wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

K4_7.1_Alles werkt samen + Verbranding

Total questions: 20

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.
Wat is de juiste volgorde van groot naar klein?
a)
Organenstelsel - Organisme - Weefsel - Cellen
b)
Organisme - Organenstelsel - Weefsel - Cellen
c)
Organisme - Organenstelsel - Organen - Weefsel - Cellen
d)
Organenstelsel- Organisme - Organen
2.

Een groep organen die samen een bepaalde functie hebben is een ......

a)

Cel

b)

Weefsel

c)

Orgaan

d)

Organenstelsel

e)

Organisme

3.

Zie je in de afbeelding één of meerdere weefsels?

a)

één weefsel

b)

meerdere weefsels

4.
welke orgaan wordt aan gegeven met nr. 1
a)
slokdarm
b)
keel
c)
luchtpijp
d)
strot
5.
Welk organenstelsel is hier afgebeeld?
a)
bloedvatenstelsel
b)
zenuwstelsel
c)
spierenstelsel
d)
verteringsstelsel 
6.
Welk gas heb ik nodig bij verbranding?
a)
koolstodioxide
b)
zuurtsof
c)
stikstof
d)
geen van de 3 genoemde
7.

Zuurstof + 1 --> Energie + 2 + 3

Welke stof hoort er op plek 1 te staan?

a)

CO2

b)

Koolstofdioxide

c)

Water

d)

Glucose

8.

Zuurstof + 1 --> Energie + 2 + 3

Welke stof hoort er op plek 1 te staan?

a)

CO2

b)

Koolstofdioxide

c)

Water

d)

Glucose

9.
Bij de mens wordt suiker (glucose) verbrand>
Welke vorm van energie komt er dan vrij
a)
Warmte en beweging
b)
warmte en licht
c)
licht en beweging
d)
alleen beweging
10.

Met welk orgaanstelsel wordt zuurstof en glucose door het lichaam vervoerd?

a)

Verteringsstelsel

b)

Uitscheidingsstelsel

c)

Ademhalingsstelsel

d)

Bloedvatenstelsel

11.

Welk orgaanstelsel zorgt ervoor dat glucose het bloed inkomt?

a)

Verteringsstelsel

b)

Uitscheidingsstelsel

c)

Ademhalingsstelsel

d)

Bloedvatenstelsel

12.

Wat is niet waar?

a)
Als ik ga bewegen gaat het hart sneller kloppen
b)
Als ik ga bewegen gaat mijn ademhaling sneller
c)
Als ik ga bewegen heb ik meer koolstofdioxide nodig
d)
Als ik ga bewegen heb ik meer zuurstof nodig
13.

Als je gaat sporten gaat je hart sneller kloppen. Waarom?

a)

Omdat je het warm hebt

b)

Om sneller zuurstof en glucose te vervoeren

c)

Om het warmer te krijgen

d)

Zodat je snel gaat zweten

14.
Wat betekend het begrip: bloedsuikerspiegel?
a)
Dat is de hoeveelheid suiker dat zich in het bloed bevind
b)
Dat is bloed met suiker gemengd 
c)
Dat is het glucosegehalte van het bloed
d)
Dat betekenend helemaal niks
15.

In welke hormoonklier wordt insuline gemaakt?

a)

Alvleesklier

b)

Schildklier

c)

Hypofyse

d)

Bijnieren

16.

De alvleesklier maakt insuline. Wat doet insuline?

a)

Insuline zorgt ervoor dat het teveel aan glucose in je bloed wordt omgezet naar glycogeen.

b)

Insuline zorgt ervoor dat het teveel aan glucose in je bloed door je nieren eruit gefilterd wordt.

c)

Insuline zorgt ervoor dat je geen honger meer hebt.

d)

Insuline zorgt ervoor dat glycogeen wordt omgezet in glucose zodat je meer suiker in je bloed krijgt.

17.

Je alvleesklier maakt glucagon. Wat doet glucagon?

a)

Glucagon zorgt ervoor dat glycogeen omgezet wordt in glucose zodat er meer suiker in je bloed komt.

b)

Glucagon zorgt ervoor dat glucose uit je darmen wordt opgenomen in je bloed.

c)

Glucagon zorgt ervoor dat glucose wordt omgezet naar glycogeen.

d)

Glucagon zorgt ervoor dat je het gevoel krijgt dat je honger hebt.

18.

Waar of niet waar?

Wanneer Glucose omgezet wordt in Glycogeen daalt je bloedsuikerspiegel.

a)

Waar

b)

Niet waar

19.

Een onderzoekje naar het verband tussen het glucosegehalte van het bloed en een schrikreactie. Op welk tijdstip schrok deze persoon hevig?

a)

P

b)

Q

c)

R

d)

S

20.

Glucagon zorgt ervoor dat Glycogeen (langzaam) omgezet wordt in Glucose.

Welk ander hormoon zorgt ervoor dat Glycogeen snel omgezet wordt in Glucose?

a)

Adrenaline

b)

Testosteron

c)

Oestrogeen

d)

Dopamine