wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

media

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

wat is communicatie?

a)

praten

b)

het doorgeven van kennis

c)

contact willen met anderen

d)

lichaamstaal

2.

een telefoongesprek is een voorbeeld van

a)

visuele communicatie

b)

verbale communicatie

c)

fysieke communicatie

d)

kennis

3.

het middel waarmee informatie wordt doorgezonden heet ook wel een:

a)

medium

b)

zender

c)

ontvanger

d)

communicatie

4.

wat is een voorbeeld van sociale media:

a)

tv

b)

mobiel

c)

facebook

d)

de krant

5.

welk van de volgende is een voorbeeld van massamedia?

a)

een mail van je baas

b)

de website nu.nl

c)

het dagboek van je zus

d)

je diploma

6.

deze zender heeft vooral inkomsten uit reclame.

dit is een omschrijving van :

a)

een publieke omroep

b)

massamedia

c)

commerciële omroep

d)

social media

7.

wat is een voorbeeld van een commerciële omroep?

a)

npo1

b)

bnn

c)

sbs6

d)

avrotros

8.

deze zender krijgt vooral geld van de overheid, dit is een:

a)

publieke omroep

b)

massamedia

c)

commerciële omroep

d)

social media

9.

welke is een voorbeeld van een publieke omroep?

a)

rtl4

b)

veronica

c)

sbs6

d)

npo3

10.

voor welke vier dingen gebruiken we de media?

a)

nieuws, ontspanning, identiteit en contacten

b)

ontspanning, identiteit, massamedia en social media

c)

nieuws, ontspanning, identiteit en massamedia

d)

contacten, identiteit, nieuws en social media

11.

reclame maakt vooral gebruik van:

a)

gevoelens, feiten en social media

b)

ideaalbeelden, bekende mensen en jongeren

c)

bekende mensen, gevoelens en ideaalbeelden

d)

goede muziek, feiten en ideaalbeelden

12.

hoeveel reclame mag er volgens de wet per uur worden uitgezonden?

a)

niet meer dan 10 minuten

b)

niet meer dan 12 minuten

c)

niet meer dan 15 minuten

d)

maximaal 30 minuten

13.

Welke twee voorbeelden horen bij het begrip non-verbale communicatie?

a)

Duim opsteken en knipogen

b)

Twitteren en verkeersborden.

14.
Wat is een voorbeeld voor tweezijdige communicatie?
a)
Een e-mail.
b)
Telefoongesprek.
c)
Een boek.
d)
Toespraak door de koning.
15.
Wat is een belangrijk kenmerk van massacommunicatie?
a)
Het gaat om meerzijdige communicatie.
b)
De informatie is voor iedereen bedoeld.
c)
Een medium (middel) is noodzakelijk.
d)
Het gaat om verbale communicatie.