Font size
Worksheets3M - Unit 2 Lesson 2 - opdr. 5-6-7
Total questions: 24
Worksheet time: 17mins
They lived / have lived in London in 2010.
lived
have lived
They lived / have lived here for many years.
lived
have lived
She finished / has finished her homework already!
finished
has finished
She finished / has finished her work at two o'clock.
finished
has finished
The police found / have found the thief already.
found
have found
The police found / have found the missing girl this morning.
found
have found
I played / have played tennis last weekend.
played
have played
I played / have played hockey since I was twelve.
played
have played
Vul de goede vorm in van de past simple of de present perfect.
Kijk goed of de zin bevestigend (+), ontkennend (-) of een vraagzin (?) moet zijn.
(?) (a) the news this morning? (you - to see)
Vul de goede vorm in van de past simple of de present perfect.
Kijk goed of de zin bevestigend (+), ontkennend (-) of een vraagzin (?) moet zijn.
(+) Yes, (a) it five minutes ago. (I - to see)
Vul de goede vorm in van de past simple of de present perfect.
Kijk goed of de zin bevestigend (+), ontkennend (-) of een vraagzin (?) moet zijn.
(?) ______________ just __________ his new job? (Eric - to start)
(a)
Vul de goede vorm in van de past simple of de present perfect.
Kijk goed of de zin bevestigend (+), ontkennend (-) of een vraagzin (?) moet zijn.
(-) No, (a) his new job yet. (he - to start)
Vul de goede vorm in van de past simple of de present perfect.
Kijk goed of de zin bevestigend (+), ontkennend (-) of een vraagzin (?) moet zijn.
(?) (a) yesterday? (your friends - to arrive)
Vul de goede vorm in van de past simple of de present perfect.
Kijk goed of de zin bevestigend (+), ontkennend (-) of een vraagzin (?) moet zijn.
(+) Yes, (a) last night. (they - to arrive)
Vul de goede vorm in van de past simple of de present perfect.
Kijk goed of de zin bevestigend (+), ontkennend (-) of een vraagzin (?) moet zijn.
(?) __________ ever _________ a vlog? (you - to make)
(a)
Vul de goede vorm in van de past simple of de present perfect.
Kijk goed of de zin bevestigend (+), ontkennend (-) of een vraagzin (?) moet zijn.
(-) No, ______________ never ____________ a vlog. (I - to make)
(a)
Gebruik de woorden tussen haakjes om de zinnen compleet te maken.
Let op: al deze werkwoorden zijn onregelmatig!
Gebruik eventueel het overzicht met onregelmatige werkwoorden op blz. 190-191.
(to lose) I (a) my phone. I can't find it.
Gebruik de woorden tussen haakjes om de zinnen compleet te maken.
Let op: al deze werkwoorden zijn onregelmatig!
Gebruik eventueel het overzicht met onregelmatige werkwoorden op blz. 190-191.
(to go) Ben (a) home ten minutes ago.
Gebruik de woorden tussen haakjes om de zinnen compleet te maken.
Let op: al deze werkwoorden zijn onregelmatig!
Gebruik eventueel het overzicht met onregelmatige werkwoorden op blz. 190-191.
(to win) Barcelona (a) the game yesterday.
Gebruik de woorden tussen haakjes om de zinnen compleet te maken.
Let op: al deze werkwoorden zijn onregelmatig!
Gebruik eventueel het overzicht met onregelmatige werkwoorden op blz. 190-191.
(to speak - never) I (a) to her.
Gebruik de woorden tussen haakjes om de zinnen compleet te maken.
Let op: al deze werkwoorden zijn onregelmatig!
Gebruik eventueel het overzicht met onregelmatige werkwoorden op blz. 190-191.
(to break) Look! Somebody (a) that window.
Gebruik de woorden tussen haakjes om de zinnen compleet te maken.
Let op: al deze werkwoorden zijn onregelmatig!
Gebruik eventueel het overzicht met onregelmatige werkwoorden op blz. 190-191.
(to fly) Last Tuesday, Lisa (a) from London to Madrid.
Gebruik de woorden tussen haakjes om de zinnen compleet te maken.
Let op: al deze werkwoorden zijn onregelmatig!
Gebruik eventueel het overzicht met onregelmatige werkwoorden op blz. 190-191.
(to buy) Yesterday, I (a) two newspapers instead of one.
Gebruik de woorden tussen haakjes om de zinnen compleet te maken.
Let op: al deze werkwoorden zijn onregelmatig!
Gebruik eventueel het overzicht met onregelmatige werkwoorden op blz. 190-191.
(to read - already) I (a) that magazine, thanks.
