Font size
Worksheetsbreuken - oktober22
Total questions: 40
Worksheet time: 22mins
2/4 …. 1/2
<
>
=
2/14 …. 5/7
<
>
=
7/3=
1 geheel 1/3
2 gehelen 1/3
3 gehelen en 1/3
6 gehelen en 1/3
0,35 = welke breuk
7/21
7/20
3/20
3/25
Vereenvoudig volgende breuk: 355
75
51
71
57
Vereenvoudig volgende breuk: 525
312
51
6
5
Tel volgende som op: 31+34
63
21
35
65
Los volgende oefening op: 65+1
611
66
64
76
Zet de breuken op dezelfde noemer: 65 52
156 155
32 34
3025 306
3025 3012
Welk kommagetal hoort bij 1/5
0,2
0,5
0,05
0,1
welke rij staat in de goede volgorde van klein naar groot
0,05/0,47/0,3/0,50
0,50/0,47/0,3/0,05
0,05/0,3/0,47/0,50
0,3/0,47/0,05/0,50
0,25 hoort bij de breuk...
1/25
1/2
1/4
1/10
Breuken met verschillende noemers kunnen dezelfde waarde hebben. Deze breuken noem je gelijkwaardig (zie afbeelding).
Welk van onderstaande breuken is gelijkwaardig aan 41
32
82
52
85
0,56 in breukvorm is
2514
65
560
6005
2,8 in breukvorm is
2514
514
82=41
28=4
De decimale vorm van
257 is7,25
0.28
25.7
28
Welke breuk staat hier?
Vul de maatbeker voor 41 deel.
Welk decimaal getal kun je dan aflezen?
0,20
0,23
0,25
0,27
Schrijf als breuk: 0,02 meter
102 meter
1002 meter
21 meter
51 meter
3−75
(a)
21+32+43=
(a)
Bereken
43+107=
(a)
Welk van volgende breuken is een stambreuk?
15/10
1 en 5/7
1 /3
2/3
Wat is een onechte breuk?
Een breuk die je niet verder kan vereenvoudigen
een breuk waarbij de teller groter is dan de noemer
een geheel getal en een breuk
een breuk met als teller 1
Bereken
241+131=
(a)
5/10 …. 5/20
<
>
=
Welk kommagetal is
52 ?2,5
0,4
5,2
0,04
2/3 van 150 euro
(a)
(meerder antwoorden mogelijk)
Wat hoort er NIET bij?
