wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Economie 3MT - Semester 1

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Matteo koopt een abonnement bij De Lijn.

a)

van gezin naar bedrijf

b)

van bedrijf naar gezin

c)

van gezin naar overheid

d)

van overheid naar gezin

2.

nv Sablon krijgt een lening bij KBC.

a)

van bedrijven naar financiële instellingen

b)

van gezinnen naar financiële instellingen

c)

van financiële instellingen naar gezinnen

d)

van financiële instellingen naar bedrijven

3.

Virgo Sapiens geeft de leerlingen warme chocomelk tijdens de speeltijden.

a)

goederenstroom

b)

geldstroom

4.

Ali krijgt van de Sint €20,00.

a)

goederenstroom

b)

geldstroom

5.

Welk bedrijf mag er niet worden opgenomen in de bedrijfskolom?

a)

Colruyt

b)

chocoladefabriek

c)

cacaoplantage

d)

veiling

6.

Het verschil tussen omzet en bruto toegevoegde waarde zit hem in de ...

a)

inkopen

b)

pacht

c)

afschrijvingen

7.

Het verschil tussen bruto en netto toegevoegde waarde schuilt in ...

a)

winst

b)

loon

c)

afschrijvingen

8.

In een vennootschap is er steeds een minimumkapitaal verplicht.

a)

juist

b)

fout

9.

Ook wanneer je alleen bent, kan je een bv oprichten.

a)

juist

b)

fout

10.

Voor een job als leerkracht krijgt men een ...

a)

vast inkomen

b)

variabel inkomen

c)

aanvullend inkomen

11.

Aankopen in de plaatselijke bakkerij zijn een voorbeeld van ...

a)

variabele kosten

b)

vaste kosten

c)

occasionele of incidentele kosten

12.

Wat is een hypothecaire lening?

a)

voor geringe bedragen, afgelost bedrag kan opnieuw worden opgenomen

b)

lening voor de aankoop, bouw of renovatie van een woning, hier gaat het meestal over een groot bedrag

c)

privéproject

13.

De solvabiliteit wordt berekend om te zien of iemand zijn geleende bedrag kan terugbetalen.

a)

juist

b)

fout

14.

Een debetsaldo, ook al is dat overeengekomen, kost geld.

a)

juist

b)

fout

15.

Wanneer je je bankkaart verliest, bel je onmiddellijk naar RSS.

a)

juist

b)

fout