een dag?

a)

Waterkoker

2000W

b)

Koelkast

200W

c)

LCD TV

100W

d)

Lamp 40W

3.

Watt (W) staat voor het vermogen (P) van een apparaat. Het geeft aan hoeveel energie het per seconde verbruikt.

Welke formule gebruik je om de hoeveelheid energie (E) te berekenen.

a)

E = P / t

b)

E = P * t

c)

E = t / P

4.

Het maakt dus uit hoelang je het apparaat gebruikt.

Welk apparaat gebruikt de meeste energie per dag?

(Reken het uit)

a)

Waterkoker, 2000W,

2 minuten per dag

b)

Koelkast, 200W,

de hele dag

c)

LCD TV, 100W,

3 uur per dag

d)

Gloeilamp, 40 W,

6 uur per dag

5.

Van veel apparaten wordt vermeld hoeveel energie het verbruikt per jaar. De eenheid van deze hoeveelheid energie is kilowattuur (kWh).

Gebruik de formule E = P * t

Wat zijn nu de eenheden voor vermogen en tijd?

a)

Vermogen (P): Watt

Tijd (t): uur

b)

Vermogen (P): Watt

Tijd (t): minuut

c)

Vermogen (P): kilowatt

Tijd (t): seconde

d)

Vermogen (P): kilowatt

Tijd (t): uur

6.

Op het energielabel van een Quooker (kokendwater kraan) staat dat het energieverbruik per jaar 511kWh is. Bereken het vermogen.

(E = P * t)

a)

ongeveer 1 kilowatt

b)

ongeveer 60 Watt

c)

Ongeveer 1 Watt

d)

Ongeveer 100 watt

7.

Aha, nu snap ik wat ze bedoelen met het energieverbruik op energielabels

a)

Yep

b)

Voor een Quooker snap ik het wel

c)

Nee, hoezo is het per jaar?

d)

Ik ga wel even het boek lezen

(p 93-94)

8.

Gebruik: P = U * I

Bereken de spanning over een lamp van 12 W bij 0,5 A stroomsterkte.

a)

24 V

b)

12 V

c)

6 V

d)

3 V

9.

Op stopcontacten in Nederland staat altijd een spanning van 230V. Bereken de stroomsterkte door een strijkijzer van 2200 W.

(P = U * I)

a)

5,1*105A

b)

0,10 A

c)

200A

d)

9,6A

10.

Ik kan rekenen met de formules:

E = p * t

en

P = U * I

a)

Ja

b)

Een beetje

(ik zal nog wat oefenen met het boek. H3.4)

c)

Nee, echt niet, ik lees het boek liever (p92-96)