wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 2: De druppel - Les 2 en 3

Total questions: 9

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Hoe wil de stad Antwerpen zich beter voorbereiden op droogte en wateroverlast?

a)

Door collectieve waterputten aan te leggen op locaties waar geen plaats is voor individuele waterputten. Dit water kan dan gebruikt worden.

b)

Door collectieve waterputten aan te leggen op locaties waar plaats is voor individuele waterputten. Dit water kan dan gebruikt worden.

c)

Door collectieve waterputten aan te leggen op locaties waar er veel regen valt. Dit water kan dan gebruikt worden.

2.

Bekijk de afbeelding. Is dit fenomeen een oorzaak van , gevolg van of maatregel tegen de droogte en/of wateroverlast?

a)

oorzaak

b)

gevolg

c)

maatregel

3.

Bekijk de kaart. Duid de juiste stelling aan.

a)

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is zeer gevoelig voor winderosie.

b)

Het zuiden van Vlaanderen is gevoeliger voor winderosie dan het noorden.

c)

De Noorderkempen hebben een hoge gevoeligheid voor winderosie.

d)

Oostende is redelijk gevoelig voor winderosie.

4.

Bekijk de foto. Dit is een voorbeeld van?

a)

verharding

b)

ontharding

c)

waterscahaarste

d)

erosie

5.

Duid de juiste stelling aan.

a)

Verzilting is de toename van het zoutgehalte in de bodem en het grondwater.

b)

Verzilting is de afname van het zoutgehalte in de bodem en het grondwater.

c)

Verzilting is de het proces waarbij van zout water zoet water wordt gemaakt.

6.

Wat is de relatie tussen grondwater, klimaat en waterschaarste? Duid de juiste stelling aan.

a)

Hoe droger het klimaat, hoe minder grondwater er kan opgepompt worden en hoe groter het risico op waterschaarste.

b)

Hoe groter het risico op waterschaarste, hoe droger het wordt en hoe minder grondwater en kan opgepompt worden.

c)

Hoe minder grondwater kan opgepompt worden, hoe droger het klimaat en hoe groter het risico op waterschaarste.

7.

Welk begrip wordt uitgelegd? "De vermindering van de bodemkwaliteit door verschillende (voornamelijk door de mens veroorzaakte) processen."

(a)  

8.

Heeft de factor "bevolkingsaantal" een versterkende of verzwakkende invloed op de "beschikbare hoeveelheid water"?

a)

versterkende invloed

b)

verzwakkend invloed

9.

Heeft de factor "ontzilten" een versterkende of verzwakkende invloed op de "beschikbare hoeveelheid water"?

a)

versterkende invloed

b)

verzwakkend invloed