wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Observeren en Rapporteren final

Total questions: 18

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Welke observatiemethode wordt vaak gebruikt bij instellingen, omdat deze zo duidelijk is?

a)

Protocollaire observatie

b)

Contextuele observatie

c)

Interval observatie

2.

Op elke woensdag middag om 15.00 uur observeert Henk dezelfde cliënt.

Is hier sprake van een intervalobservatie?

a)

Ja

b)

Nee

3.

Bij een vrije observatie (ongestructureerd) weet je precies wat je wil observeren bij de cliënt.

a)

Ja

b)

Nee

4.

Waarom is de participerende observatie methode praktisch?

a)

Je hoeft niet zo veel voor te bereiden

b)

Je kan stoppen wanneer jij wilt

c)

Je hebt niemand nodig om jouw taken over te nemen

d)

Het is een snelle observatiemethode, goed als je weinig tijd hebt

5.

Waarom helpen video opnames goed bij een contextuele observatie?

a)

Je bent lang bezig, dus kan je hierdoor even terugkijken

b)

Er gebeurt veel, waardoor je niet alles kan zien

c)

Je hoeft dan minder op te letten, want je kan het terugkijken

d)

Zo weet de cliënt dat diegene geobserveerd wordt.

6.

Waarnemen is...

a)

Het bewust worden van de wereld mbv onze zintuigen

b)

Het bewust, systematisch en doelgericht waarnemen

c)

In situaties signalen opvangen van of over een cliënt.

7.

Observeren is...

a)

Een op mening gebaseerde zaak vormen.

b)

Een op feiten gebaseerde mening vormen

c)

Iets aandachtig bekeken

8.

Wat is signaleren?

a)

Bewust, systematisch en doelgericht waarnemen

b)

Bewust worden van de wereld mbv onze zintuigen

c)

In situaties signalen opvangen van of over een cliënt

9.

Wat is het verschil tussen waarnemen en observeren?

a)

Bij waarnemen gebruik je zintuigen en bij observeren niet

b)

Bij observeren ben je doelbewust bezig

c)

Bij waarnemen hoef je niet te handelen, bij observeren wel

d)

Bij observeren mag je interpreteren

10.

Mag je woorden zoals ''vaak'', ''soms'', ''af en toe'', ''voortdurend'' gebruiken in een rapport?

a)

Ja

b)

Nee

11.

Is hier sprake van een objectieve, of subjectieve rapportage?

De vrouw loopt om de vijf minuten naar de badkamer toe.

a)

Objectief

b)

Subjectief

12.

Is hier sprake van een objectieve, of subjectieve rapportage?

Lianne is best wel moe vandaag.

a)

Objectief

b)

Subjectief

13.

Is hier sprake van een objectieve, of subjectieve rapportage?

Meneer is erg zwaar aan het worden.

a)

Subjectief

b)

Objectief

14.

Is hier sprake van een objectieve, of subjectieve rapportage?

Mevrouw gaat te weinig naar haar familie toe.

a)

Subjectief

b)

Objectief

15.

Wat is het horns effect, van het halo & horns-effect?

a)

Wanneer één slecht ding jouw hele mening van een persoon beïnvloed.

b)

Wanneer één goed ding jouw hele mening van een persoon beïnvloed

c)

Wanneer een cliënt lastig doet en niet naar jou wilt luisteren.

16.

Is de volgende zin volledig objectief?

Meneer De Groot heeft vandaag niks gezegd in de groep. Hij kijkt voor zich uit terwijl hij met zijn been de hele dag op de vloer tikt.

a)

Ja

b)

Nee

17.

Is de volgende zin volledig objectief?

De man ziet er redelijk oud uit, maar werkt nog vrij hard voor zijn leeftijd.

a)

Ja

b)

Nee

18.

Bij schriftelijk rapporteren....

(meerdere antwoorden mogelijk)

a)

gebruik je duidelijk en correcte taal.

b)

Bekijk je of de ander het wel begrijpt.

c)

Vermijd je etikettering.

d)

vertel je dit in een logische volgorde.