Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quiz caput 5 Pegasus Novus 3

Total questions: 25

Worksheet time: 55mins

Name
Class
Date
1.

Geef de werkwoordsvorm

capere, A. inf. futurum

(a)  

2.

Geef de werkwoordsvorm

sequi, D. inf. perfectum

(a)  

3.

Geef de werkwoordsvorm

monere, A. inf. perfectum

(a)  

4.

Geef de werkwoordsvorm

audire, P. inf. perfectum

(a)  

5.

Geef de werkwoordsvorm

capere, P. inf. praesens

(a)  

6.

Duid de correcte vertaling aan.

Clamavit me te adiuvare.

a)

Hij riep dat jij mij geholpen hebt.

b)

Hij riep dat jij mij geholpen had.

c)

Hij riep dat jij mij helpt.

d)

Hij riep dat jij mij hielp.

e)

Hij riep dat jij mij zou helpen.

7.

Duid de correcte vertaling aan.

Clamavit me te adiuvisse.

a)

Hij riep dat jij mij geholpen hebt.

b)

Hij riep dat jij mij geholpen had.

c)

Hij riep dat jij mij helpt.

d)

Hij riep dat jij mij hielp.

e)

Hij riep dat jij mij zou helpen.

8.

Duid de correcte vertaling aan.

Clamavit me te adiuturum esse.

a)

Hij riep dat jij mij geholpen hebt.

b)

Hij riep dat jij mij geholpen had.

c)

Hij riep dat jij mij helpt.

d)

Hij riep dat jij mij hielp.

e)

Hij riep dat jij mij zou helpen.

9.

Duid de correcte vertaling aan.

Clamavit urbem deleri.

a)

Hij riep dat de stad verwoest is.

b)

Hij riep dat de stad verwoest was.

c)

Hij riep dat de stad verwoest wordt.

d)

Hij riep dat de stad verwoest werd.

e)

Hij riep dat de stad verwoest zou worden.

10.

Duid de correcte vertaling aan.

Clamavit urbem deletam esse.

a)

Hij riep dat de stad verwoest is.

b)

Hij riep dat de stad verwoest was.

c)

Hij riep dat de stad verwoest wordt.

d)

Hij riep dat de stad verwoest werd.

e)

Hij riep dat de stad verwoest zou worden.

11.

Duid de correcte vertaling aan.

Clamavit urbem deleturam esse.

a)

Hij riep dat de stad verwoest is.

b)

Hij riep dat de stad verwoest wordt.

c)

Hij riep dat de stad verwoest werd.

d)

Hij riep dat de stad verwoest zou worden.

e)

Hij riep dat zij de stad zou verwoesten.

12.

Is de onderwerps- of voorwerpszin vragend, mededelend of volitief?

Dubito cur me deseruerit.

a)

vragend

b)

mededelend

c)

volitief

13.

Is de onderwerps- of voorwerpszin vragend, mededelend of volitief?

Mos erat ut Christiani in arenā occiderentur.

a)

vragend

b)

mededelend

c)

volitief

14.

Is de onderwerps- of voorwerpszin vragend, mededelend of volitief?

Scripsi ut statim domum redires.

a)

vragend

b)

mededelend

c)

volitief

15.

Is de onderwerps- of voorwerpszin vragend, mededelend of volitief?

Parentes volunt liberos bene studere.

a)

vragend

b)

mededelend

c)

volitief

16.

Is de onderwerps- of voorwerpszin vragend, mededelend, volitief of geen van deze drie opties?

Milites effecerunt ut patriae libertas servaretur.

a)

vragend

b)

mededelend

c)

volitief

d)

geen van deze 3 opties

17.

Is de onderwerps- of voorwerpszin vragend, mededelend of volitief?

Veriti sunt ne hostes omnes liberos interficerent.

a)

vragend

b)

mededelend

c)

volitief

18.

Is de onderwerps- of voorwerpszin vragend, mededelend of volitief?

Non intellexerunt quomodo urbs Pompeianorum deleta esset.

a)

vragend

b)

mededelend

c)

volitief

19.

Is de onderwerps- of voorwerpszin vragend, mededelend of volitief?

Nescio quando hostes perventuri sint.

a)

vragend

b)

mededelend

c)

volitief

20.

Is de onderwerps- of voorwerpszin vragend, mededelend of volitief?

Curate ne quis interficiatur.

a)

vragend

b)

mededelend

c)

volitief

21.

Is de onderwerps- of voorwerpszin vragend, mededelend of volitief?

Curate ne quis interficiatur.

a)

vragend

b)

mededelend

c)

volitief

22.

Is de onderwerps- of voorwerpszin vragend, mededelend of volitief?

Nescire volo quando moritura sim.

a)

vragend

b)

mededelend

c)

volitief

23.

Hoe heet de veerman in de onderwereld?

(a)  

24.

Hoeveel dagen na de begrafenis wordt opnieuw een maaltijd bij het graf van de overledene gehouden?

a)

7

b)

8

c)

9

d)

10

25.

Hoe vaak werd de naam van de overledene aanroepen?

a)

twee

b)

drie

c)

vier

d)

vijf