wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

werkwoordspelling herhalen

Total questions: 28

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.
melden
De leerling ............ zich gisteren bij de receptie.
a)
melden
b)
melde
c)
meldde
d)
.meldt
2.
bakken
De ............... frietjes smaakten goed.
a)
gebakke
b)
gebakte
c)
gebakken
d)
gebakten
3.
sturen
Ik heb een mailtje ............... naar de Bossche Vakschool.
a)
gestuurt
b)
gestuurd
c)
stuurde
d)
sturend
4.
aandurven
De docent heeft het niet meer ...........om er iets te zeggen.
a)
aangedurfd
b)
aangedurft
c)
durfde aan
d)
gedurfd
5.
zoeken
De ............ crimineel werd gearresteerd door de politie.
a)
gezoekte
b)
gezocht
c)
gezochten
d)
gezochte
6.
afsnijden
Hans ............ elke dag een stukje worst .....
a)
snijdt af
b)
sneed af
c)
snijd af
d)
snijdde
7.
knoeien
Het broertje van Chadi heeft op de tafel.............
a)
geknoeid
b)
geknoeidde
c)
knoeide
d)
knoeien
8.
struikelen
Hans Koevoet ...........over de  boeken en valt hard op de bank op zijn stuitje.
a)
struikelt
b)
struikeld
c)
struikelden
d)
gestruikeld
9.
breken
Vorig jaar en dit jaar ........ Bryan zijn arm.
a)
breekt
b)
brak
c)
breekd
d)
brakden
10.

Jelle heeft een spannend avontuur (beleven)

a)

beleeft

b)

beleefd

c)

beleefdt

11.

Jitse (plakken, vt) de postzegels in het boek.

a)

plakte

b)

plakde

c)

plaktte

12.

Silke .........gisteren 50 euro onder haar vrienden.

a)

verlote

b)

verloot

c)

verlootte

13.

Sven heeft zich op Valentijnsdag .....voor zijn vriendin.

a)

uitgeslooft

b)

uitgesloofd

c)

slooft zich uit

14.

.......jij straks de kippenpootjes?

a)

braad

b)

braadde

c)

braadt

15.

Vorig jaar ........ Thomas in Nice een paar vrienden.

a)

ontmoet

b)

ontmoeten

c)

ontmoette

16.

De dokter ...de ziekte nu met een medicijn.

a)

bestrijdt

b)

bestrijd

c)

bestreed

17.

Laatst werd Roemer.... door een agent.

a)

bekeuren

b)

bekeurt

c)

bekeurd

18.

Femke en Timen hebben alle trappen van het Drachtster ....

a)

geschropt

b)

geschrobd

c)

geschrobt

19.

Het nieuwe programma kan op mijn computer niet worden ...

a)

geopent

b)

geopend

c)

geopendt

20.

Hij (beantwoorden v.t.) deze vraag.

a)

beantwoorde

b)

beantwoordt

c)

beantwoordde

d)

beantwoorden

21.

Als je nog mee op kamp wilt: (melden) je nu aan!

a)

meld

b)

meldt

22.

Morgen (worden) mijn salaris gestort.

a)

wort

b)

word

c)

wordt

23.

Aan de uitvoering van het toneelstuk is flink (schaven).

a)

geschaven

b)

geschaaft

c)

geschaafdt

d)

geschaafd

24.

Denk jij dat zij veel plezier (beleven)?

a)

beleefd

b)

beleeft

c)

beleefdt

25.

Het (verwoesten) gebouw, staat er verlaten bij.

a)

verwoestte

b)

verwoestten

c)

verwoeste

d)

verwoesste

26.

De (verlichten) straten waren prachtig om te zien.

a)

verlichten

b)

verlichte

c)

verlichtte

d)

verlichtten

27.

De jongen (ontbloten) zijn bovenarm, omdat er een behoorlijke schaafwond zat.

a)

ontblootte

b)

ontblootten

c)

ontbloote

d)

ontblote

28.

Op de (ontbloten) arm was inderdaad een behoorlijke wond te zien.

a)

ontbloten

b)

ontblootte

c)

ontblote