wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Eindtoets mavo/havo 1 biologie

Total questions: 36

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Je ziet hiernaast het skelet van een mens. Geef de naam van nummer 19.

a)

Dijbeen

b)

Opperarmbeen

c)

Scheenbeen

d)

Knieschijf

2.

Je ziet hiernaast het skelet van een mens. Geef de naam van nummer 25

a)

Borstbeen

b)

Sleutelbeen

c)

Spaakbeen

d)

Schouderblad

3.

Het skelet heeft als functie ...

a)

vorm van het lichaam

b)

zorgt voor beweging

c)

zorgt voor bescherming

d)

zorgt voor afweer

e)

zorgt voor stevigheid

4.

Je ziet hier 9 verschillende weefsels. Welk weefsel is botweefsel?

a)

nr. 1

b)

nr. 2

c)

nr. 3

d)

nr. 4

5.

Je ziet hier een afbeelding van een schedel van een mens. Nummer 6 is..

a)

voorhoofdsbeen

b)

wandbeen

c)

onderkaak

d)

bovenkaak

6.

In dit skelet van een babyhoofd zie je 3 delen in de schedel. omlijnd door "witte lijnen" . In een volwassen schedel is dit weg en een complete schedel geworden. Hoe de verbinding waardoor de schedeldelen aan elkaar zitten?

a)

gewrichten

b)

vergroeiingen

c)

naadverbindngen

d)

kraakbeenverbindingen

7.

Het skelet van een baby bestaat hoofdzakelijk uit ...

a)

beenweefsel

b)

kraakbeenweefsel

c)

kalk

d)

lijmstof

8.

In deze afbeelding zie je een bepaald type gewricht. Dit gewricht heet ..

a)

scharniergewricht

b)

naadverbinding

c)

vergroeiing

d)

kogelgewricht

9.

De botten van bejaarden bevatten meer ...

a)

kraakbeenweefsel

b)

beenweefsel

c)

kalk

d)

lijmstof

10.

Scharniergewrichten bevinden zich onder andere in ..

a)

hoofd en heup

b)

elleboog en schouder

c)

elleboog en knie

d)

schouder en heup

11.

Om een gewricht goed te laten werken en slijtage aan de botdelen te voorkomen zijn er twee voorzieningen nodig.

a)

gewrichtsbanden en gewrichtskapsels

b)

gewrichtssmeer en gewrichtsbanden

c)

gewrichtssmeer en kraakbeen

d)

kraakbeen en gewrichtskapsels

12.

Je ziet hier de armspieren, de biceps en de triceps, buiger en strekker, beide nodig om een beweging te kunnen maken. Dit mechanisme heet ...

a)

antigonisme

b)

antagonisme

c)

tegenwerking

d)

samenwerking

13.
Welk onderdeel is hier aangegeven?
a)
Keelholte
b)
Buis van Eustachius
c)
Trommelholte
14.
Welk onderdeel is hier aangegeven?
a)
Buis van Eustachius
b)
Gehoorgang
c)
Gehoorzenuw
15.
Welk onderdeel is hier aangegeven?
a)
Slakkenhuis
b)
Gehoorbeentjes
c)
Evenwichtsorgaan
16.
Welk onderdeel is hier aangegeven?
a)
Slakkenhuis
b)
Evenwichtsorgaan
c)
Gehoorbeentjes
17.

Via de gehoorbeentjes komen de trillingen aan bij

a)

Het trommelvlies

b)

Stijgbeugel

c)

Slakkenhuis

18.

Wat is de juiste route die de trillingen afleggen om in de hersenen te komen?

a)

Gehoorgang-trommelvlies-gehoorbeentjes-slakkenhuis-oorzenuw

b)

Trommelvlies-gehoorgang-gehoorbeentjes-slakkenhuis-oorzenuw

c)

Gehoorgang-gehoorbeentjes-trommelvlies-slakkenhuis-oorzenuw

d)

Gehoorgang-trommelvlies-gehoorbeentjes-oorzenuw-slakkenhuis

19.

Het gekleurde deel van het oog heet ..

a)

Het hoornvlies

b)

De iris

c)

De pupil

20.

Wat geeft onderdeel 5 weer?

a)

Netvlies

b)

Glasachtig lichaam

c)

Gele vlek

21.

Wat geeft onderdeel 6 weer?

a)

Netvlies

b)

Gele vlek

c)

Vaatvlies

22.

Wat geeft onderdeel 8 weer?

a)

Gele vlek

b)

Netvlies

c)

Blinde vlek

d)

Hoornvlies

23.

Wat is de functie van de wenkbrauwen?

a)

Beschermen je oog tegen stof en fel licht

b)

Beschermt het oog en verspreid het traanvocht

c)

Zorgen dat vocht en zweet niet in je oog komt

d)

Beschermen van de onderdelen van het oog

24.

Welk nummer geeft het hoornvlies aan

a)

2

b)

3

c)

4

d)

9

25.

Hoe worden de grote gekleurde bladeren van een bloem genoemd, die dienen voor het aanlokken van insecten?

a)

kroonbladeren

b)

kelkbladeren

c)

bladeren van de steel

26.

Wat is de functie van de kelkbladeren?

a)

aanlokken van insecten

b)

beschermen van de bloem als deze nog in de knop zit

c)

hierop staan alle onderdelen van een bloem

d)

deze bladeren vormen zich later tot de kroonbladeren

27.

Hoe wordt het mannelijke geslachtsorgaan van een plant genoemd?

a)

helmdraad

b)

stamper

c)

meeldraad

d)

stempel

28.

Hoe wordt het vrouwelijke geslachtsorgaan van een plant genoemd?

a)

meeldraad

b)

stamper

c)

vruchtbeginsel

d)

stempel

29.

Een bloem beschikt alleen over een stamper, is deze bloem eenslachtig of tweeslachtig en is deze bloem mannelijk of juist vrouwelijk?

a)

eenslachtig en mannelijk

b)

tweeslachtig en mannelijk

c)

eenslachtig en vrouwelijk

d)

tweeslachtig en vrouwelijk

30.

Welk antwoord behoort NIET tot insectenbloemen?

a)

produceren veel stuifmeel

b)

hebben grote opvallende kroonbladeren

c)

produceren vaak nectar

d)

verspreiden een lokkende geur

31.

Op dit plaatje

a)

Is er wel bestuiving maar nog geen bevruchting

b)

Is er wel bestuiving en ook bevruchting geweest

c)

Is er geen bestuiving maar wel bevruchting geweest

d)

Is er geen bestuiving en geen bevruchting geweest

32.

Je snijdt een boon doormidden. In de boon zie je een kiem zitten.

Waar is deze kiem uit ontstaan?

a)

de bevruchte eicel

b)

het kiemplantje

c)

de stuifmeelbuis

d)

het zaadbeginsel

33.

In de afbeelding zijn drie bloeiende planten getekend. Insecten kunnen stuifmeel overbrengen zoals met de pijlen is aangegeven.

Welke pijl geeft geen bestuiving aan?

a)

pijl 1

b)

pijl 2

c)

pijl 3

34.

In de afbeelding zijn twee bloeiende koebraamstruiken getekend. Insecten kunnen stuifmeel overbrengen zoals met de pijlen is aangegeven.

Welke pijl geeft kruisbestuiving aan?

a)

pijl 1

b)

pijl 2

c)

pijl 3

35.

Welk gedeelte groeit uit tot een zaadje?

a)

Bevruchte eicel

b)

Vruchtbeginsel

c)

Zaadbeginsel

36.

Welk gedeelte groeit uit tot de vrucht?

a)

Bevruchte eicel

b)

Vruchtbeginsel

c)

Zaadbeginsel