wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Economie pincode 7e editie hoofdstuk 1 klas 3

Total questions: 13

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Welke van onderstaande situaties heeft te maken met commerciële beïnvloeding

a)

Je ouders vinden de scooter die je wilt komen veel te duur

b)

In de kledingwinkel pas je een t shirt en de verkoper zegt dat hij geweldig staat

c)

Op social media zie je een reclame over een nieuwe telefoon die je daarna koopt

d)

Je vrienden vinden de broek die je wilt kopen mooi dus je besluit hem te kopen

2.

Welke van onderstaande voorbeelden zijn primaire goederen?

a)

Boterham met kaas

b)

Fatbike

c)

JBL extreme 2

d)

Iphone X

3.

Je ouders geven € 685 per jaar uit aan elektriciteit. Als het dak zonnepanelen heeft besparen ze 92% en betalen ze nu ?

(a)  

4.

Informatieve reclame is reclame die

a)

Informatie geeft over de prijs van een produkt

b)

Informatie geeft over de gebruikers van een product

c)

Informatie geeft over de eigenschappen en de prijs van een product

d)

Informatie geeft over de verkopers van een product

5.

Jongeren zijn een belangrijke doelgroep voor bedrijven omdat

a)

ze veel geld te besteden hebben

b)

ze hun ouders beïnvloeden

c)

Ze de klanten van de toekomst zijn

d)

Ze altijd in reclames geloven

6.

NIBUD betekent

a)

Nationaal instrument budget voorlichting

b)

Nationaal instituut voor budgetvoorlichting

c)

Nederlands instituut voor budgetvoorlichting

d)

Nominaal instituut voor budgetvoorlichting

7.

Welk voorbeeld is GEEN inkomen uit bezit

a)

rente

b)

huur

c)

winst

d)

loon

8.

Reserveren doe je om incidentele uitgaven te kunnen betalen

a)

juist

b)

onjuist

9.

Je wilt over 2 jaar een nieuwe telefoon kopen van € 500. Je krijgt voor je oude telefoon nog € 50 terug op marktplaats. Hoeveel moet je per maand reserveren om over 2 jaar een nieuwe telefoon te kopen?

a)

€ 20,83

b)

€41,67

c)

€ 18,75

d)

€ 37,50

10.

Je koopt een nieuwe tv voor op je kamer. Bij welk soort uitgaven hoort de TV?

a)

Huishoudelijke uitgaven

b)

Incidentele uitgaven

c)

Vaste lasten

d)

Zakgelduitgaven

11.

Een ander woord voor geld opzij zetten voor incidentele uitgaven is (a)  

12.

Geef het juiste antwoord:

Je koopkracht stijgt als je inkomen daalt/stijgt of de prijzen dalen/stijgen

a)

daalt/dalen

b)

daalt/stijgen

c)

stijgen/stijgen

d)

stijgt/dalen

13.

Een ander woord voor prijsstijging is (a)