NEW
Font size
Worksheetswerkwoordspelling ( instaptoets)
Total questions: 15
Worksheet time: 8mins
tegenwoordige tijd
( raden) Ik ____ u af om deze crème te gebruiken.
raad
raadt
raat
verleden tijd
( zakken) Door de mist ____ het kapsel uit model.
zakt
zakte
zaktte
gezakt
Verleden tijd
( kosten) Die nieuwe spiegels _____ ons veel geld.
kost
koste
kostte
gekost
tegenwoordige tijd
( behandelen) Dat komt doordat je het haar verkeerd ____.
behandelt
behandeld
behandeldt
voltooide tijd
( openen) Morgen wordt de nieuwe salon ____.
geopent
geopend
tegenwoordige tijd
( landen) ____ je vliegtuig om 9 uur op Schiphol?
lant
land
landt
voltooide tijd
( informeren) Heb je al naar de mogelijkheden ____?
geïnformeert
geïnformeerd
verleden tijd
( branden) Ik ____ mijn vinger aan de krultang.
brande
brandde
branden
brandden
tegenwoordige tijd
( betalen) Mijn man ____ morgen rekening wel.
betaalt
betaald
betaaldt
verleden tijd
( adviseren) Diverse kappers ____ mij het haar kort te knippen.
adviseerde
adviseerden
adviseerdde
adviseerdden
tegenwoordige tijd
( onthouden) Ik hoop dat Miriam dat allemaal ____.
onthout
onthoud
onthoudt
verleden tijd
( voorbereiden) Marja ____ de klant voor op een kleurbehandeling.
bereide
bereiden
bereidde
bereidden
voltooide tijd
( krabben) Je hebt teveel aan die rode plek ____.
gekrabt
gekrabd
gekrabdt
verleden tijd
( lusten) Vroeger ____ hij geen bruin brood.
luste
lusten
lustte
lustten
voltooide tijd
( afstoffen) Je bent klaar als je de verkoopplanken hebt ____.
afgestoft
afgestofd
afgestofdt
