NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsLJ 2 T2 Voeding en vertering BS 1 + 2
Total questions: 14
Worksheet time: 9mins
Name
Class
Date
1.
Druiven zijn een voorbeeld van ..
a)
Voedingsstoffen
b)
Voedingsmiddelen
2.
Koolhydraten zijn een voorbeeld van..
a)
Voedingsstoffen
b)
Voedingsmiddelen
3.
Wat is geen voedingsstof?
a)
Eiwitten
b)
Vetten
c)
Vlees
d)
Koolhydraten
4.
Welke voedingsstoffen heb je nodig om ziektes te voorkomen?
a)
Vitaminen en mineralen
b)
Eiwitten en koolhydraten
c)
Koolhydraten en eiwitten
d)
Vitaminen en koolhydraten
5.
Vooral een tekort aan deze voedingsstoffen kan ziekte veroorzaken
a)
beschermende stoffen
b)
brandstoffen
c)
bouwstoffen
d)
reservestoffen
6.
Een ei hoort bij ........................voedingsmiddelen
a)
plantaardige
b)
dierlijke
7.
Welke voedingsmiddelen zijn beter voor de goede werking van de darmen?
a)
plantaardige
b)
dierlijke
8.
Is water een voedingsstof?
a)
Ja
b)
Nee
9.
Zijn vetten bouwstoffen?
a)
Ja
b)
Nee
10.
Wat is geen functie van een voedingsstof?
a)
Beschermen
b)
Bouwen
c)
Reserve
d)
Afbreken
11.
Wat is karnemelk?
a)
Een plantaardig voedingsmiddel
b)
Een dierlijk voedingsmiddel
12.
Wat is geen voedingsmiddel?
a)
Aardappel
b)
Ei
c)
Banaan
d)
Zetmeel
13.
Wat is/zijn de functie(s) van koolhydraten
a)
Brandstof
b)
Reservestof
c)
Beiden
d)
Geen van beiden
14.
Wat is/zijn de functie(s) van vetten?
a)
Bouwstof
b)
Brandstof
c)
Reserverstof
d)
Alledrie
Reset
