wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Feit, mening en vooroordelen

Total questions: 17

Worksheet time: 32mins

Name
Class
Date
1.

Die film duurt 160 minuten.

a)

Feit

b)

Mening

2.

Dit waren de saaiste uren uit mijn leven!

a)

Feit

b)

Mening

3.

Wat is geen uitspraak die past bij een feit?

a)

Het is te controleren.

b)

Het zegt wat één persoon ervan vindt

c)

Je kunt het bewijzen

4.

Gamen is tijdverlies.

a)

Feit

b)

Mening

5.

Brussel is de hoofdstad van België.

a)

Feit

b)

Mening

6.

Het is een mooie zonsondergang.

a)

Feit

b)

Mening

7.
voor een goede mening heb je drie dingen nodig
a)
feiten, vooroordelen en een onderzoek
b)
feiten, thema's en een argument
c)
dingen moeten van verschillende kanten worden bekeken, thema's en argumenten
d)
feiten, argumenten en iets moet van verschillende kanten bekeken worden
8.
De nieuwe jongen in onze klas kleedt zich nogal ouderwets. Hij zal wel zo iemand zijn die nooit weggaat en altijd met zijn neus in de boeken zit.
a)
stereotype
b)
vooroordeel
c)
discriminatie
9.

Als ik me Schotten voorstel, zie ik mannen met een grote, witte snor, een doedelzak en schotse rok voor me.

a)

stereotype

b)

vooroordeel

c)

discriminatie

10.
Haar moeder heeft nog met mijn pa in de klas gezeten. Mijn pa zei dat haar moeder een goede studente was, dus zal mijn klasgenoot ook wel sterk zijn.
a)
stereotype
b)
vooroordeel
c)
discriminatie
11.
Ze is een typisch blondje: gelnagels, kortgerokt, hoge hakken.
a)
stereotype
b)
vooroordeel
c)
discriminatie
12.
Juist of onjuist. Een vooroordeel is een mening hebben over iets of iemand die niet op feiten is gebaseerd.
a)
Juist
b)
Onjuist
13.

je zegt dan iets over iets of iemand zonder dat je de feiten goed kent.

a)

feit

b)

mening

c)

vooroordeel

14.

Moslims doen hun schoenen uit als ze de moskee binnengaan.

a)

feit

b)

mening

c)

vooroordeel

15.

Een DOZIJN rode rozen zijn twaalf rozen.

a)

feit

b)

mening

c)

vooroordeel

16.

Je moet respect hebben voor anderen

a)

feit

b)

mening

c)

vooroordeel

17.
Dit is een voorbeeld van
a)
een stereotype
b)
een vooroordeel
c)
discriminatie