wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Arm en Rijk H1 H2 H3 H4 havo

Total questions: 35

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

Wat zijn 'maquiladoras'?

a)

Landbouwbedrijven bij de grens Mexico/VS.

b)

Assemblagebedrijven bij de grens Mexico/VS.

c)

Grenswachten bij de grens Mexico/VS.

d)

Smokkelroutes van migranten bij de grens Mexico/VS.

2.

Wat is doorgaans de belangrijkste reden voor Mexicanen om naar de VS te migreren?

a)

Vluchten van oorlogsgeweld

b)

Gezinshereniging

c)

Vluchten voor natuurgeweld

d)

Werk zoeken

3.

Wat is de handelsbalans?

a)

Verhouding import- exportwaarde

b)

Verhouding schulden en inkomsten bedrijfsleven.

c)

Verhouding inkomsten binnen- en buitenland

d)

Verhouding spaargeld- en bestedingen

4.

Waarom vertrekken maquiladora's tegenwoordig eerder naar Midden-Mexico, in plaats van de grens?

a)

In Midden-Mexico is goede infrastructuur voorhanden.

b)

In Midden-Mexico wordt meer Engels gesproken.

c)

In Midden-Mexico zijn de lonen doorgaans lager.

d)

In Midden-Mexico is er een sterker eigendomsrecht.

5.

Wat is een dubbelstad?

a)

Steden die een samenwerkingsovereenkomst hebben gesloten.

b)

Stadsdelen die met een brug aan elkaar zijn gesloten.

c)

Aan elkaar gegroeide steden met een eigen functie.

d)

Steden met een overeenkomstig belastingregime.

6.

De internationale arbeidsverdeling kun je aflezen aan:

a)

Importpakket en samenstelling beroepsbevolking.

b)

Importpakket en aantal werklozen.

c)

Exportpakket en aantal werklozen.

d)

Exportpakket en samenstelling beroepsbevolking.

7.

T.a.v. kapitaal is sprake van een afhankelijkheidsrelatie tussen centrum en periferie. Waarom?

a)

Perifere landen hebben vaak hoge schulden bij centrumlanden.

b)

Perifere landen verliezen geschoolde arbeiders aan centrum.

c)

Centrumlanden hebben vaak hoge schulden bij perifere landen.

d)

Centrumlanden importeren veel grondstoffen uit de periferie.

8.

Wat is het belangrijkste exportproduct van perifere landen?

a)

Eindproducten

b)

Halffabrikaten

c)

Grondstoffen

d)

Diensten

9.

Het urbanisatietempo is het hoogst in een

a)

centrumland

b)

periferieland

10.

Cultuurelementen zijn de belangrijkste kenmerken van een cultuur. Welke van de onderstaande hoort erbij?

a)

Taal en godsdienst

b)

Wetten, familiebanden en opvoeding

c)

Kleding, voedsel, gebouwen en kunst

d)

Alle drie de genoemde dingen horen erbij.

11.

Als er ergens oorlog is, of iemand wordt bedreigd vanwege een verkeerde opvatting, dan zal hij/zij kunnen vluchten. Dat is migreren om een … reden

a)

economische

b)

sociale

c)

politieke

d)

ecologische

12.

Vanuit Mexico migreren veel mensen naar de Verenigde Staten.

1 - Mexico noemt deze mensen emigranten.

2 - De VS noemt deze mensen immigranten.

a)

1 is juist, 2 is onjuist

b)

1 is onjuist, 2 is juist

c)

beiden zijn juist

d)

beiden zijn onjuist

13.

In arme landen zijn de gezinnen vaak groter dan in rijke landen. Hieronder staan 4 oorzaken, welke klopt niet?

a)

Kinderen kunnen voor de ouders werken, ook als ze oud zijn.

b)

Mensen maken minder gebruik van manieren om zwangerschap te voorkomen.

c)

Veel kinderen blijven lang leven.

d)

Je krijgt meer aanzien als je veel kinderen hebt.

14.

Er zijn verschillende soorten koloniën. Australië en de Verenigde Staten zijn voorbeelden van:

(a)  

15.

Er zijn verschillende soorten koloniën. India en Indonesië zijn voorbeelden van:

(a)  

16.

Type de juiste dimensie. De HDI bestaat uit verschillende kenmerken die we kunnen koppelen aan dimensies.

Het BNP per inwoner is een voorbeeld van een (a)   dimensie.

17.

Type de juiste dimensie. Het HDI bestaat uit verschillende kenmerken die we kunnen koppelen aan dimensies. De levensverwachting is een voorbeeld van een (a)   dimensie.

18.

Type de juiste dimensie. Het HDI bestaat uit verschillende kenmerken die we kunnen koppelen aan dimensies. Het analfabetisme is een voorbeeld van een (a)   dimensie

19.

Het verspreiden van verschillende cultuurelementen noem je:

(a)  

20.
Wat is het bnp per hoofd van de bevolking?
a)
Het bnp/hoofd is alle inkomsten van een land gedeeld door de beroepsbevolking.
b)
Het bnp/hoofd is het gemiddeld inkomen van een land.
c)
Het bnp/hoofd is alle inkomsten gedeeld door alle mensen die in een land wonen.
d)
Het bnp/hoofd is het gemiddeld inkomen van de beroepsbevolking.
21.
In welke sector werken de man op de foto?
a)
Primaire sector
b)
Secundaire sector
c)
Tertiaire sector
d)
Informele sector
22.
Wat voor soort product zie je op de afbeelding?
a)
Grondstof
b)
Halffabricaat
c)
Eindproduct
23.
Welke factor speelt GEEN directe rol bij de bepaling van de VN-welzijnsindex?
a)
de voedselsituatie
b)
de koopkracht
c)
de levensverwachting
d)
de alfabetiseringsgraad
24.

Welke verandering heeft India binnen het centrum-periferiemodel meegemaakt?

a)

Periferie naar centrum

b)

Periferie naar semi-periferie

c)

Semi-periferie naar centrum

25.

Het eten van een hamburger en het drinken van Coca-Cola zijn onderdeel van ...

a)

Brittanisering

b)

Amerikanisering

c)

Romanisering

d)

Germanisering

26.
Het grootste voordeel van goederentransport met een container is dat
a)
de containerschepen havens over de hele wereld verbinden.
b)
de containers met meerdere soorten transportmiddelen kunnen worden vervoerd.
c)
containerschepen veel sneller zijn dan gewone vrachtschepen.
d)
er voor het laden en lossen van containers speciale havens zijn ontwikkeld.
27.
Beoordeel de volgende stellingen.
I Global shift stimuleert de ontwikkeling van een multipolaire wereldeconomie.
II Global shift tast de economische positie van de BRICS-landen in het wereldsysteem aan
a)
Alleen I is juist.
b)
Alleen II is juist.
c)
Beide zijn juist.
d)
Beide zijn onjuist.
28.
Westerse mno's delen de productieketen van goederen steeds meer op over verschillende gebieden. Dat doen ze omdat
a)
de transportkosten stijgen.
b)
de lonen in andere landen veel lager zijn.
c)
door de globalisering gebieden steeds meer vervlechten.
d)
de handelsgrenzen steeds meer verdwijnen.
29.

Op welke plek in de grafiek bevindt een centrum land zich?

a)

Rechts

b)

Links

c)

Midden

30.

Een land waar het sterftecijfer hoger is dan het geboortecijfer bevindt zich altijd in fase 1 van het demografisch transitiemodel.

a)

Juist

b)

Onjuist

31.

De groei van het aantal megasteden neemt sterk toe in landen die behoren tot .....

a)

centrum landen

b)

semi-perifierie landen

c)

periferie landen

32.

Welke maatregel heeft de regering genomen om de demografische druk omlaag te krijgen?

a)

De AOW(pensioen) leeftijd verhogen

b)

De AOW(pensioen) leeftijd verlagen

c)

De AOW(pensioen) afschaffen

33.
In de meeste landen is het geboortecijfer ..... dan het sterftecijfer
a)
Lager
b)
Hoger
34.
Economisch sterke landen hebben een ...... grijze druk
a)
Lage
b)
Hoge
35.
Wat is de demografische druk?
a)
De grijze druk min de groene druk
b)
De groene druk min de grijze druk
c)
De groene druk plus de grijze druk
d)
Een ander woord voor de grijze druk