wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

didactiek

Total questions: 10

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Beoordelingsschaal of vaardigheidsschaal (ratingscale)

a)

een document om een vaardigheid aan te leren en jouw leerlingen bij te sturen voordat er een evaluatie afgenomen wordt

b)

een controlelijst die tevens de kwaliteit van de gedragingen van je leerlingen aangeeft. Zij bestaat uit een aantal kenmerken of kwaliteiten die moeten worden beoordeeld op een schaal

c)

leraren gebruiken een waaier aan evaluatiestrategieën die leerlingen de kans geven hun beheersing van de leerinhouden en competenties aan te tonen. Dit vertaalt zich in een leerlinggerichte en competentiegerichte evaluatieaanpak die naast klassieke kennisgerichte toetsen en examens ook diverse vormen van assessment omvat (Portfolio, self-assessment, peer-assessment, presentaties, simulaties, enz.).

d)

stelt niet alleen vast, maar beoordeelt bovendien de kwaliteit van bepaalde handelingen. Deze vervullen meestal een summatieve functie.

2.

Breed evalueren

a)

eerste plaats gericht op het optimaal functioneren van alle leerlingen. Evaluatie wordt meer beschouwd als een middel tot leren dan als een maatregel tot selectie. Zij is dus overwegend didactisch van aard, bouwt grotere garanties voor het slagen in en helt daarom meer over naar een procesgerichte visie op het onderwijs. Via allerlei taken, opdrachten, observaties,… heeft dit de bedoeling om op systematische wijze feedback in te bouwen tijdens de lessen. De functies daarvan zijn zowel informatief als motiverend.

b)

bestaat uit een opsomming van uitspraken, vaardigheden of vragen over concrete handelingen of gedragingen waarbij wordt aangeduid of deze al dan niet aanwezig zijn bij de leerling. Dit beperkt zich dus louter tot het registreren van observaties zonder hieraan een waardeoordeel te koppelen.

c)

leraren gebruiken een waaier aan evaluatiestrategieën die leerlingen de kans geven hun beheersing van de leerinhouden en competenties aan te tonen. Dit vertaalt zich in een leerlinggerichte en competentiegerichte evaluatieaanpak die naast klassieke kennisgerichte toetsen en examens ook diverse vormen van assessment omvat (Portfolio, self-assessment, peer-assessment, presentaties, simulaties, enz.).

d)

De prestatie van de leerling wordt vergeleken met die van andere leerlingen.

3.

controlelijst (checklist)

a)

eerste plaats gericht op het optimaal functioneren van alle leerlingen. Evaluatie wordt meer beschouwd als een middel tot leren dan als een maatregel tot selectie. Zij is dus overwegend didactisch van aard, bouwt grotere garanties voor het slagen in en helt daarom meer over naar een procesgerichte visie op het onderwijs. Via allerlei taken, opdrachten, observaties,… heeft dit de bedoeling om op systematische wijze feedback in te bouwen tijdens de lessen. De functies daarvan zijn zowel informatief als motiverend.

b)

bestaat uit een opsomming van uitspraken, vaardigheden of vragen over concrete handelingen of gedragingen waarbij wordt aangeduid of deze al dan niet aanwezig zijn bij de leerling. Dit beperkt zich dus louter tot het registreren van observaties zonder hieraan een waardeoordeel te koppelen.

c)

leraren gebruiken een waaier aan evaluatiestrategieën die leerlingen de kans geven hun beheersing van de leerinhouden en competenties aan te tonen. Dit vertaalt zich in een leerlinggerichte en competentiegerichte evaluatieaanpak die naast klassieke kennisgerichte toetsen en examens ook diverse vormen van assessment omvat (Portfolio, self-assessment, peer-assessment, presentaties, simulaties, enz.).

d)

De prestatie van de leerling wordt vergeleken met die van andere leerlingen.

4.

groepsnormgericht beoordelen

a)

eerste plaats gericht op het optimaal functioneren van alle leerlingen. Evaluatie wordt meer beschouwd als een middel tot leren dan als een maatregel tot selectie. Zij is dus overwegend didactisch van aard, bouwt grotere garanties voor het slagen in en helt daarom meer over naar een procesgerichte visie op het onderwijs. Via allerlei taken, opdrachten, observaties,… heeft dit de bedoeling om op systematische wijze feedback in te bouwen tijdens de lessen. De functies daarvan zijn zowel informatief als motiverend.

b)

bestaat uit een opsomming van uitspraken, vaardigheden of vragen over concrete handelingen of gedragingen waarbij wordt aangeduid of deze al dan niet aanwezig zijn bij de leerling. Dit beperkt zich dus louter tot het registreren van observaties zonder hieraan een waardeoordeel te koppelen.

c)

leraren gebruiken een waaier aan evaluatiestrategieën die leerlingen de kans geven hun beheersing van de leerinhouden en competenties aan te tonen. Dit vertaalt zich in een leerlinggerichte en competentiegerichte evaluatieaanpak die naast klassieke kennisgerichte toetsen en examens ook diverse vormen van assessment omvat (Portfolio, self-assessment, peer-assessment, presentaties, simulaties, enz.).

d)

De prestatie van de leerling wordt vergeleken met die van andere leerlingen.

5.

leerdoelgericht beoordelen

a)

De prestatie van de leerling wordt vergeleken met een vooraf bepaald criterium, bijvoorbeeld een aantal voorgeschreven leerdoelen of leertaken

b)

Het proces evalueren waarmee de resultaten tot stand gekomen zijn. M.a.w. nagaan op welke wijze doelen worden bereikt.

c)

is een evaluatievorm waarbij je leerlingen volgens vooraf opgestelde evaluatiecriteria aangeven in hoeverre medeleerlingen ('peers') de doelen hebben gerealiseerd.

d)

heeft tot doel het continue karakter van de evaluatie te beklemtonen, waarbij een voortdurende zorg voor de vorderingen van je leerling centraal staat.

Kan zowel summatief als formatief zijn.

 

6.

peerevaluatie

a)

De prestatie van de leerling wordt vergeleken met een vooraf bepaald criterium, bijvoorbeeld een aantal voorgeschreven leerdoelen of leertaken

b)

Het proces evalueren waarmee de resultaten tot stand gekomen zijn. M.a.w. nagaan op welke wijze doelen worden bereikt.

c)

is een evaluatievorm waarbij je leerlingen volgens vooraf opgestelde evaluatiecriteria aangeven in hoeverre medeleerlingen de doelen hebben gerealiseerd.

d)

heeft tot doel het continue karakter van de evaluatie te beklemtonen, waarbij een voortdurende zorg voor de vorderingen van je leerling centraal staat.

Kan zowel summatief als formatief zijn.

 

7.

permanente evaluatie

a)

De prestatie van de leerling wordt vergeleken met een vooraf bepaald criterium, bijvoorbeeld een aantal voorgeschreven leerdoelen of leertaken

b)

Het proces evalueren waarmee de resultaten tot stand gekomen zijn. M.a.w. nagaan op welke wijze doelen worden bereikt.

c)

is een evaluatievorm waarbij je leerlingen volgens vooraf opgestelde evaluatiecriteria aangeven in hoeverre medeleerlingen de doelen hebben gerealiseerd.

d)

heeft tot doel het continue karakter van de evaluatie te beklemtonen, waarbij een voortdurende zorg voor de vorderingen van je leerling centraal staat.

Kan zowel summatief als formatief zijn.

 

8.

procesevaluatie

a)

De prestatie van de leerling wordt vergeleken met een vooraf bepaald criterium, bijvoorbeeld een aantal voorgeschreven leerdoelen of leertaken

b)

Het proces evalueren waarmee de resultaten tot stand gekomen zijn. M.a.w. nagaan op welke wijze doelen worden bereikt.

c)

is een evaluatievorm waarbij je leerlingen volgens vooraf opgestelde evaluatiecriteria aangeven in hoeverre medeleerlingen de doelen hebben gerealiseerd.

d)

heeft tot doel het continue karakter van de evaluatie te beklemtonen, waarbij een voortdurende zorg voor de vorderingen van je leerling centraal staat.

Kan zowel summatief als formatief zijn.

 

9.

summatieve evaluatie

a)

nagaan of de gestelde doelen worden bereikt door je leerlingen.

b)

stelt zich ten doel op grond van alle beschikbare gegevens (toetsen, observaties, taken, enz.) een globaal waardeoordeel te vormen over de leerprestaties van je leerling. Dit geeft dus een samenvatting van wat je leerling heeft bereikt.

c)

betrokkenheid van een leerling bij de beoordeling van het eigen leren.

om zo de reflectie op het eigen leerproces en de resultaten te bevorderen. Het doel is het ontwikkelen van dynamisch-affectieve vaardigheden zoals zelfkritiek en reflectief denken. Zo ontwikkelen je leerlingen meer zelfkennis en zelfbewustzijn. Ze gaan grondiger studeren en zijn beter voorbereid op de beroepspraktijk.

d)

een controlelijst die tevens de kwaliteit van de gedragingen van je leerlingen aangeeft. Zij bestaat uit een aantal kenmerken of kwaliteiten die moeten worden beoordeeld op een schaal.

10.

productevaluatie

(! opgelet de correctiesleutel is nog niet gecontroleerd of hij werkt naar behoren)

(a)