wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Aardrijkskunde HV1 - Iran

Total questions: 10

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

De afstand van een plaats tot de evenaar.

a)

Breedteligging

b)

Nulmeridiaan

c)

Meridiaan

d)

Lage breedte

2.

Gebied waar altijd sneeuw ligt.

a)

Rotsgordel

b)

Eeuwige sneeuw

3.

Begrijpen wat op een kaart staat. Daarvoor heb je vier dingen nodig: de titel, de legenda, de noordpijl en de schaal.

a)

Kaart lezen

b)

Legenda

4.

De verdeling van mensen over een land of gebied.

a)

Bevolkingsdichtheid

b)

Bevolkingsspreiding

5.

Welke omschrijving hoort bij: laagland

a)

Gebied met een hoogteligging lager dan 200 m.

b)

Gebied waar de meeste bergtoppen tussen de 500 en de 1.500 m hoog zijn.

c)

Gebied met bergen die hoger zijn dan 1.500 m.

d)

De ligging van een gebied in meters onder of boven zeeniveau.

6.

Welke omschrijving hoort bij het volgende begrip: Overzichtskaart

a)

Een kaart van een wijk, een dorp of een stad met alle straten en huizenblokken erop.

b)

Kaart die over één onderwerp gaat, bijvoorbeeld het klimaat.

c)

Kaart met een overzicht van de topografie in een bepaald gebied: steden, rivieren, zeeën, bergen, wegen en spoorlijnen.

7.

De schaal van een kaart is 1:100.000. Ik meet 15cm. Hoeveel KM is dat?

a)

1500 km

b)

150 km

c)

15km

d)

1,5km

8.

Onderweg naar school krijg ik een klapband, welke afstand verandert er?

a)

Absolute afstand

b)

Relatieve afstand

c)

Er verandert helemaal niks aan de afstand.

9.

Welke uitspraak/uistpraken is/zijn juist?

1. Nederland ligt op het oostelijk halfrond.

2. Nederland ligt op het zuidelijk halfrond

a)

1 en 2 zijn juist

b)

1 is juist

c)

2 is juist

d)

Geen van beide zijn juist

10.

Op hoeveel graden ligt de zuidpool?

a)

90° NB

b)

90° ZB

c)

180° NB

d)

180° ZB