wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Mavo 3 - D-Toets Hoofdstuk 8

Total questions: 23

Worksheet time: 2hrs 55mins

Name
Class
Date
1.

Welke gegevens heb je nodig om iets over de welvaart in een land te kunnen zeggen? (meerdere juiste antwoorden mogelijk).

a)

De verdeling van de inkomens over de bevolking

b)

De hoogte van de prijzen van producten

c)

Het inkomen per hoofd van de bevolking

d)

Het aantal inwoners in een land

e)

In welke mate er sprake is van zelfvoorziening

2.

Een open economie is ...


(kies het beste antwoord)

a)

een economie met veel import en export.

b)

een economie zonder dak.

c)

een economie met relatief veel import en export

d)

een economie met havens en vliegvelden.

3.
Goederen en diensten verkopen aan buitenlandse bedrijven en personen
a)
directe ruil
b)
indirecte ruil
c)
export
d)
import
4.
goederen en diensten kopen uit het buitenland
a)
importeren
b)
exporteren
c)
importquote
d)
exportquote
5.

Meer export betekent voor Nederland ...

a)

meer productie en toename van de werkloosheid

b)

minder productie en een daling van de werkloosheid

c)

toename van de werkgelegenheid

d)

daling van de werkgelegenheid

6.

De EU heeft een interne markt. Wat is geen kenmerk van een interne markt?

a)

Vrij verkeer van goederen en diensten

b)

Vrij verkeer van personen

c)

Vrij verkeer van kapitaal

d)

De euro

7.

Bereken de importquote voor Mexico. (alleen antwoord afgerond op 1 decimaal)

(a)  

8.

Bereken de exportquote voor Guatemala (alleen antwoord op 1 decimaal afgerond)

(a)  

9.
een land met weinig in- en uitvoer t.o.v. het nationaal inkomen
a)
exportquote
b)
importquote
c)
open economie
d)
gesloten economie
10.

Als de euro in waarde daalt heeft dat ook voor jou als consument gevolgen. Zet in de juiste volgorde:

1. Consumenten in Nederland kunnen met hetzelfde geld minder kopen

2. Nederlandse bedrijven moeten in euro's meer betalen voor import van producten

3. Buitenlandse producten worden duurder in Nederland

a)

1 - 2 - 3

b)

2 - 3 - 1

c)

3 - 2 - 1

d)

3 - 1 - 2

11.

Door vrijhandel zijn er geen belemmeringen in de handel met een ander land

a)

Juist

b)

Onjuist

12.

Hiernaar wordt gekeken om de welvaart van landen te vergelijken

(a)  

13.

Het nationaal inkomen van Angola is €103 miljard. Het land heeft 25,9 miljoen inwoners. Wat is het inkomen per hoofd van de bevolking in Angola?

a)

€3,98

b)

€39,77

c)

€397,68

d)

€3.976,83

14.

Een reep chocolade kost in de winkel gemiddeld €2,50. De cacaoboer krijgt daarvan slechts €0,12. Dat levert hem een jaarsalaris op van €1.000. Hoeveel procent van de gemiddelde verkoopprijs van een reep chocola gaat naar de cacaoboer?

a)

2,5%

b)

3,1%

c)

4,8%

d)

5%

15.

Een reep chocolade kost in de winkel gemiddeld €2,50. De cacaoboer krijgt daarvan slechts €0,12. Dat levert hem een jaarsalaris op van €1.000. Voor hoeveel chocoladerepen levert de boer cacao per jaar?

a)

1.000

b)

1.333,33

c)

8.000

d)

8.333,33

16.

In een land wonen 67,8 miljoen mensen. Het nationaal inkomen is € 988,5 miljard. Bereken het inkomen per hoofd van de bevolking. Rond je antwoord af op heel getal.

(a)  

17.

In een half jaar exporteerde de Europese Unie 264,8 miljoen kilo kip.De Europese Unie gaf hiervoor een subsidie van € 55,4 miljoen. Bereken de subsidie per kilo. Rond je af op 2 cijfers achter de komma.

(a)  

18.

Een auto kost in Nederland € 35.800 (inclusief 21% btw). Deze auto heeft in Luxemburg dezelfde verkoopprijs, alleen is de btw daar 17%. Bereken de consumentenprijs van deze auto in Luxemburg (rond je bedrag op heel getal af).

(a)  

19.

Welk begrip hoort bij de volgende beschrijving? Een overzicht van alle betalingen aan het buitenland en alle ontvangsten uit het buitenland.

a)

Betalingsbalans

b)

Exportquote

c)

Invoerwaarde

d)

Uitvoerwaarde

20.

Wie worden meegeteld bij het bepalen van ons nationaal inkomen?

alle inwoners van ons land

alle volwassenen

iedereen met een deeltijd- of voltijdbaan

iedereen die tot de beroepsbevolking behoort

a)

alle inwoners van ons land

b)

alle volwassenen

c)

iedereen met een deeltijd - of voltijdbaan

d)

iedereen die tot de beroepsbevolking behoort

21.

Brussel keurt grenscontroles Duitsland en Oostenrijk goed. De Europese Commissie heeft de tijdelijke strengere controle van de Duitse en Oostenrijkse grenzen goedgekeurd. Volgens Brussel zijn de controles niet in strijd met het Schengenverdrag. Bron: NRC

Welke vorm van vrijheid die binnen de EU bestaat, wordt volgens dit bericht tijdelijk beperkt?

a)

Vrijheid van diensten

b)

Vrijheid van goederen

c)

Vrijheid van kapitaal

d)

Vrijheid van personen

22.

Hoe noemen we de groep landen binnen de Europese Unie die een gezamenlijke munt hebben?

(a)  

23.

In de periode 2012 t/m 2015 mocht er in de EU per jaar maximaal 260 miljoen kilo tomaten uit Marokko worden ingevoerd. Hoe noem je deze maatregel?

(a)