wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Steden en Staten

Total questions: 18

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Een handige plek om een stad te beginnen in de Middeleeuwen was

a)

bij een kanaal

b)

een kruispunt van wegen

c)

een spoorlijn

d)

bij een landhuis

2.

Een beroep waarbij je producten met de hand maakt.

a)

Gilde

b)

Ambacht

c)

Hanze

d)

Handel

3.
De drie standen in de middeleeuwen waren.....
a)
Koningen, monniken en boeren
b)
Keizers, paus en kardinalen en boeren
c)
Geestelijkheid, adel en boeren
d)
Ridders, Boeren en Horigen
4.

Wat is een Hanze?

a)

Samenwerkingsverband van handelaren en steden

b)

Samenwerkingsverband van een groep geestelijken binnen het Christendom

c)

Een militair verbond tussen Duitse en Hollandse adel

d)

Een samenwerkingsverband tussen verschillende dienstsectoren binnen een stad

5.

Wat was geen reden om op kruistocht te gaan?

a)

De bedreiging van de christelijke heiligdommen door de moslims.

b)

Zonden zouden worden vergeven

c)

Het was een avontuurlijke tocht waarbij ze hoopten op grond en goud als beloning

d)

Het was een reis waarbij je een positie aan het hof van koning of paus kon krijgen

6.

Bij welke paus klopte de Byzantijnse keizer aan om hulp ten tijde van de eerste kruistocht?

a)

Paus Urbanus I

b)

Paus Gregorius VII

c)

Paus Urbanus II

d)

Paus Clemens III

7.

Op basis van welke factoren zijn de kruistochten ontstaan?

a)

Byzantijnse keizer heeft hulp nodig

b)

De oprukkende islambeweging

c)

Eigen gebieden zijn enorm schaars in rijkdom

8.

Wanneer speelde de late middeleeuwen zich af?

a)

500-1500

b)

1000-1500

c)

1500-2000

d)

500-1000

9.

In de late middeleeuwen werd Europa een....

a)

landbouw-stedelijke samenleving

b)

stedelijke samenleving

c)

landbouw samenleving

d)

industriële samenleving

10.

Wie gaf een stad stadsrechten?

a)

Koning/landheer

b)

de Paus

c)

De bisschop

d)

de rentmeester

11.

Welke functie uit het middeleeuwse stadsbestuur bestaat nu nog?

a)

Schepenen

b)

Wethouder

c)

Burgermeester

d)

Schout

12.

begrip: Een poging van christelijke legers (van 1096 tot 1270) om Jeruzalem in Palestina in bezit te krijgen.

a)

bedevaart

b)

centraal bestuur

c)

Hanze

d)

kruistocht

13.

Wat was een gilde?

a)

Een club van vooraanstaande mensen

b)

Een beroepsvereniging (soort vakbond)

c)

Het bestuur van een stad

d)

De verzekering van mensen in de middeleeuwen

14.

Waar heeft het plaatje mee te maken?

a)

Nachtrust van de Adel

b)

De Pest

c)

Zwarte magie

d)

Koning en Koning

15.

De volgende groepen organiseerden zichzelf in gilden:

a)

Kooplieden

b)

Ambachtslui

c)

Boeren

d)

lagere adel

16.

Wat beloofde de paus aan de kruisvaarders wanneer ze deelnamen aan de kruistocht?

a)

de Kerk zich zal buigen over hun vrouwen en kinderen

b)

hun zonden worden kwijtgescholden

c)

hun plaats in de hemel ligt vast

d)

eeuwig leven op aarde

17.

Waar of niet waar?

De Paus organiseerde een kruistocht om Jeruzalem te bevrijden.

a)

waar

b)

niet waar

18.

Waar of niet waar?

De Paus zei tegen de christenen dat ze in de hel zouden belanden als ze niet meededen aan de kruistocht.

a)

waar

b)

niet waar