wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

spelling

Total questions: 20

Worksheet time: 3mins

Name
Class
Date
1.

Die ring ........ echt heel erg

a)

glom

b)

glimde

2.

.......... je dat nog steeds verweten?

a)

Wordt

b)

Word

3.

Hij heeft zijn wond open .......

a)

gekrabd

b)

gekrabt

4.

Hij .......... haar gisteren

a)

verraste

b)

verrasde

c)

veraste

d)

verasde

5.

Wat is goed?

a)

Gedachtegang

b)

Gedachtengang

6.

Die rekening zal door haar ........ worden

a)

betaalt

b)

betaald

c)

betaaldt

7.

De ............ ring ligt op het kastje

a)

vergrote

b)

vergrootte

c)

vergroote

8.

Hij was erg ............ om die opdracht te doen

a)

gemotiveerd

b)

gemotiveert

9.

wat is goed?

a)

Dromedaris

b)

Drommedaris

10.

Wat is goed?

a)

Perzikken

b)

Perziken

c)

Dreumessen

d)

Dreumesen

11.

Volgende week ........... hij zijn contract

a)

beëindigd

b)

beeindigt

c)

beëindigt

d)

beeindigd

12.

.............. jouw zus dat ook zo leuk?

a)

Vindt

b)

vind

13.

De ....... werkzaamheden

a)

verichtte

b)

verrichte

c)

verichte

d)

verichtte

14.

Hij gaf ......... een blik cola

a)

hen

b)

hun

c)

zij

15.

Ik heb ......... nog niet gezien

a)

zij

b)

hun

c)

hen

16.

Goed of fout: hij realiseerde zich dat ......

a)

goed

b)

fout

17.

de of het: plot

a)

de

b)

het

18.

Wordt die mail nog een keer ........?

a)

Beantwoordt

b)

Beantwoord

c)

Beantwoort

19.

Hij heeft erg ............

a)

gezweet

b)

gezweten

20.

Dat ..... tot een slecht resultaat

a)

Lijd

b)

Lijdt

c)

Leid

d)

Leidt