WorksheetsWerkwoordspelling
Total questions: 17
Worksheet time: 9mins
Het defecte autootje werd onmiddellijk (herstellen).
(a)
Niemand (geloven) toen dat zij die sudoku zou kunnen oplossen.
(a)
Een kat is eigenlijk een bloeddorstig monster dat onschuldige vogeltjes en muizen (doden).
(a)
Mijn oudste broer is al liftend naar Italië (reizen).
(a)
Een cafébaas (verwonden) gisteren vier jongelui.
(a)
Heb je de foto's zelf (ontwikkelen)?
(a)
Hij werd gestraft omdat hij met sneeuwballen (gooien).
(a)
Haar moedige houding (verbazen) ons nu.
(a)
Sander (zappen) gisteren van de ene zender naar de andere.
(a)
Dat boefje (beroven) gisteren een oud vrouwtje.
(a)
Op die vraag (antwoorden) ik nu liever niet.
(a)
Voorlopig (redden) jij je wel.
(a)
Helaas (aanvaarden) Ria jouw excuses nu niet.
(a)
De kok (proeven) van alle gerechten die hij had bereid.
(a)
Waarom heb jij nooit een huisdier (willen)?
(a)
Heb jij je tekening al (verven)?
(a)
De studenten (vrezen) afgelopen week voor hun examens.
(a)
