wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

KAV Hoofdstuk 1

Total questions: 14

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Je "ziet de klant als gast" als je de nadruk legt op:

a)

Verkoop

b)

Welkom voelen

c)

Bijverkoop

d)

Klantenbinding

2.

Winkeltrouw van een klant komt vooral voort uit:

a)

Klantgerichte benadering

b)

Gastvrije benadering

c)

Bedrijfsgerichte benadering

3.

Aankopen van een klant komen sneller voort uit:

a)

Klantgerichte benadering

b)

Gastvrije benadering

c)

Bedrijfsgerichte benadering

4.

Een gesprek met de klant over alledaagse zaken noemen we:

a)

Big talk

b)

Medium talk

c)

Small talk

d)

Talking Heads

5.

De manier waarop een retailer de klant benaderd en bedient is een winkel (a)   (vul in)

6.

Wat is geen onderdeel van het winkelconcept?

a)

Persoonlijke verkoop

b)

Transport goederen

c)

Presentatie winkel

d)

Huisstijl

e)

Gedrag personeel

7.

Bij het ontwerpen van je winkelconcept moet je geen rekening houden met je concurrentie.

a)

Juist

b)

Onjuist

8.

Waarom heeft het internet gezorgd voor kritischer klanten?

a)

Klanten zijn luier geworden.

b)

Klanten gebruiken geen contant geld meer.

c)

Klanten zien bijna niemand meer.

d)

Klanten hebben toegang tot veel meer informatie.

9.

Een winkel ziet in onderzoek dat klanten andere behoeften hebben aan een winkel.

Wat moet de winkel doen?

a)

Reclame maken.

b)

Concept aanpassen.

c)

Prijzen omlaag doen.

10.

Een winkel kan eisen stellen aan de uiterlijke verzorging van het winkelpersoneel.

a)

Juist

b)

Onjuist

11.

Een winkel gaat de concurrentie aan door een beter aanbod te hebben dan de concurrentie.

Deze winkel doet aan:

a)

Prijsdistributie

b)

Servicedistributie

12.

Visual merchandising is de verzamelnaam voor:

a)

Welke zichtbare merchandise een winkel heeft.

b)

Welke artiesten in het assortiment zijn opgenomen.

c)

Hoe je artikelen op de meest verleidelijke manier kunt presenteren.

d)

Hoe je artikelen op de meest efficiënte manier kunt presenteren.

13.

Productpresentatie heeft geen directe verbinding met hospitality.

a)

Juist

b)

Onjuist

14.

Wat is wel onderdeel van het winkelinterieur?

a)

Winkelgevel

b)

Etalage

c)

Winkelingang

d)

Afrekenpunt