Worksheetsles 8 - gemengde oefeningen
Total questions: 14
Worksheet time: 9mins
Párosítsd össze a főnevet a kicsinyítőképzős alakjával!
de maan
het maantje
de man
het mannetje
de maand
het maandje
Párosítsd össze az igéket a participiumukkal!
zeggen
heeft gezegd
zien
heeft gezien
zijn
is geweest
zwijgen
heeft gezwegen
Mik a moeten segédige további alakjai?
mocht, mochten, heeft gemoeten
moest, moesten, heeft gemoeten
moest, moesten, heeft gemoest
mocht, mochten, heeft gemocht
Párosítsd össze a tagmondatokat!
Anne gaat naar huis,
omdat ze heel moe is.
Ik wil iets eten,
maar ik heb geen honger.
We kunnen broodjes eten
of we kunnen melk drinken.
Weet je
of de auto duur is?
Lena is jarig,
dus ze krijgt een cadeautje.
Melyik ige participiuma a heeft gezegd?
(a)
Párosítsd össze a participiumokat a segédigéikkel!
gegaan
is
gevlogen
heeft/is
bewogen
heeft
Mi a de stad főnév többesszáma és kicsinyítőképzős alakja?
de staden, het stadje
de steden, het steedje
de steden, het stadje
de staden, het steedje
Mik a geven ige további alakjai?
gaf, gafen, heeft gegaven
gaf, gaven, heeft gegaven
gaf, gaven, heeft gegeven
gav, gaven, heeft gegeven
Melyik szavak fordulnak elő csak kicsinyítőképzős alakban?
het kaartje
het sprookje
het kopje
het roodborstje
het bloedlichaampje
Mi a het schip főnév kicsinyítőképzős alakja?
(a)
Válaszd ki a helyes mellékmondatot!
Jaap zegt ...
dat hij gisteren naar Amsterdam heeft gefietst.
dat hij is gisteren naar Amsterdam gefietst.
dat hij gisteren naar Amsterdam is gefietst.
dat hij is gefietst naar Amsterdam gisteren.
Párosítsd össze a főneveket a többesszámú alakjaikkal vagy a kicsinyítőképzős alakjaikkal!
het uur
de uren
de uil
het uiltje
de bloem
het bloemetje
de bom
het bommetje
de boom
de bomen
Mi a verhuizen ige participiuma?
(a)
Válaszd ki a helyes mellékmondatot!
Jenneke heeft honger,
want ze vandaag niks heeft gegeten.
omdat ze vandaag niks heeft gegeten.
omdat ze vandaag niks heeft gegessen.
omdat ze heeft vandaag niks gegeten.
