wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

MAVO T13 Leven - Herhalingsquiz

Total questions: 36

Worksheet time: 27mins

Name
Class
Date
1.

Is het organisme in de afbeelding dood of levenloos?

a)

Levenloos, want het heeft levenskenmerken vertoond, maar nu niet meer.

b)

Dood, want het heeft levenskenmerken vertoond, maar nu niet meer.

c)

Levenloos, want het heeft nooit levenskenmerken vertoond

2.

Welk levensverschijnsel ontbreekt in het rijtje?

Groeien

Voortplanten

Ademhalen

Voeden

Uitscheiden

Ontwikkelen

(a)  

3.

Welke van de onderstaande levensverschijnselen kan een plant vertonen?

a)

Waarnemen

b)

Ontwikkelen

c)

Voortplanten

d)

Ademhalen

e)

Voeden

4.

Een plant, zoals de zonnebloem, groeit naar het licht doordat de plant kan reageren op lichtprikkels. Dit is een voorbeeld van het levensverschijnsel...

(a)  

5.

Organismen worden in vier rijken verdeeld. Welke zijn dat?

(a)  

6.

Tot welk rijk behoort dit organisme?

a)

Plantenrijk

b)

Dierenrijk

c)

Schimmels

d)

Bacteriën

7.

Wat is onderdeel 5?

a)

Celwand

b)

Celmembraan

c)

Cytoplasma

d)

Vacuole

8.

Wat is onderdeel 6?

a)

Plastiden

b)

Cytoplasma

c)

Vacuole

d)

Celkern

9.

Wat is de functie van onderdeel 2?

a)

Regelt alles wat er in de cel gebeurd

b)

Daar vindt fotosynthese plaats en geeft de groene kleur aan de plant

c)

Stroperige vloeistof waarmee de cel gevuld is

d)

Opslagplaats van vocht

10.

Wat is de juiste volgorde van de organisatieniveaus van een organisme? (groot naar klein)

a)

Organisme - Hersenen - Zenuwstelsel - Hersenweefsel - Hersencel

b)

Organisme - Zenuwstelsel - Hersenweefsel - Hersenen - Hersencel

c)

Organisme - Zenuwstelsel - Hersenen - Hersenweefsel - Hersencel

d)

Organisme - Zenuwstelsel - Hersenen - Hersencel - Hersenweefsel

11.

Een cel van een schimmel heeft een celwand, vacuole, celkern en cytoplasma

a)

Juist

b)

Onjuist

12.

Wat is de functie van onderdeel 6?

a)

Regelt alles wat er in de cel gebeurd

b)

Opslagplaats van vocht

c)

Hier vindt fotosynthese plaats

d)

Stroperige vloeistof waar de cel mee is opgevuld

13.

Het plantenrijk is verdeeld in 3 stammen. Welke 3 zijn dat?

a)

Wieren/algen

Sporenplanten

Naaktzadigen

b)

Wieren/algen

Sporenplanten

Bedektzadigen

c)

Wieren/algen

Sporenplanten

Zaadplanten

14.

Peter komt een plant tegen met stengels, bladeren en wortels. De plant heeft geen bloemen. Tot welke stam behoort deze plant?

(a)  

15.

In welke twee klassen wordt de stam zaadplanten verdeeld?

a)

Naaktzadigen en bedektzadigen

b)

Sporenplanten en naaktzadigen

c)

Vruchtplanten en bedektzadigen

d)

Sporenplanten en bedektzadigen

16.

Welke van de onderstaande beweringen over bedektzadigen is juist?

a)

Een voorbeeld van een bedektzadige plant is een fijnspar

b)

Bedektzadigen hebben zaden die open liggen, dus niet in vruchten

c)

Bedektzadigen hebben zaden omgeven door een vrucht

17.

Tot welk rijk behoort dit organisme?

a)

Het plantenrijk

b)

Het dierenrijk

c)

Schimmels

d)

Bacteriën

18.

Op basis van welke twee kenmerken wordt het dierenrijk verdeeld in stammen?

(a)  

19.

Welke twee stammen uit het dierenrijk ontbreken in de afbeelding?

(a)  

20.

Sponzen zijn asymmetrisch en hebben een uitwendig skelet.

a)

Juist

b)

Onjuist

21.

Patrick Ster is veelzijdig symmetrisch en heeft een inwendig skelet. Tot welke stam in het dierenrijk behoort Patrick?

a)

Holtedieren

b)

Stekelhuidigen

c)

Geleedpotigen

d)

Gewervelden

22.

Een duiker komt in de zee een dier tegen (zie afbeelding). Dit dier is veelzijdig symmetrisch en heeft geen skelet. Tot welke stam behoort dit dier?

(a)  

23.

Tot welke stam in het dierenrijk behoren wij mensen?

(a)  

24.

Welke bewering over Gerrit, de slak van Spongebob, is waar?

a)

Gerrit is een weekdier, want hij heeft een uitwendig skelet en is tweezijdig symmetrisch

b)

Gerrit is een holtedier, want hij heeft een huisje (uitwendig skelet)

c)

Gerrit is een geleedpotige, want hij heeft een uitwendig skelet en is tweezijdig symmetrisch

25.

In de afbeelding hiernaast zie je een springspin. Noem één zichtbaar kenmerk op de foto waaruit blijkt dat de springspin een geleedpotige is.

(a)  

26.

In de afbeelding hiernaast zie je een lieveheersbeestje. Een lieveheersbeestje behoort tot de insecten.

Noem één kenmerk wat alle insecten hebben.

(a)  

27.

De stam gewervelden wordt ingedeeld in 5 klassen op basis van...

a)

Huid, lichaamstemperatuur, skelet en symmetrie

b)

Huid, aantal poten, voortplanting

c)

Huid, lichaamstemperatuur, voortplanting en ademhaling

d)

Huid, lichaamstemperatuur, voeding en ademhaling

28.

Welke twee klassen van de gewervelden ontbreken in de afbeelding?

(a)  

29.

Vul de zin aan.

(a)   dieren gebruiken de warmte van de zon om op te warmen.

30.

Vul de zin aan.

Een (a)   dier moet zijn lichaamstemperatuur constant houden.

31.

Vul de tabel over reptielen aan. Wat staat er op plek A?

(a)  

32.

Vul de tabel over reptielen aan. Wat staat er op plek B?

a)

Kieuwen

b)

Longen

c)

Via de huid en longen

33.

Vul de tabel over vissen aan. Wat staat er op plek A?

a)

Koudbloedig

b)

Warmbloedig

34.

Vul de tabel over vissen aan. Wat staat er op plek B?

a)

Levendbarend

b)

Eieren zonder schaal

c)

Eieren met leerachtige schaal

d)

Eieren met kalkschaal

35.

Tot welke klasse behoren wij mensen?

(a)  

36.

Vul de zin aan.

Zoogdieren leggen geen eieren, maar de jongen komen levend uit het moederlichaam. Je noemt zoogdieren daarom (a)