Font size
WorksheetsOefentoets (H2)
Total questions: 35
Worksheet time: 23mins
Wat was de naam van de eerste sociale wetgeving?
De Algemene Ouderdoms Wet
De Werkeloosheidswet
De leerplichtwet
De kinderwet
Wat zijn sociale wetten?
Wetten die mensen socialer maakten
Wetten die sociale verschillen groter maakten
Wetten die arbeiders beschermden
Wetten die kinderen naar school hielp
Wat is de sociale kwestie?
Het drankprobleem van veel arbeiders
De vraag of arbeiders wel of geen rechten moesten krijgen
Het probleem van de fabrieksdirecteuren om genoeg personeel te vinden
Het probleem van de slechte leef en werkomstandigheden van arbeiders
Wat is een vakbond?
Een school waar je een vak kan leren
Een cursus om beter te worden in je werk
Een vereniging die opkomt voor de belangen van werknemers met een bepaald beroep
Een vereniging die fabriekseigenaren helpt om hun fabriek veiliger te maken
Waarom werden steeds meer arbeiders lid van een vakbond?
Ze betaalden het loon van de arbeiders door bij een staking
Dat was het advies van de fabrieksdirecteur
Als arbeider alleen bereikte je niet veel, maar een vakbond had meer macht.
Als je niet lid was van een vakbond werd je ontslagen
Waarom waren de fabrieksdirecteuren niet blij met de sociale wetten? Kier er twee
De wetten waren ingewikkeld om te lezen
Ze moesten ineens rekening houden met de veiligheid van hun personeel
Arbeiders mochten niet meer zo lang werken zonder rust
Er mochten minder arbeiders in de fabriek werken
Waarom waren mensen in de stad vaak veel slechter af dan op het platteland?
ze hadden vaker geen huis
ze verbouwden zelf geen eten, dus konden niks voor zichzelf regelen als er geen eten was.
ze hadden minder contact met hun buren
door de smerige omstandigheden in de stad was de kans op ziekten veel groter.
het eten in de stad was eenzijdig; mensen aten vaak alleen aardappelen of brood.
Stelling: Vooral christelijke partijen waren tegen het kiesrecht voor vrouwen. Er stond namelijk in de bijbel dat de vrouw zich moest gehoorzamen aan de man.
Waar
Niet waar
Een land met een koning als staatshoofd noem je een...
Monarchie
parlementaire democratie
Republiek
Welke van de 4 veranderingen stond NIET in de grondwet van 1848?
De koning wordt onschendbaar. De ministers zijn verantwoordelijk voor de koning.
Er komt algemeen kiesrecht
De macht wordt vanaf nu verdeeld over drie verschillende machten.
Iedereen krijgt dezelfde grondrechten.
In welk jaar krijgt Nederland een nieuwe grondwet?
1748
1848
1917
1919
Nederland is een constitutionele Monarchie.
waar
niet waar
Thorbecke was een liberaal. Wat is dat?
Liberalen vinden dat de overheid zich veel met de burgers.moeten bemoeien.
Liberalen vinden dat e meeste macht bij de koning meer moet liggen
Liberalen vinden dat de burgers zoveel mogelijk beschermd moeten worden door de overheid.
Liberalen vinden dat de overheid zich juist zo weinig mogelijk moet bemoeien met de burgers en de samenleving.
Waarover gaat de sociale kwestie?
Kiesrecht
De slechte levensomstandigheden van de arbeiders
De verzuiling
Feminisme
Doordat de arbeiders gingen samenwerken in vakbonden stonden ze sterker.
Juist
Onjuist
Vanaf wanneer mochten vrouwen stemmen?
1914
1918
1919
1920
Nederlands is een democratie. Daarmee bedoelen we:
Iedereen mag zich met de politiek bemoeien.
Iedereen mag stemmen.
Beslissingen worden genomen bij meerderheid van stemmen.
Een bestuursvorm waarbij alle burgers mogen meebeslissen en invloed kunnen uitoefenen op het bestuur van het land.
In 1874 schrijft Samuel van Houten het Kinderwetje. Daar staat in dat:
Kinderen niet meer in fabrieken en werkplaatsen mogen werken
Kinderen tot 12 jaar leerplichtig zijn
Vrouwen niet meer dan 4 kinderen mogen krijgen
Kinderen alleen veilig werk mogen doen
Wat betekende het kinderwetje van Van Houten voor de kinderen?
Ze gingen eindelijk naar school
Ze mochten stoppen met werken, behalve in de landbouw
Helemaal niets! Het verbod werd namelijk niet gecontroleerd
Kinderen gingen nu thuis het huishouden doen.
Waarom waren mensen in de stad vaak veel slechter af dan op het platteland?
ze hadden vaker geen huis
ze verbouwden zelf geen eten, dus konden niks voor zichzelf regelen als er geen eten was.
ze hadden minder contact met hun buren
door de smerige omstandigheden in de stad was de kans op ziekten veel groter.
het eten in de stad was eenzijdig; mensen aten vaak alleen aardappelen of brood.
Welke groep was het eens met de volgende stelling:
Als een man mag stemmen bij een verkiezing, dan moet een vrouw dat ook mogen
Socialisten
Liberalen
Feministen
Het recht om te mogen stemmen is:
actief kiesrecht
passief kiesrecht
Bij welk begrip hoort de volgende omschrijving?
"beweging die streeft gelijkberechtiging van achtergestelde groepen"
Confessionalisme
Emancipatiebeweging
Feministische beweging
Democratisering
Wat is een staatssecretaris?
Deze doet onderzoek naar de regering, als een minister veelvoudig een fout heeft gemaakt
Een soort onderminister die de minister bijstaat.
Deze is verantwoordelijk voor een gedeelte van het takenpakket van de minister
Wie had in Nederland de (meeste) macht in Nederland in 1815?
De minister-president
De koning
Het parlement
Het volk
Match het begrip met de juiste beschrijving
Parlementaire democratie
De regering is afhankelijk van het parlement
Minister-president
Eerste minister / premier
Consitutionele monarchie
Koning moet zich aan de grondwet houden
Willem I
Eerste koning van Nederland
Willem II
Ondertekende in 1848 de nieuwe grondwet
Wie is de bedenker van de nieuwe grondwet van 1848?
Willem I
Willem II
Thorbecke
Montesquieu
