wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefentoets H2 hoofdstuk 6 vrijheid en gelijkheid

Total questions: 18

Worksheet time: 44mins

Name
Class
Date
1.

Geef het juiste begrip bij de definitie.

De feministische beweging in de periode 1840-1920, waarbij feministen vooral streden voor kiesrecht voor vrouwen.

4 lines
2.

Geef het juiste begrip bij de definitie.

Kerk van calvinisten die de verhalen in de Bijbel letterlijk nemen en die zich in de 19e eeuw afsplitsten van de grote, meer gematigde Nederlandse Hervormde Kerk.

4 lines
3.

Geef het juiste begrip bij de definitie.

1 juli 1863, de dag waarop in Suriname en op de Antillen de slavernij werd afgeschaft. (Letterlijk: ‘het verbreken van de ketenen’.) Tegenwoordig de dag waarop in Suriname en Nederland de slavernij wordt herdacht en het einde daarvan wordt gevierd.

4 lines
4.

Geef van het volgende begrip de juiste omschrijving.

abolitionisme

4 lines
5.

Geef van het volgende begrip de juiste omschrijving.

confessionelen

4 lines
6.

Geef van het volgende begrip de juiste omschrijving.

schoolstrijd

4 lines
7.

Geef aan of de uitspraak over slavernij op de Nederlandse Koloniën juist is of onjuist. 

A De slaven in Suriname werkten vooral op kruidnagel plantages.

B De slaven die konden vluchten in Suriname leefden in de jungle en werden marrons genoemd. 

C De slaven op de Antillen hadden het makkelijker, omdat zij onmisbaar waren en er al weinig slaven op de eilanden te vinden waren. 

D De slaven in Oost-Indië kwamen alleen uit de Indonesische eilanden.

a)

A juist

B juist

C onjuist

D Onjuist

b)

A Onjuist

B Onjuist

C Juist

D Onjuist

c)

A Onjuist

B Juist

C Onjuist

D Onjuist

d)

A Onjuist

B Juist

C Juist

D Onjuist

8.

Waarom werden er veel aanvallen op plantages gepleegd door marrons?

4 lines
9.

Welke twee uitspraken over de bron zijn juist?

a)

A We zien hier plantagearbeid, want er wordt één specifiek product geproduceerd.

b)

B We zien hier slaven uit Oost-Indië of Suriname, want ik zie dat ze Afrikaanse komaf hebben.

c)

C We zien hier slaven uit de Nederlandse Antillen die op een plantage werken.

d)

D We zien hier geen slavernij. Dit zijn contractarbeiders die in Suriname werken voor loon.

10.

Noem twee redenen waarom er steeds meer kritiek kwam op de slavenhandel.

4 lines
11.

Noem een economisch reden waarom slaven nog 10 jaar moesten doorwerken na 1863.

4 lines
12.

Stelling: Vooral christelijke partijen waren tegen het kiesrecht voor vrouwen. Er stond namelijk in de bijbel dat de vrouw zich moest gehoorzamen aan de man.

a)

Waar

b)

Niet waar

13.

Stelling: De rijke mannen van de samenleving wilden geen kiesrecht voor vrouwen, omdat ze bang waren dat de vrouwen hun functies zouden afnemen.

a)

Waar

b)

Niet waar

14.

Welk kenmerkend aspect past bij de bron.

4 lines
15.

Welk woord(en) hoort niet in de rijtjes thuis:

1906

Aletta Jacobs

Gelijke lonen

Toestemming Thorbecke

a)

1906

b)

Aletta Jacobs

c)

Gelijke lonen

d)

Toestemming Thorbecke

16.

Over welke gebeurtenis gaat deze spotprent?

4 lines
17.

Op welke 4 manieren probeerden feministen aandacht te krijgen voor de verbetering van rechten voor vrouwen?

4 lines
18.

Zet de gebeurtenissen in de juiste chronologische volgorde van lang naar kort geleden. Schrijf alleen de letters op.

A Oprichting van de ARP, anti-revolutionaire partij in Nederland.

B De paus benoemt na eeuwen weer bisschoppen in Nederland.

C Thorbecke maakt zijn grondwet.

D Slavenopstand op Curaçao.

E Nederlandse vrouwen krijgen stemrecht.

F Groot-Brittannië verbiedt als eerste Europese land de slavernij.

G Einde van de schoolstrijd in Nederland.

4 lines