wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

B4 T1 Planten bs 1 t/m 6

Total questions: 47

Worksheet time: 24mins

Name
Class
Date
1.

Welk orgaan heeft deze taak:

Hier maakt een plant voedingsstoffen, dat is fotosynthese.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

2.

Welk orgaan heeft deze taak:

Nemen water en mineralen op uit de bodem, zetten de plant vast in de bodem.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

3.

Welk orgaan heeft deze taak:

Voor transport van stoffen en rechtop houden (stevigheid) van de plant.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

4.

Welk orgaan heeft deze taak:

Zorgen voor de voortplanting, de ontwikkeling van vruchten en zaden.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

5.

Wat eet deze rups?

a)

bladmoes

b)

bladsteel

c)

bladschijf

d)

stengel

6.

Wanneer en waar vind er in een plant fotosynthese plaats?

a)

alleen overdag overal in de plant

b)

alleen 's nachts in de groene delen van een plant

c)

zowel overdag als 's nachts overal in de plant

d)

alleen overdag in de groene delen van de plant

7.

Kan een plant water opnemen via de huidmondjes en koolstofdioxide

a)

Alleen water wordt opgenomen via de huidmondjes

b)

Water en koolstofdioxide worden opgenomen via de huidmondjes

c)

Alleen koolstofdioxide wordt opgenomen via de huidmondjes

d)

Geen van beide stoffen wordt opgenomen via de huidmondjes

8.

Hoe heet onderdeel 1?

a)

Vacuole

b)

Cytoplasma

c)

Bladgroenkorrel

d)

Celwand

9.
In welk deel van de bladeren bevinden zich de vaten?
a)
Nerven
b)
Bladmoes
c)
Bladrand
d)
Alleen in de bladsteel
10.

Wanneer en waar vind er in een plant verbranding plaats?

a)

alleen overdag overal in de plant

b)

alleen 's nachts in de groene delen van een plant

c)

zowel overdag als 's nachts overal in de plant

d)

alleen overdag in de groene delen van de plant

11.

Water + 1 + licht --> 2 + zuurstof

Wat moet worden ingevuld bij 1? en wat bij 2?

a)

1=Glucose, 2=Voedingsstoffen

b)

1=koolstofdioxide, 2=glucose

c)

1=voedingsstoffen, 2=glucose

d)

1=voedingsstoffen, 2=koolstofdioxide

12.

Van welke vaten is dit:

Hierdoor stroomt water met mineralen uit de wortels omhoog.

a)

Houtvaten

b)

Bastvaten

13.

Van welke vaten is dit:

Zijn wijd.

a)

Houtvaten

b)

Bastvaten

14.

Van welke vaten is dit:

Zijn smaller

a)

Houtvaten

b)

Bastvaten

15.

Van welke vaten is dit:

liggen aan de buitenkant van de vaatbundel

a)

Houtvaten

b)

Bastvaten

16.
Welk van de genummerde delen zal vooral als functie het opnemen van water hebben?
a)
1
b)
2
c)
3
d)
4
17.

Je ziet hier een schematische tekening van de doorsnede van een stengel. Welke letter wijst een bastvat aan?

a)

Letter a

b)

Letter b

c)

Letter c

18.

Wat zijn kenmerken kenmerk van een houtvat?

Let op: meerdere antwoorden zijn mogelijk.

a)

Hierdoor stroomt water met mineralen uit de wortels omhoog.

b)

Hierdoor stroomt water met glucose en andere voedingsstoffen vanuit de bladeren naar de andere delen van de plant.

c)

Ze liggen aan de binnenkant van een vaatbundel.

d)

Ze liggen aan de buitenkant van een vaatbundel.

19.

Wat zijn kenmerken kenmerk van een bastvat?

Let op: meerdere antwoorden zijn mogelijk.

a)

Hierdoor stroomt water met mineralen uit de wortels omhoog.

b)

Hierdoor stroomt water met glucose en andere voedingsstoffen vanuit de bladeren naar de andere delen van de plant.

c)

Ze liggen aan de binnenkant van een vaatbundel.

d)

Ze liggen aan de buitenkant van een vaatbundel.

20.

Het omzetten van glucose in andere energierijke stoffen heet ook wel

a)

assimilatie

b)

associatie

c)

verbranding

d)

fotosynthese

21.

In een kas staan paprikaplanten. De planten staan in het licht. Wat gebeurt er met de hoeveelheid koolstofdioxide in de kas?

a)

De hoeveelheid koolstofdioxide neemt af.

b)

De hoeveelheid koolstofdioxide neemt toe.

c)

De hoeveelheid koolstofdioxide blijft ongeveer gelijk.

22.

Hoe worden de grote gekleurde bladeren van een bloem genoemd, die dienen voor het aanlokken van insecten?

a)

kroonbladeren

b)

kelkbladeren

c)

bladeren van de steel

23.

Wat is de functie van de kelkbladeren?

a)

aanlokken van insecten

b)

beschermen van de bloem als deze nog in de knop zit

c)

hierop staan alle onderdelen van een bloem

d)

deze bladeren vormen zich later tot de kroonbladeren

24.

Hoe wordt het vrouwelijke geslachtsorgaan van een plant genoemd?

a)

meeldraad

b)

stamper

c)

vruchtbeginsel

d)

stempel

25.

Wat is waar als het gaat om ongeslachtelijke voortplanting?

(meerdere antwoorden kunnen goed zijn)

a)

stekken is hier een voorbeeld van

b)

er vindt bevruchting plaats

c)

er komen geen geslachtscellen bij kijken

d)

voor ongeslachtelijke voortplanting heb je nog wel een vrouwelijk en mannelijk organismen nodig

26.

Welke van de onderstaande antwoorden zijn voorbeelden van ongeslachtelijke voortplanting?

a)

bollen

b)

stekken

c)

bevruchting

d)

uitlopers

e)

wortelstokken

27.

De kroonbladeren hebben nummer

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

28.

De kelkbladeren hebben nummer

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

29.

De stamper heeft nummer

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

30.

De zaadcellen van een plant worden gemaakt in de meeldraden. Dat is nummer

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

31.

Hoeveel planten heb je nodig voor ongeslachtelijke voortplanting?

a)

1

b)

2

c)

3

32.

Een ui is een zaadplant met een bol.

Hoe kan een ui zich voortplanten?

a)

ongeslachtelijk

b)

geslachtelijk

c)

zowel geslachtelijk als ongeslachtelijk

33.

deze afbeelding is een weergave van ....

a)

wortelstokken

b)

knollen

c)

bollen

d)

uitlopers

34.

Deze afbeelding is een weergave van ....

a)

knollen

b)

uitlopers

c)

wortelstokken

d)

bollen

35.

Hoe wordt het proces genoemd waarbij stuifmeel van de ene plant op de stempel van een andere plant terecht komt ? (de planten behoren tot dezelfde soort)

a)

bevruchting

b)

stuifmeel overdracht

c)

bestuiving

d)

kieming

36.

Op dit plaatje

a)

Is er wel bestuiving maar nog geen bevruchting

b)

Is er wel bestuiving en ook bevruchting geweest

c)

Is er geen bestuiving maar wel bevruchting geweest

d)

Is er geen bestuiving en geen bevruchting geweest

37.

Wat voor type bestuiving is nummer 1?

a)

Zelfbestuiving

b)

Kruisbestuiving

c)

Geen bestuiving

38.

Wat voor type bestuiving is nummer 3?

a)

Zelfbestuiving

b)

Kruisbestuiving

c)

Geen bestuiving

39.

Welk onderdeel van de stamper kan stuifmeelkorrels opvangen?

a)

De Stempel

b)

De Stijl

c)

Het Vruchtbeginsel

40.

Als de stamper van een appelbloem niet wordt bestoven

a)

Ontstaat een appel zonder zaden

b)

Ontstaat een appel met zaden

c)

Ontstaat geen appel

41.

In de afbeelding zijn drie bloeiende planten getekend. Insecten kunnen stuifmeel overbrengen zoals met de pijlen is aangegeven.

Welke pijl geeft geen bestuiving aan?

a)

pijl 1

b)

pijl 2

c)

pijl 3

42.

Judith wil weten hoeveel pitjes er in een klokhuis van een appel zitten. Ze telt zes pitjes.

Hoeveel zaadbeginsels zaten er in de bloem voordat de appel begon te groeien?

En hoeveel stuifmeelkorrels hebben de eicellen in deze zaadbeginsels bevrucht?

a)

Eén zaadbeginsel en één stuifmeelkorrel.

b)

Eén zaadbeginsel en zes stuifmeelkorrels.

c)

Zes zaadbeginsels en één stuifmeelkorrel.

d)

Zes zaadbeginsels en zes stuifmeelkorrels.

43.

In zaden zit het begin van een nieuw plantje. Hoe wordt dit jonge plantje genoemd?

a)

vrucht

b)

navel

c)

kiem

d)

zaadlob

44.

Nummer 7, de binnenkant is de

a)

helmknop

b)

zaadhuid

c)

vruchtbeginsel

d)

zaadlob

45.

Nummer 1, de buitenkant is de

a)

helmknop

b)

zaadhuid

c)

vruchtbeginsel

d)

Stijl

46.

Zet de volgende gebeurtenissen bij het kiemen van een zaad in volgorde.

1)Het zaadje neemt vocht op

2)Het worteltje komt naar buiten

3) De zaadhuid scheurt open

a)

2-1-3

b)

3-2-1

c)

1-3-2

d)

3-1-2

47.

De levenscyclus van een plant kent 3 fasen.

Wat is de juiste volgorde van die fasen?

a)

kieming - kiemplant - volwassenplant

b)

kiemplant - kieming - volwassenplant

c)

kieming - volwassenplant - kiemplant