wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1.7 Soorten kaarten

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Welke vier dingen moeten er op een kaart staan?

a)

Temperatuur - neerslag - wind - legenda

b)

Neerslag - noordpijl - schaal - titel

c)

noordpijl - titel - geo driehoek - schaal

d)

Legenda - schaal - titel - noordpijl

2.

Dit is een voorbeeld van een:

a)

Thematische kaart

b)

Natuurkundige overzichtskaart

c)

Staatkundige overzichtskaart

3.
Waar of niet waar?
Als je een kleiner gebied wilt bekijken met meer detail, moet je inzoomen.
a)
Waar
b)
Niet waar
4.

Peter onderzoekt de armoede in de wereld. Welk schaalniveau is dit?

a)

Mondiaal schaalniveau

b)

Continentaal schaalniveau

c)

Nationaal schaalniveau

d)

Regionaal schaalniveau

e)

Lokaal schaalniveau

5.

Wanneer je kijkt naar een streek of provincie dan kijk je op ...

a)

Mondiaal schaalniveau

b)

Continentaal schaalniveau

c)

Nationaal schaalniveau

d)

Regionaal schaalniveau

e)

Lokaal schaalniveau

6.

Een thematische kaart gaat over een onderwerp, bijvoorbeeld het klimaat.

a)

waar

b)

niet waar

7.

Een kaart van een klein gebied met veel details (gebouwen, straten,..) noemen we een

a)

topografische kaart

b)

staatskundige overzichtskaars

c)

natuurkundige overzichtskaart

d)

Thematische kaart

8.

Een kaart van Europa waar je de namen van landen en hoofdsteden op ziet noemen we een ...

a)

topografische kaart

b)

staatskundige overzichtskaart

c)

natuurkundige overzichtskaart

d)

Thematische kaart

9.

Een kaart van Europa waar je gebergtes op ziet noemen we ...

a)

topografische kaart

b)

staatskundige overzichtskaart

c)

natuurkundige overzichtskaart

d)

Thematische kaart

10.

Hoeveel kilometer is 1 cm bij een schaal van 1:500 000

(a)  

11.

Deze kaart noemen we een ...

a)

topografische kaart

b)

staatskundige overzichtskaart

c)

natuurkundige overzichtskaart

d)

Thematische kaart

12.

Wat betekent GIS?

a)

Geografisch Informatiesysteem

b)

Geografisch intelligentiesysteem

c)

Globaal internetsysteem

13.

Wanneer je kijkt naar een land dan noemen we dit ...

a)

Mondiaal schaalniveau

b)

Continentaal schaalniveau

c)

Nationaal schaalniveau

d)

Regionaal schaalniveau

e)

Lokaal schaalniveau

14.

Deze kaart is een ...

a)

Staatkundige overzichtskaart

b)

Natuurkundige overzichtskaart

c)

geen van beide

15.

Een kaart over het aantal inbraken in België is een ...

a)

topografische kaart

b)

staatskundige overzichtskaart

c)

natuurkundige overzichtskaart

d)

Thematische kaart