wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Renaissance, Reformatie, Nederlandse opstand

Total questions: 49

Worksheet time: 24mins

Name
Class
Date
1.

In de Renaissance keken mensen weer terug naar 2 rijken uit de oudheid, welke 2?

a)

Perzen & Egyptenaren

b)

Egyptenaren & Romeinen

c)

Grieken & Romeinen

d)

Perzen & Grieken

2.

In de Renaissance zagen we dat er bij de kunst veranderingen kwamen, welke waren dat?


Er zijn meerdere antwoorden mogelijk

a)

Geloof was het enige onderwerp voor kunstenaren

b)

Meer diepte (perspectief) in schilderijen

c)

De kunstwerken leken realistischer (echter)

d)

Kunst mocht geen naakte mensen bevatten

e)

Artiesten ondertekenden hun werk

3.

De renaissance bespreken we in tijdvak 5. Welke jaartallen passen bij dit tijdvak?

a)

500 - 1000

b)

1000 - 1500

c)

1500 - 1600

d)

1600 - 1700

4.

Welke volgorde is correct (van oud naar nieuw).

a)

3-1-2

b)

2-1-3

c)

3-2-1

d)

2-3-1

5.

Wat betekent Renaissance letterlijk?

a)

Wederopstanding

b)

Wedergeboorte

c)

Gedenk te sterven

d)

Herleving

6.

Welk kenmerk past niet bij de Renaissance?

a)

Belangstelling voor onderzoek en wetenschap

b)

Individualiteit van de mens

c)

Erfgoed Klassieke Oudheid

d)

Georiënteerd op het leven na de dood

7.

Waar had Erasmus in zijn werk Lof der Zotheid kritiek op?

a)

De christelijke kerk

b)

De adel

c)

De handelselite

d)

De boeren

8.

Dit kunstwerk past bij de

a)

Middeleeuwen

b)

Renaissance

9.

Dit kunstwerk past bij de

a)

Middeleeuwen

b)

Renaissance

10.

Wat is niet vernieuwend aan het het werk van renaissanceschilders?

a)

realistische schilderijen

b)

diepte

c)

bestuderen van de natuur en de mens

d)

religieuze thematiek

11.

Welk van deze 3 gebouwen stamt niet uit de periode van de renaissance?

a)
b)
c)
d)
12.

Welk van deze schilderijen vindt zijn oorsprong in de middeleeuwen?

a)
b)
13.

Waar heeft Maarten Luther geen kritiek op?

a)

De aflatenhandel

b)

De geestelijken die zich niet aan de regels van de kerk houden

c)

Het gewone volk dat zelf de Bijbel leest

d)

De rijkdom in de kerken

14.

Door welke uitvinding werden de ideeën van Maarten Luther sneller verspreid?

a)

De boekdrukkunst

b)

De radio

c)

Het schrift

d)

De fiets

15.

De paus hoort bij de Rooms-katholieke kerk.

a)

dat is juist

b)

dat is niet juist

16.

hervorming van de kerk betekent...

a)

Naast katholieken waren er ook protestanten

b)

Katholieken bestaan niet meer.

c)

Protestanten wilden katholiek worden

17.
Wat is een aflaat?
a)
een briefje dat je kreeg van de kerk, als je goed geloofde
b)
een briefje dat je kreeg als je een zonde had begaan
c)
Een briefje dat je kon kopen, in ruil voor een plekje in de hemel
d)
een briefje dat je van Luther kreeg, als je hem hielp
18.
Wat is een ketter?
a)
Een ketter is iemand die niet leeft volgens de regels van de kerk
b)
Een ketter is iemand die gemarteld werd voor de waarheid
c)
Een ketter is iemand die opkwam voor de katholieke kerk
d)
Een ketter is iemand die in opstand komt tegen de protestanten
19.
Welke uitspraak past bij de ideeën van Maarten Luther?
a)
Als je een aflaat koopt, vergeeft God je jouw fouten.
b)
De Bijbel is in het Latijn geschreven. Dat moet zo blijven.
c)
Iedereen moet de Bijbel kunnen lezen, niet alleen de mensen die Latijn kennen.
20.

Onderwijs en opvoeding is volgens humanisten niet zo belangrijk. Het gaat om het geloof in God.

a)

Juist

b)

Onjuist

21.

Welk geloof had de koning van Spanje?

a)

Katholiek

b)

Protestant

c)

Joods

d)

Gereformeerd

22.

Welke gebeurtenis zie je hierboven?

a)

De bestorming van de Bastille

b)

De Beeldenstorm

c)

De slag bij Nieuwpoort

d)

De moord op Willem van Oranje

23.

Filips II wilde dat iedereen katholiek was, maar wat wilde Willem van Oranje?

a)

Hij wilde dat ook

b)

Hij wilde dat iedereen protestant was

c)

Hij wilde godsdienstvrijheid

d)

Hij wilde geen geloof meer

24.
Verandering van de kerk in twee delen: Katholiek en Protestant noemen we ...
a)
restauratie
b)
veranderen
c)
hervorming
d)
Renaissance
25.
Leonardo da Vinci was een...
a)
uitvinder
b)
schilder
c)
wiskundige
d)
alle drie
26.
Maarten Luther was een...
a)
wetenschapper
b)
uitvinder
c)
monnik
d)
alle drie
27.

Welk begrip hoort bij deze omschrijving:


'denkstroming, met het hoogtepunt in de 18e eeuw, waarbij het gebruik van het menselijk verstand centraal staat'

a)

Ratio

b)

Renaissance

c)

Verlichting

d)

Verlicht denken

28.

Wat wordt er bedoeld met ratio?

a)

Een nieuwe uitvinding uit de 18e eeuw

b)

De rede (gezond) verstand

c)

Dat is een ander woord voor Renaissance

d)

Dat mensen niet voor zichzelf dachten

29.

Welk kenmerk past NIET bij de Verlichting?

a)

Geleerden gaan er vanuit dat mensen kunnen groeien en kunnen leren

b)

Geleerden vinden dat kerkleiders de mensen dom en onwetend houden

c)

Mensen volgen de adviezen op van anderen en denken niet voor zichzelf

d)

Er werden vragen gesteld over de manier waarop de samenleving werd bestuurd

30.

Welke religie had Karel de Vijfde?

a)

Protestant

b)

Katholiek

31.
Van wie is deze kerk?
a)
Katholieke kerk
b)
Protestantse kerk
32.

Wat past niet bij het humanisme?

a)

Inspiratie uit klassieke werken

b)

De mens en haar ontwikkeling staan centraal

c)

Kritiek op de samenleving

d)

Inspiratie uit de Bijbel

33.
Wanneer begon de Opstand in de Nederlanden?
a)
1568
b)
1588
c)
1600
d)
1648
34.

In welk document werd Filips II definitief als koning afgezet door de Noordelijke Nederlanden?

a)

Unie van Utrecht

b)

Unie van Atrecht

c)

Acte van Verlatinghe

d)

Pacificatie van Gent

35.
Wie volgde Willem op als leider van de opstand tegen de Spanjaarden?
a)
Maurits van Nassau
b)
Frederik Hendrik van Nassau
c)
Adolf van Nassau
d)
Koning Willem Alexander
36.
Welke stad werd door de Watergeuzen veroverd op 1 april 1572?
a)
Den Briel
b)
Delft
c)
Amsterdam
d)
Beverwijk
37.
Hoeveel gewesten waren er in de Republiek?
a)
6
b)
7
c)
8
d)
9
38.
Bij welke vrede erkenden de Spanjaarden officieel de Republiek als een Soeverein (dat betekent vrij en zelfstandig) land?
a)
Vrede van Munster
b)
Vrede van Munchen
c)
Vrede van Augsburg
d)
Vrede van Atrecht
39.
De vrede van Munster werd getekend in:
a)
1568
b)
1648
c)
1700
d)
1672
40.

Een stelling: "Het centrale bestuur van Filips II was een oorzaak voor het ontstaan van de Opstand." Klopt deze stelling? Waarom wel/niet?

a)

Ja, want de adel en steden waren hier tegen

b)

Nee, het was een gevolg, niet een oorzaak

c)

Ja, want de katholieken waren hier tegen

d)

Nee, het was een oorzaak voor de Reformatie

41.

Wat voor titel had Margareta van Parma?

a)

Koningin

b)

Stadhouder

c)

Landvoogdes

d)

Landsvervanger

42.

Wie stuurde Filips II naar de Nederlanden na de Beeldenstorm?

a)

De hertog van Alva

b)

De hertog van Andalusië

c)

De graaf van Madrid

d)

De heer van Mechelen

43.

Van welk gewest was Willem van Oranje in 1566 geen stadhouder?

a)

Friesland

b)

Holland

c)

Zeeland

d)

Utrecht

44.

Wat was een belangrijk gevolg van de komst van Alva in 1567:

a)

Duizenden Nederlanders vluchtten naar het buitenland

b)

Alva ging in overleg met de gewestelijke staten.

c)

Egmont en Hoorne werden tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld

d)

Willem van Oranje werd gearresteerd door de troepen van Alva

45.

Wat is het belang van de inname van Den Briel in 1572?

a)

Steeds meer Hollandse en Zeeuwse steden liepen naar de Opstand over

b)

De oorlog werd een echte strijd tussen Nederland en Spanje

c)

Den Briel was een van de belangrijkste steden van Holland

d)

De inname van Den Briel was zeer heldhaftig geweest

46.

Op 10 juli 1584 werd Willem van Oranje vermoord. Door wie?

a)

Filips ll

b)

prins Maurits

c)

Johan van Oldebarneveldt

d)

Alva

e)

Balthasar Gerards

47.

Welk begrip hoort niet bij de Zeven Verenigde Nederlanden?

a)

Stadhouder

b)

Raadspensionaris

c)

Statenvergadering

d)

Koning

48.

Bekijk de bron: "In 1648 sluiten Spanje en de Republiek de Vrede van Münster." Wat past het beste bij deze bron?

a)

Sociaal

b)

Economisch

c)

Cultureel

d)

Politiek

49.
Welk gewest had in de Staten-Generaal de meeste invloed?
a)
Drente
b)
Brabant
c)
Zeeland
d)
Holland