wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Geslachtsorganen

Total questions: 32

Worksheet time: 27mins

Name
Class
Date
1.

Welke inwendige geslachtsorganen liggen in de balzak?

a)

teelballen

b)

bijballen

c)

zaadleiders

d)

teelballen en bijballen en zaadleiders

2.

Hoe is de samenstelling van sperma?

a)

97% vocht

3% zaadcellen

b)

3% vocht

97% zaadcellen

c)

50% vocht

50% zaadcellen

d)

75% vocht

25% zaadcellen

3.

De zaadleider gaat door de prostaat en gaat over in de urineleider.

a)

JUIST

b)

FOUT

4.

Zaadcellen rijpen in de ...

a)

TEELBALLEN

b)

BIJBALLEN

c)

PROSTAAT

d)

ZAADBLAASJES

5.

Ik ben de opslagplaats voor de zaadcellen.

a)

TEELBALLEN

b)

BIJBALLEN

c)

PROSTAAT

d)

ZAADBLAASJES

6.

Zaadcellen worden geproduceerd vanaf ...

a)

De geboorte

b)

De puberteit

c)

enkel bij seksuele betrekkingen

d)

conceptie / bevruchting

7.

De menselijke penis heeft een bot en zwellichaampjes.

a)

WAAR

b)

NIET WAAR

8.

Ik ben de verbinding tussen de vagina en de baarmoeder. Wie ben ik?

a)

baarmoedermond

b)

eileider

c)

eierstok

d)

clitoris

9.

Ik ben de opslagplaats voor de eicellen. Wie ben ik?

a)

eileider

b)

vagina

c)

eierstok

d)

nieren

10.

Hier komen de eicel en de zaadcel samen.

a)

vagina

b)

tussen de schaamlippen

c)

eierstok

d)

eileider

11.

Ik bevat zwellichaampjes.

a)

anus

b)

clitoris

c)

vagina

d)

schaamlippen

12.

Waar of niet waar?

Bij de geboorte van een meisje zijn alle eicellen aanwezig.

a)

WAAR

b)

NIET WAAR

13.

Hoe heet nummer 6?

a)

Eierstok

b)

Eileider

c)

Baarmoeder

d)

Blaas

14.

Hoe heet nummer 9?

a)

Darmen

b)

Eierstok

c)

Baarmoeder

d)

Blaas

15.

Hoe heet nummer 10?

a)

Darmen

b)

Eileider

c)

Vagina

d)

Urinebuis

16.

Hoe heet nummer 12?

a)

kleine schaamlip

b)

Clitoris

c)

Vagina

d)

Urinebuis

17.

Hoe heet nummer 15?

a)

kleine schaamlip

b)

Clitoris

c)

Grote schaamlip

d)

Vagina

18.

Hoe heet nummer 15?

a)

Zaadleider

b)

Prostaat

c)

Urinebuis

d)

Urineleider

19.

Hoe heet nummer 8?

a)

Zwellichaam

b)

Prostaat

c)

Urinebuis

d)

Penis

20.

Hoe heet nummer 9?

a)

Balzak

b)

Teelbal

c)

Bijbal

d)

Zaadleider

21.

Hoe heet nummer 5?

a)

Urineblaas

b)

Prostaat

c)

Teelbal

d)

vochtblaasje

22.

Hoe heet nummer 3?

a)

Urineblaas

b)

Prostaat

c)

Zaadleider

d)

vochtblaasje

e)

Urinebuis

23.

Welke geslachtscellen kunnen zelf bewegen?

a)

Zaadcellen

b)

Eicellen

24.

Welke geslachtscellen zijn het grootst?

a)

Zaadcellen

b)

Eicellen

25.

Van welke geslachtscellen worden de meeste gevormd?

a)

Zaadcellen

b)

Eicellen

26.

Waarvoor dient de opbouw van het baarmoederslijmvlies?

a)

Om bevruchting mogelijk te maken

b)

Om innesteling mogelijk te maken

c)

Om menstruatie mogelijk te maken

27.

Wordt het slijmvlies van de baarmoeder tijdens de menstruatie dikker?

a)

Ja

b)

Nee

28.

Hoeveel dagen duurt een menstruatiecyclus ongeveer?

a)

10

b)

14

c)

28

d)

35

29.
Op welke dag van de menstruatie vindt gemiddeld de eisprong plaats?
a)
10
b)
12
c)
14
d)
16
30.
Jusit of onjuist? Bevruchting is het samensmelten van een ei- en zaadcel
a)
Juist
b)
Onjuist
31.
Wat zijn primaire geslachtskenmerken?
a)
Geslachtskenmerken die later ontstaan
b)
Geslachtskenmerken die zichtbaar zijn bij de geboorte
c)
Geslachtskenmerken die zichtbaar worden tijdens de pubertijd
32.
Juist of onjuist? De secundaire geslachtskenmerken ontwikkelen zich bij een man en vrouw rond dezelfde leeftijd
a)
Juist 
b)
Onjuist