wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3GT Organen en Cellen

Total questions: 20

Worksheet time: 22mins

Name
Class
Date
1.

Welke levenskenmerken horen bij stofwisseling?

a)

Ademhaling

b)

Uitscheiding

c)

Voortplanten

d)

Groei

e)

Zwemmen

2.

Welk levenskenmerk hoort bij deze uitspraak: Een organisme wordt langer en groter.

a)

Groei

b)

Ontwikkeling

c)

Voeding

d)

Bewegen

3.

Stelling: Na je 18de levens kan er GEEN geestelijke ontwikkeling of groei plaatsvinden.

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

Hoe heeft het levensfase van de leeftijd van 1,5 tot 4 jaar?

a)

Baby

b)

Peuter

c)

Kleuter

d)

Schoolkind

5.

In welke levensfase leer je schrijven en lezen?

a)

Peuter

b)

Kleuter

c)

Schoolkind

d)

Puber

6.

In welke(n) levensfase(n) vindt er een groeispurt plaats?

a)

Baby

b)

Kleuter

c)

Schoolkind

d)

Puber

7.

Teken een dierlijke cel met alle onderdelen erin.

8.

Wijs met een lijn aan waar het cytoplasma zit en omcirkel de vacuole.

9.

De luchtpijp heeft als functie dat er lucht naar de longen kan stromen. Hij is een belangrijk onderdeel van meerdere organen die samenwerken. Op welk organisatieniveau zit dit groter geheel?

(a)  

10.

Hoe noem je een groep beencellen die allemaal samen dezelfde functie hebben?

a)

Cellen

b)

Weefsel

c)

Orgaan

d)

Orgaanstelsel

11.

Wat is het grootste organisatieniveau?

(a)  

12.

Waar in de cel bevinden zich de kleurstofkorrels?

a)

Celkern

b)

Celmembraan

c)

Cytoplasma

d)

Vacuole

13.

Welke van de onderstaande delen zitten alleen in een plantencel?

a)

Kernmembraan

b)

Vacuole

c)

Celwand

d)

Celmembraan

14.

In welk deel van de cel bevinden zich de chromosomen?

a)

DNA

b)

Celkern

c)

Cytoplasma

d)

Celwand

15.

Een onderzoeker bekijkt een cel onder de microscoop. Hij telt in de cel 35 chromosomen. Bekijkt de onderzoeker een geslachtscel of een lichaamscel? Leg uit!

4 lines
16.

Quinn en Karel krijgen van zijn docent een afbeelding te zien van een chromosomenportret van een persoon. In het portret zien de jongens 2 X-chromosomen. Quinn zegt dat de persoon een vrouw is. Karel zegt dat de persoon een man is. Wie heeft er gelijk?

a)

Quinn heeft gelijk

b)

Karel heeft gelijk

17.

Je huid is wordt constant blootgesteld aan de elementen van de buiten wereld. De cellen moeten daarom ook vervangen om je huid te herstellen van wonden. Welke vorm van celdeling vindt er plaats in je huid?

a)

Mitose

b)

Meiose

c)

Beide

d)

Kan je niet weten

18.

Een winterpeen (oranje wortel) is een veel gebruikte groente in Nederland. Als je een winterpeen cel onder de microscoop zou bekijken. Welke korrels zou je dan tegenkomen?

a)

Bladgroenkorrels

b)

Kleurstofkorrels

c)

Zetmeelkorrels

d)

Reservekorrels

19.

Een zaadcel is de geslachtscel van de man. Deze cel heeft een zweepstaartje en is gemaakt om te bewegen naar de eicel toe. Welke verschillen zijn er allemaal tussen de eicel en zaadcel en waarom?

4 lines
20.

Bij welke celdeling ontstaan er eicellen?

a)

Mitose

b)

Meiose