Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Gezondheid_Thema 4

Total questions: 30

Worksheet time: 3600secs

Name
Class
Date
1.

Wat doe je als je een paar dagen een hoofdpijn hebt?

a)

Een afspraak maken met het ziekenhuis.

b)

Een afspraak maken met de huisarts.

c)

Een paracetamol nemen

2.

Wat heb je nodig als je naar het ziekenhuis moet?

a)

Een recept.

b)

Een verwijsbrief

c)

Een etiket

3.

Wat doe je in het weekend als je een huisarts nodig hebt?

a)

Je belt naar de huisartsenpost.

b)

Je belt je huisarts.

c)

Je gaat naar het ziekenhuis.

4.

Van wie krijg je een recept?

a)

van de huisarts

b)

van de apotheek

c)

van het ziekenhuis

5.

Waar kun je medicijnen op recept halen?

a)

bij de huisarts

b)

bij de drogist

c)

bij de apotheek

6.

Als je vaker dezelfde medicijnen nodig hebt, vraag je om ...

a)

een doktersverklaring

b)

een verwijsbrief

c)

een herhaalrecept

7.

Hoe heet het als de dokter zegt dat je medicijnen krijgt?

a)

opschrijven

b)

voorschrijven

c)

voorleggen

8.

Je betaalt zelf alle medische kosten als je een hoog eigen risico hebt.

a)

waar

b)

niet waar

9.

Wat is een polikliniek?

a)

Een afdeling voor pas geboren baby's

b)

Een afdeling in het ziekenhuis voor kleine behandelingen

c)

Een afdeling waar je geopereerd wordt

10.

Waar is de spoedeisende hulp?

a)

Bij de huisarts

b)

Bij het ziekenhuis

11.

Wanneer ga je naar de spoedeisende hulp?

a)

Als je in het weekend een dokter nodig hebt.

b)

Als je hulp van het ziekenhuis wil.

c)

Als je snel hulp nodig hebt (bijvoorbeeld bij een ongeluk)

12.

Als je een nacht moet blijven in het ziekenhuis, word je ...

a)

ingenomen

b)

opgenomen

c)

overgenomen

13.

Je bent in het ziekenhuis. Je komt in de wachtruimte. Er is een balie met een medewerkster van het ziekenhuis. Bij de balie hangt een bordje: "Eerst melden". Wat kan je het beste doen?

a)

Bij de balie je verwijsbrief laten zien

b)

In de wachtruimte gaan zitten

c)

Zeggen dat de dokter moet komen.

14.

Je bent in het ziekenhuis. Je zit in de wachtruimte. Er staat een bordje bij de ingang: "De mobiele telefoon moet uit." Je wilt iets aan je man/vrouw vragen. Wat kan je het beste doen?

a)

Je man/vrouw opbellen in de wachtkamer.

b)

De vrouw aan de balie vragen om je man/vrouw te bellen.

c)

Naar buiten gaan om je man/vrouw te bellen.

15.

Je zit bij de spoedeisende hulp. Wie wordt het eerste geholpen?

a)

de mensen met de ergste klachten

b)

de mensen die als eerste binnenkwamen

c)

de mensen met een afspraak.

16.

Wat doet een fysiotherapeut?

a)

Hij helpt je beter te bewegen

b)

Hij helpt met klachten in je hoofd

c)

Hij helpt met kiespijn

17.

Heb je een verwijsbrief nodig voor de fysiotherapeut?

a)

Ja

b)

Nee

18.

Heb je een verwijsbrief nodig voor een psycholoog?

a)

Ja

b)

Nee

19.

De basisverzekering betaalt voor alle kosten.

a)

Waar

b)

Niet waar

20.

Een aanvullende verzekering is verplicht.

a)

Waar

b)

Niet waar

21.

De buurvrouw kan niet goed lopen. De buurman kan niet voor zijn vrouw zorgen. Wie kunnen ze bellen voor hulp?

a)

Een verpleeghuis.

b)

Het ziekenhuis

c)

De thuiszorg

22.

De buurvrouw kan niet meer alleen wonen. Wat kan je het beste doen?

a)

Met de buurvrouw naar de huisarts gaan.

b)

Met de buurvrouw naar het ziekenhuis gaan.

c)

Met de buurvrouw naar een verpleeghuis gaan.

23.

Naar wie verwijst de huisarts u als u zwanger bent en buikpijn hebt?

a)

Naar de verloskundige

b)

Naar de kinderdokter

c)

Naar de gynaecoloog

24.

Wie help je de eerste week als er een kindje geboren is?

a)

de verloskundige

b)

de kraamhulp

c)

de thuiszorg

25.

Hoe oud zijn kinderen die naar het consultatie bureau gaan?

a)

Tot 2 jaar

b)

Tot 4 jaar

c)

Tot 12 jaar

26.

Je buurvrouw heeft kiespijn. Naar wie moet zij bellen?

a)

huisarts

b)

specialist

c)

tandarts

27.

Hoe heet het bedrag dat je elke maand moet betalen voor je zorgverzekering?

a)

premie

b)

polis

c)

bijdrage

28.

Wat is eigen risico?

a)

Geld dat je betaalt als je zelf een ongeluk veroorzaakt

b)

Het deel van de ziekekosten dat je zelf moet betalen

c)

Geld dat je terugkrijgt van de verzekering

29.

Wat is declareren?

a)

Geld terugvragen dat je betaald heb.

b)

Premie betalen.

c)

Geld vragen van de belasting.

30.

Wie krijgt een toeslag?

a)

Iedereen

b)

Zieke mensen

c)

Mensen die weinig verdienen