wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4BBL NN H3 wdschat

Total questions: 26

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.
Wat betekent 'eenvoudig?'
a)
moeilijk
b)
makkelijk
c)
rustig
2.
Wat betekent 'in aanraking komen met?'
a)
iets aanraken
b)
iemand tegenkomen
c)
leren kennen
3.
Wat betekent 'eisen?'
a)
advies
b)
dingen die moeten
c)
diploma
4.
Geef aan ander woord voor 'bovendien'
a)
ook
b)
alleen
c)
maar
5.
Wat betekent 'afschrikken?'
a)
iemand bang maken
b)
schrikken
6.
Wat is het tegenovergestelde van 'malafide?'
a)
maffia
b)
onbetrouwbaar
c)
betrouwbaar
7.
Geef een andere omschrijving voor:'heel goedkoop'
a)
voor een appel en een ei
b)
de appel valt niet ver van de boom
c)
Dat is een eitje!
8.
Geef een andere omschrijving voor:'heel bang'
a)
als de dood
b)
als de wereld
c)
als de ziekte
9.
Wat betekent 'als een speer?'
a)
heel scherp
b)
heel hard
c)
heel oud
d)
heel snel
10.
Wat betekent 'op je dooie gemak?'
a)
heel rustig
b)
heel lang
c)
heel ver
11.
Geef een andere omschrijving voor:'Net uit het ei gekropen.'
a)
heel vers
b)
heel jong
c)
kuikentje
12.
Deze som is een eitje!
a)
zacht
b)
makkelijk
c)
moeilijk
13.
Wat betekent 'nagenoeg?'
a)
ook
b)
tevens
c)
al
d)
bijna
14.
Wat betekent 'beeldschoon?'
a)
nieuwe tv
b)
heel mooi
c)
heel gezellig
15.
Geef een ander woord voor 'variëren.'
a)
afwisselen
b)
uitwisselen
c)
ruilen
16.
Wat betekent 'publiceren?'
a)
publiek
b)
bekendmaken
c)
interviewen
17.
ander woord voor 'benutten'
a)
gebruiken
b)
nuttig
18.
ander woord voor 'beperken'
a)
verkorten
b)
verlengen
19.
ander woord voor 'nadenken' 
a)
afwegen
b)
zijwegen
c)
overwegen
20.
ander woord voor 'opknappen'
a)
renoveren
b)
opereren
c)
ziek zijn
21.
ander woord voor 'termijn'
a)
week
b)
betalen
c)
periode
22.

Wat betekent:

'De banen liggen voor het oprapen.'

a)
Er zijn er niet veel
b)
Er zijn er steeds meer
c)
Er zijn er veel
23.
'Stevig in je schoenen staan.'
a)
dik zijn
b)
goed opletten
c)
onzeker zijn
d)
zeker zijn
24.
'iets in je vingers hebben.'
a)
vasthouden
b)
kunnen
25.

'Die vlieger gaat niet op.'

Wat betekent dat?


a)
Er is te weinig wind
b)
Dat gaat niet door
c)
Ik kan het niet
26.
'Je moet je beste beentje voor zetten.'
a)
goed opletten
b)
doorlopen
c)
je best doen
d)
niet opgeven