wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4.4 en 4.5 - spieren en wervelkolom

Total questions: 19

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

een ander woord voor armbuigspier is (a)  

2.

Spieren zitten met (a)   vast aan de botten

3.

Een andere naam voor triceps is

a)

armstrekspier

b)

armbuigspier

c)

antagonist

4.

Antagonisten zijn

a)

spieren die gescheurd zijn en niet meer werken

b)

spieren die tegenovergestelde beweging mogelijk maken

c)

pezen die losgeraakt zijn van het bot

d)

bewegingen die de slokdarm maakt om eten naar de maag te vervoeren

5.
Wat gebeurt er met een spier als hij zich aanspant?
a)
Wordt kort en dun
b)
Wordt lang en dun
c)
Wordt kort en dik
d)
Wordt lang en dik
6.
Welke vorm zorgt ervoor dat de wervelkolom schokken kan opvangen?
a)
Golvende vorm
b)
Dubbele s-vorm
c)
Scoliose
7.

De lendenwervels bevinden zich boven de borstwervels in de wervelkolom

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

Wat geeft nummer 2 aan?

a)

Pees

b)

Spier

c)

Spiervezel

d)

Spierbundel

9.

Wat is er minder belastend voor de rug?

a)

Het voorwerp dicht bij jou dragen.

b)

Het voorwerp ver van jou af dragen.

10.

Wat is er minder belastend voor de rug?

a)

Het voorwerp tillen.

b)

Het voorwerp schuiven/rollen.

11.

Welke spieren zijn het sterkst?

a)

Beenspieren.

b)

Rugspieren.

12.

Door wat kan je rugklachten krijgen?

a)

Te veel bewegen.

b)

Te weinig bewegen.

c)

Overbelasting van de rug.

13.

Waarom zijn lendenwervels groter dan halswervels?

a)

Lendenwervels moeten minder gewicht dragen

b)

Halswervels moeten minder gewicht dragen

c)

Lendenwervels moeten meer gewicht dragen

d)

Halswervels moeten meer gewicht dragen

14.

Waarvoor is de geleiachtige kern in een tussenwervelschijf?

a)

Stevigheid

b)

Veerkracht

c)

Beweging

d)

Verbinding

15.

Welke lichaamshouding is correct?

a)
b)
c)
d)
16.

In de afbeelding zie je een leerling die en rekoefening doet.

Welke spier wordt bij deze oefening uitgerekt?

a)

De voorste dijspier

b)

De kuitspier

c)

De achterste dijspier

d)

De scheenbeenspier

17.

Welke klachten kunnen ontstaan als een leerling regelmatig zo moet werken?

(a)  

18.

Houdt deze man zich aan de regels van goed tillen?

a)

Ja

b)

Nee

19.

Hoe heet het kraakbeen dat zich tussen de wervels van de wervelkolom bevindt?

(a)