wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1HV Natuurlandschappen 1-4

Total questions: 40

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Als de zon het noordelijk halfrond meer beschijnt, is het zomer op het noordelijk halfrond

a)

Juist

b)

Onjuist

2.
Wat is stijgingsregen ?
a)
regen die stijgt
b)
 regen die door opstijgende warme lucht ontstaat
c)
wolken die langs een berg komen en moeten stijgen
3.

Wat kenmerkt een tropisch klimaat het best ?

a)

warm maar 's nachts heel koud.

b)

koude gebieden met veel regen.

c)

warme gebieden, met heel veel zon.

d)

gebieden met warme lucht, die rond de evenaar liggen. en waar veel regen valt

4.

Wat tonen de blauwe staafjes aan?

a)

Neerslag

b)

Temperatuur

c)

Groeimaanden

5.

Hoe heet de cirkel die de aarde verdeeld in 2 delen?

(a)  

6.

De hoek waaronder de zonnestralen het aardoppervlak raken heet ook wel?

a)

A. De zomerstand van de aarde

b)

B. De winterstand van de aarde

c)

C. De zonnewende

d)

D. Invalshoek van de zon

7.
Regen die ontstaat als het heel warm is en er veel water verdampt en opstijgt.
a)
Stuwingsregen
b)
Stijgingsregen
c)
Frontale regen
d)
Warmtefront
8.
Een klimaat waarin de tempratuur altijd hoger is dan 18 graden en het hele jaar door veel regen valt.
a)
Woestijnklimaat
b)
Tropisch regenwoudklimaat
c)
Steppeklimaat
d)
Middellands zeeklimaat
9.
Welk klimaat lees je af in deze klimaatgrafiek
a)
Tropisch klimaat
b)
Savanneklimaat
c)
Gematigd zeeklimaat 
d)
Steppeklimaat 
10.

De plek waar de zon recht instraalt en een klein oppervlak verwarmt is op......

a)

Hoge breedte

b)

Lage breedte

11.
Wat zijn de belangrijkste kenmerken van het weer?
a)
Neerslag en temperatuur
b)
Neerslag en wind
c)
Wind en temperatuur
d)
Neerslag en luchtdruk
12.

Waar liggen de tropische regenwouden?

a)

Op lage breedte

b)

Op hoge breedte

13.

Welk landschapstype zie je hieronder?

a)

Steppe

b)

Woestijn

c)

Taiga

d)

Savanne

14.

Welk klimaat zie je in de klimaatdiagram?

a)

Poolklimaat

b)

Gematigd klimaat

c)

Taiga klimaat

d)

Tropisch klimaat

15.

Je ziet hier een ... (§2)

a)

tropisch regenwoud

b)

steppe

c)

woestijn

16.

Welke kenmerken horen bij tropische regenwouden? (§1)

a)

Het is er warm. Altijd warmer dan 18 graden Celsius.

b)

Bomen zijn het hele jaar groen.

c)

Het heeft een heterogeen bos.

d)

Er groeien alleen struiken.

e)

Het hele jaar door valt er veel neerslag.

17.

Welke twee verschillen zijn juist als we kijken naar steppe en de woestijn? (§2)

a)

Steppe valt minder neerslag dan in de woestijn

b)

Steppe valt meer neerslag dan in de woestijn

c)

Steppe kent geen begroeiing (planten en bomen)

d)

Steppe kent wel begroeiing, namelijk doornige struiken en grassen.

18.

Wat zijn de kenmerken van het tropisch regenwoud?

a)

Warm en vochtig gebied, veel soorten planten en bomen, etages, het hele jaar groen.

b)

Warm en droog gebied, veel soorten planten en bomen, etages, het hele jaar groen.

c)

Warm en vochtig gebied, weinig soorten planten en bomen, etages, er zijn seizoenen.

19.

De breedteligging van een plaats op aarde heeft gevolgen voor

a)

De stand van de zon

b)

De temperatuur

20.

Een plaats op hoge breedte

a)

is koud (lage temperatuur) en ligt in de poolstreken

b)

is warm (hoge temperatuur) en ligt in de tropen

21.

Een ander woord voor oorspronkelijke plantengroei is

a)

cultuurgrond

b)

grond

c)

natuurlijke zone

d)

vegetatie

22.

Welke foto hoort bij het landbouwtype 'intensieve veeteelt'?

a)
b)
c)
d)
e)
23.

Welke foto hoort bij het landbouwtype 'extensieve veeteelt'?

a)
b)
c)
d)
e)
24.

Bepaal het landschap: Bijna geen begroeiing door droogte

a)

toendra

b)

woestijn

c)

taiga

d)

steppe

25.

Bepaal het landschap: Te droog om bomen te laten groeien

a)

toendra

b)

tropisch regenwoud

c)

taiga

d)

steppe

26.

Bepaal het vegetatietype: Te koud om bomen te laten groeien

a)

toendra

b)

hardbladige vegetatie

c)

taiga

d)

steppe

27.
Wanneer is iets hooggebergte?
a)
Als de meeste toppen boven de 500meter zijn
b)
Als de meeste toppen boven de 1000 meter zijn
c)
Als de meeste toppen boven de 1500 meter zijn
d)
Als de meeste toppen boven de 2500 meter zijn
28.

Een ander woord voor reliëf is

a)

Hoogte in het landschap

b)

Hoogvlakte in het landschap

c)

Hoogteligging in het landschap

d)

Hoogteverschil in het landschap

29.

een hoogtegordel is....

a)

de hoogte van je gordel in de auto

b)

de hoogte van een berg

c)

een gebied waar verschillende soorten bomen groeien

d)

een gebied waar dezelfde soort begroeiing te vinden is

30.

Bij welk antwoord staan de hoogtegordels van een berg in de goede volgorde? (van laag naar hoog)

a)

loofboom-naaldboom-rotsgordel-bergweige-eeuwige sneeuw

b)

eeuwige sneeuw-rotsgordel-bergweide-naaldboom-loofboom

c)

loofboom-naaldboom-bergweide-rotsgordel-eeuwige sneeuw

d)

loofboom-naaldboom-bergweide-eeuwige sneeuw-rotsgordel

31.

In welk klimaat komen gletsjers voor?

a)

Hooggebergteklimaat

b)

Toendraklimaat

c)

Sneeuwklimaat

32.

Cultuurlandschap of natuurlandschap?

a)

Cultuurlandschap

b)

Natuurlandschap

33.

Cultuurlandschap of natuurlandschap?

a)

Cultuurlandschap

b)

Natuurlandschap

34.

Cultuurlandschap of natuurlandschap?

a)

Cultuurlandschap

b)

Natuurlandschap

35.

F is het land: (leerdoel 12)

a)

Suriname

b)

Colombia

c)

Venezuela

d)

Brazilië

36.

Nummer 6 is de stad:

a)

Lima

b)

Bogotá

c)

Sao Paulo

d)

Buenos Aires

37.

De poolcirkel bevindt zich op....?

a)

Hoge breedte

b)

Lage breedte

38.

In de zomer is een toendra...

a)

Drassig

b)

Droog

c)

Overstroomt

d)

Besneeuwd

39.

Bij welk klimaat hoort deze uitspraak: het is hier overdag erg heet en in de nacht kan het vriezen.

a)

woestijnklimaat

b)

toendraklimaat

c)

Poolklimaat

d)

Savanneklimaat

40.

Bij welk klimaat hoort deze uitspraak? Bos- en struikbranden zijn hier erg normaal.

a)

woestijnklimaat

b)

poolklimaat

c)

tropisch regenwoudklimaat

d)

savanneklimaat