Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

V4 Herhalen 1.1-1.2-1.6

Total questions: 18

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.
Wat is een voorbeeld van een populatie?
a)
Alle konijnen op Schiermonnikoog
b)
De beplanting in een naaldbos
c)
Alle organismen in een vijver
d)
Een leeuwin met twee welpen op de savanne
2.
Een wetenschapper wil de invloed van aspirine op de bloeddruk bepalen. Hij beschikt over twee gelijke groepen proefpersonen. De proefpersonen van de ene groep krijgen een asparinetabletje (opgelost in een glas water) waarna ze de oplossing moeten opdrinken.
Wat moet de controlegroep toegediend krijgen?
a)
Niks
b)
Een glas water
c)
Een glaswater met opgelost een vergelijkbaar tabletje
d)
Een vergelijkbaar tabletje zonder asparine
3.
Manfred onderzoekt en benoemt alle waterdiertjes in de vijver om hier vervolgens een voedselweb van te maken.
Is dit een beschrijvend of een hypothesetoetsend onderzoek?
a)
Beschrijvend
b)
Hypothesetoetsend
4.

Wanneer je een skelet van een kip bestudeert ben je bezig op het niveau van een.,,,

a)

Weefsel

b)

Orgaan

c)

Orgaanstelsel

d)

Organisme

5.

Welk begrip past het beste bij de volgende definitie:

'Een nieuwe eigenschap die er op het lagere organisatieniveau niet is'

a)

Kenmerkende eigenschap

b)

Specifieke eigenschap

c)

Emergente eigenschap

d)

Bepalende eigenschap

6.

Welk begrip past het beste bij de volgende definitie:

'Stoffen die de chemische reacties van stofwisselingsprocessen versnellen'

a)

Organellen

b)

Eiwitten

c)

Enzymen

d)

Moleculen

7.

Nummer 1 heet

a)

slokdarm

b)

holle ader

c)

luchtpijp

d)

aorta

8.

Nummer 4 is..

a)

de maag

b)

de lever

c)

een buikspier

d)

een nier

9.
Welk orgaan wordt weergegeven met J?
a)
Lever
b)
Maag
c)
Alvleesklier
d)
Hart
10.
Welk orgaan wordt weergegeven met D?
a)
Slokdarm
b)
Luchtpijp
c)
Holle ader
d)
Aorta
11.
Dit is een dwarsdoorsnede van...
a)
de buikholte (onder het middenrif)
b)
de borstholte
c)
de buikholte (ter hoogte van de navel)
12.
Welk organenstelsel is hier afgebeeld?
a)
bloedvatenstelsel
b)
zenuwstelsel
c)
spierenstelsel
d)
verteringsstelsel 
13.

Deze organen horen bij...

a)

het bloedvatenstelsel

b)

het spierstelsel

c)

het ademhalingsstelsel

d)

het verteringsstelsel

14.

In welk stadium van de levensloop van dit organisme vind de meeste groei plaats?

a)

in het larvestadium

b)

in fase rups naar pop

c)

in fase pop

d)

in het vlinderdtadium

15.

In welk stadium van de levensloop vindt de meeste ontwikkeling plaats?

a)

in fase van ei naar rups

b)

in fase rups naar pop

c)

in de fase van pop

d)

in de vlinderfase

16.

Op welk organisatieniveau ontstaat de eigenschap "lopen"?

a)

orgaan

b)

populatie

c)

organisme

d)

ecosysteem

17.

Milieuproblemen zijn op dit moment groot. In welk(e) organisatieniveau(s) zijn deze actueel?

a)

populatie

b)

populatie en ecosysteem

c)

organisme en populatie

d)

ecosysteem en biosfeer

e)

ecosysteem

18.

In de afgelopen eeuw is de waterkwaliteit van de Rijn door vervuiling nogal veranderd. De waterkwaliteit wordt onder andere bepaald met behulp van vissen (zie het plaatje).

Er wordt gemeten hoe vaak de vissen de sensor raken wanneer er rivierwater door het apparaat gepompt wordt. Naarmate het water vervuilder is, zijn de vissen zwakker en raken ze vaker de sensor.

Om vast te stellen of water vervuild is, is een controlemeting nodig. Hoe dient deze controlemeting te worden uitgevoerd?

a)

De controlemeting bevat dezelfde vissen, maar water dat niet vervuild is.

b)

De controlemeting bevat het water uit de Rijn, maar andere vissen. Alle overige omstandigheden zijn gelijk.

c)

De controlemeting bevat het water uit de Rijn en dezelfde vissen.

d)

De controlemeting bevat dezelfde vissen, maar water dat niet vervuild is. Alle overige omstandigheden zijn gelijk.