WorksheetsOnderwerp en persoonsvorm
Total questions: 30
Worksheet time: 20mins
Wat is het onderwerp in de volgende zin?
Tijdens de vakantie gingen ze naar Spanje.
de vakantie
gingen
ze
Spanje
Wat is de persoonsvorm in deze zin?
Tijdens de vakantie gingen ze naar Spanje.
(a)
Wat is het onderwerp?
Met haar grootouders spendeert Elif veel tijd.
(a)
Wat is de persoonsvorm?
Met haar grootouders spendeert Elif veel tijd.
Met haar grootouders
spendeert
Elif
veel tijd
Wat is het onderwerp?
Ben jij ook zo'n voetballiefhebber?
Ben
jij
ook zo'n voetballiefhebber
Wat is de persoonsvorm?
Ben jij ook zo'n voetballiefhebber?
Ben
jij
ook zo'n voetballiefhebber
Wat is het onderwerp?
Bij zijn moeder vindt hij veel steun tijdens het studeren.
(a)
Wat is de persoonsvorm?
Bij zijn moeder vindt hij veel steun tijdens het studeren.
(a)
Wat is het onderwerp?
Dat felle geluid haalde hem uit zijn concentratie.
geluid
hem
zijn concentratie
dat felle geluid
Wat is de persoonsvorm?
Dat felle geluid haalde hem uit zijn concentratie.
Dat felle geluid
haalde
hem
uit zijn concentratie
Wat is het onderwerp?
De vrouw achter de kassa keek me argwanend aan.
(a)
Wat is de persoonsvorm?
De vrouw achter de kassa keek me argwanend aan.
(a)
Wat is het onderwerp?
Fastfood eet ik het liefst!
Fastfood
eet
ik
het liefst
Wat is de persoonsvorm?
Fastfood eet ik het liefst!
(a)
Wat is het onderwerp?
Zoek jij een leuke film op Netflix?
Zoek
jij
een leuke film
op Netflix
Wat is de persoonsvorm?
Zoek jij een leuke film op Netflix?
Zoek
jij
een leuke film
op Netflix
Wat is het onderwerp?
Eet Louisa vanavond ook hier?
(a)
Wat is de persoonsvorm?
Eet Louisa vanavond ook hier?
(a)
Wat is het onderwerp?
Lang geleden speelde mijn jongste broer met de blokken.
Lang geleden
broer
mijn jongste broer
met de blokken
Wat is de persoonsvorm?
Lang geleden speelde mijn jongste broer met de blokken.
Lang geleden
speelde
mijn jongste broer
met de blokken
Wat is het onderwerp?
De jaarlijkse fuif zal weer een schot in de roos zijn!
(a)
Wat is de persoonsvorm?
De jaarlijkse fuif zal weer een schot in de roos zijn!
(a)
Wat is het onderwerp?
Morgen komen mijn ouders, broer en zus naar de match kijken.
komen
mijn ouders
mijn ouders, broer en zus
de match
Wat is de persoonsvorm?
Morgen komen mijn ouders, broer en zus naar de match kijken.
komen
kijken
mijn ouders, broer en zus
de match
Wat is het onderwerp?
Mo en Efe organiseren volgende week een competitie.
(a)
Wat is de persoonsvorm?
Mo en Efe organiseren volgende week een competitie.
(a)
Wat is het onderwerp?
Ketchup of mayonaise: wat kies jij?
Ketchup of mayonaise
wat
kies
jij
Wat is de persoonsvorm?
Ketchup of mayonaise: wat kies jij?
Ketchup of mayonaise
wat
kies
jij
Wat is het onderwerp?
Een regenjas, een paraplu en een tussendoortje neem je best mee op uitstap.
Een regenjas
Een regenjas, een paraplu en een tussendoortje
een tussendoortje
je
een paraplu
Wat is de persoonsvorm?
Een regenjas, een paraplu en een tussendoortje neem je best mee op uitstap.
Een regenjas, een paraplu en een tussendoortje
neem
je
mee
